Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2026-03-04
ECLI:NL:CRVB:2026:239
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
2,026 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:CRVB:2026:239 text/xml public 2026-03-20T09:59:16 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl Centrale Raad van Beroep 2026-03-04 24/1768 TW Uitspraak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2026:239 text/html public 2026-03-09T13:22:08 2026-03-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:CRVB:2026:239 Centrale Raad van Beroep , 04-03-2026 / 24/1768 TW Terugvordering toeslag op WAO-uitkering. Appellante heeft te veel toeslag ontvangen omdat de totale inkomsten van haar en haar partner hoger zijn dan het sociaal minimum. Geen dringende reden. Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer 24/1768 TW Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 21 juni 2024, 23/6827 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 4 maart 2026 SAMENVATTING Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht een bedrag van € 645,54 bruto aan onverschuldigd betaalde toeslag van appellante heeft teruggevorderd. Volgens appellante is er sprake van dringende redenen om van de terugvordering af te zien. De Raad volgt dit standpunt van appellante niet. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. M. Kaplan, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Mr. O.C. Bozbiyik, advocaat, heeft zich als opvolgend gemachtigde gesteld. De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 26 november 2025. Voor appellante is mr. N. Talhaoui, advocaat en kantoorgenoot van mr. Bozbiyik, verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. J.C. van Beek. OVERWEGINGEN Inleiding 1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. 1.1. Appellante ontvangt vanaf 22 oktober 2001 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Vanaf 13 augustus 2007 is haar een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) op de WAO-uitkering toegekend. 1.2. Het Uwv heeft bij besluit van 5 juli 2023 de toeslag die appellante op grond van de TW op haar WAO-uitkering ontving met ingang van 1 mei 2023 beëindigd omdat de totale inkomsten van haar en haar partner hoger zijn dan het sociaal minimum. Appellante heeft over de periode van 1 mei 2023 tot en met 30 juni 2023 nog toeslag ontvangen waardoor zij € 1.421,58 bruto te veel toeslag heeft ontvangen. Dit bedrag moet zij terugbetalen. 1.3. Het Uwv heeft bij beslissing op bezwaar van 6 oktober 2023 (bestreden besluit) het bezwaar van appellante tegen het besluit van 5 juli 2023 gegrond verklaard. De gezamenlijke inkomsten waren onjuist berekend. Appellante heeft nog steeds recht op toeslag per 1 mei 2023. Appellante heeft over de maanden mei en juni 2023 op basis van haar inkomsten wel te veel toeslag ontvangen. De reden hiervan is dat het Uwv geen rekening heeft gehouden met de gewijzigde inkomsten van haar partner. Zijn WIA-uitkering is per 1 mei 2023 gestopt, omdat hij vanaf deze datum pensioen en een uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet krijgt. Het Uwv heeft € 645,54 bruto te veel toeslag betaald. Dit bedrag is van appellante teruggevorderd. Het Uwv is niet gebleken van een dringende reden om van terugvordering af te zien. Uitspraak van de rechtbank 2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Het staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat appellante over de periode van 1 mei 2023 tot en met 30 juni 2023 ten onrechte te veel toeslag heeft ontvangen. Verder is komen vast te staan dat het teruggevorderde bedrag inmiddels is verrekend met appellante nog toekomende toeslag. Het Uwv is verplicht om onverschuldigd betaalde toeslag terug te vorderen, ook bij een mogelijke fout van het Uwv, tenzij sprake is van dringende redenen. Appellante heeft haar beroep op dringende redenen niet onderbouwd. De rechtbank heeft vastgesteld dat in dit geval geen sprake is van brutering van de terugvordering omdat het onverschuldigde bedrag al verrekend is. Het standpunt van appellante 3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Het Uwv had op grond van dringende redenen van de terugvordering van € 645,54 af moeten zien. Zij heeft namelijk ook een andere schuld ter hoogte van € 7.000,-, heeft een relatief hoge leeftijd en zal tot aan haar pensioen schulden moeten aflossen terwijl zij niet in staat is om met arbeid een hoger inkomen te genereren. Daarbij heeft het Uwv nagelaten om een belangenafweging te maken, te meer omdat geen sprake is van schending van de inlichtingenplicht en omdat het Uwv op de hoogte was of had moeten zijn van het inkomen van de partner. Het standpunt van het Uwv 4. Het Uwv heeft gevraagd om de aangevallen uitspraak te bevestigen. Het oordeel van de Raad 5. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit over terugvordering van de teveel betaalde toeslag in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt . De wettelijke regels en beleidsregels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn (ook) te vinden in de bijlage bij deze uitspraak. 5.1. Over de periode van 1 mei 2023 tot en met 30 juni 2023 heeft appellante te veel toeslag ontvangen. Op grond van artikel 20, eerste lid, van de TW is het Uwv verplicht de onverschuldigd betaalde toeslag van appellante terug te vorderen. Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan het Uwv op grond van het vijfde lid besluiten om daarvan geheel of gedeeltelijk af te zien. 5.2. Bij zijn tussenuitspraak van 18 april 2024 heeft de Raad zijn uitleg van de dringende reden verruimd. De Raad ziet het begrip dringende reden (voortaan) als een open norm waarbinnen het Uwv, tegenover het uitgangspunt dat wat ten onrechte is ontvangen in beginsel moet worden terugbetaald, de relevante feiten en omstandigheden zodanig moet afwegen dat die afweging een toetsing aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zal kunnen doorstaan. Daarbij moet niet alleen rekening worden gehouden met de gevolgen van de herziening en terugvordering, maar ook met de oorzaak daarvan. 5.3. De Raad is van oordeel dat het Uwv in de situatie van appellante alle relevante feiten en omstandigheden bij de beoordeling van de dringende reden heeft meegewogen. Niet is gebleken dat het Uwv onvoldoende rekening heeft gehouden met de financiële gevolgen van de terugvordering voor appellante. Het teruggevorderde bedrag is verrekend met een nabetaling van toeslag aan appellante, zodat zij dit niet van haar lopende uitkering hoeft terug te betalen. De enkele stelling dat appellante een andere schuld heeft bij het Uwv leidt er ten slotte niet toe dat de terugvordering in deze zaak onevenredig is. Conclusie en gevolgen 5.4. Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de terugvordering van de te veel betaalde toeslag in stand blijft. 6. Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door E. Dijt als voorzitter en D.S. de Vries en M.E. Fortuin als leden, in tegenwoordigheid van C.M. Snellenberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2026. (getekend) E. Dijt De griffier is verhinderd te ondertekenen. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels Toeslagenwet Artikel 6 1. Als inkomen wordt aangemerkt: a. voor een gehuwde: de som van het inkomen uit arbeid of overig inkomen van hemzelf en van zijn echtgenoot; […] Artikel 11a 1. Onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van toeslag en terzake van weigering van toeslag, herziet het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een dergelijk besluit of trekt zij dat in: a.