Rechtspraak Centrale Raad van Beroep 2026-03-03
ECLI:NL:CRVB:2026:270
Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer 25/246 PW Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 29 januari 2025, 24/3258 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van Venray (college) Datum uitspraak: 3 maart 2026 SAMENVATTING Deze zaak gaat over de weigering om een eenmalige energietoeslag voor het jaar 2023 op grond van de Participatiewet (PW) toe te kennen. Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat appellante door de hoogte van haar inkomen niet voldoet aan de voorwaarden uit het beleid en dat er geen aanleiding is om de hardheidsclausule toe te passen. Appellante voert aan dat de hardheidsclausule uit het beleid in haar geval wel toegepast had moeten worden omdat er dringende redenen zijn als bedoeld in de toepasselijke beleidsregels. De Raad geeft appellante geen gelijk. Het hoger beroep slaagt niet. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. W.H.A. Bos, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 20 januari 2026. Appellante is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.E.M. van Santvoort. OVERWEGINGEN Inleiding 1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. 1.1. Appellante ontvangt een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). 1.2. Met een besluit van 29 november 2023, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 2 mei 2024 (bestreden besluit), heeft het college ambtshalve geweigerd om de eenmalige energietoeslag voor het jaar 2023 aan appellante toe te kennen. Aan het bestreden besluit ligt het volgende ten grondslag. Het inkomen van appellante is hoger dan 130% van de voor haar toepasselijke bijstandsnorm, zodat zij niet voldoet aan de voorwaarden die zijn neergelegd in de Beleidsregels Eenmalige energietoeslag 2023 gemeente Venray (Beleidsregels). Er zijn geen dringende redenen als bedoeld in artikel 5 van de Beleidsregels om met toepassing van de in dat artikel neergelegde hardheidsclausule alsnog de eenmalige energietoeslag 2023 toe te kennen aan appellante. Uitspraak van de rechtbank 2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Het standpunt van appellante 3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat zij daartegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken. Het oordeel van de Raad 4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De wettelijke regels en beleidsregels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak. 4.1. Artikel 35, vierde lid, aanhef, onder b, van de PW maakt het mogelijk om categoriaal bijzondere bijstand toe te kennen aan een alleenstaande of gezin in de vorm van een eenmalige energietoeslag. Het college heeft voor de uitoefening van deze bevoegdheid de Beleidsregels vastgesteld. 4.2. Niet in geschil is dat het maandelijkse WIA-inkomen van appellante boven de in de Beleidsregels gestelde inkomensgrens voor toekenning van de eenmalige energietoeslag lag. Het inkomen van appellante was namelijk maandelijks € 28,71 hoger dan 130% van de voor haar toepasselijke bijstandsnorm. Op grond hiervan mocht het college de energietoeslag overeenkomstig zijn Beleidsregels weigeren. 4.3. Tussen partijen is alleen in geschil of het college toepassing had moeten geven aan de hardheidsclausule van artikel 5 van de Beleidsregels. Op grond van deze hardheidsclausule kan het college, als de aanvrager niet in aanmerking komt voor een eenmalige energietoeslag