Rechtspraak Centrale Raad van Beroep 2026-02-12
ECLI:NL:CRVB:2026:166
Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak in het geding tussen Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder) Datum uitspraak: 12 februari 2026 SAMENVATTING Verweerder heeft in deze zaak geweigerd de kosten van haptotherapie over een periode van twee maanden te vergoeden, omdat de betrokken vervangend behandelaar niet staat ingeschreven in het Register van Haptotherapeuten van de Vereniging Haptotherapeuten. Deze weigering houdt stand. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. drs. C. Lamphen, advocaat, beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 1 april 2025, kenmerk BZ011694142 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wuv. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 15 januari 2026. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Lamphen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.L. van de Wiel. OVERWEGINGEN Inleiding 1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. 1.1. Appellant, geboren in 1940, is vervolgde in de zin van de Wuv. Verweerder heeft aanvaard dat appellant psychische klachten, rug-, nek- en oogklachten heeft die in verband staan met de vervolging. Aan appellant zijn in de loop van de tijd verschillende voorzieningen toegekend, waaronder sinds 2007 een vergoeding voor de kosten van haptotherapie. 1.2. In oktober 2024 heeft appellant verzocht de kosten te vergoeden van een viertal behandelingen haptotherapie in september en oktober 2024. Daarbij heeft appellant aangegeven dat hij vanwege de afwezigheid van zijn vaste behandelaar voor twee maanden is doorverwezen naar de behandelaar [vervanger] (vervanger). 1.3. Met een betalingsbeschikking van 14 november 2024 heeft verweerder de kosten van behandeling niet vergoed voor zover de behandelingen zijn verricht door de vervanger. Volgens verweerder zien de declaraties op craniosacraal therapie. Voor deze voorziening is er geen toekenningsbesluit en daarnaast wordt deze vorm van therapie niet erkend, aldus verweerder. Het hiertegen gemaakte bezwaar is met het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daarbij heeft verweerder overwogen dat de kosten niet zien op haptotherapie, maar op craniosacraal therapie en verder dat de vervanger niet is geregistreerd als haptotherapeut bij de Vereniging voor haptotherapeuten. Het oordeel van de Raad 2. De Raad beoordeelt het bestreden besluit aan de hand van de argumenten die appellant in beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het beroep niet slaagt. 2.1. Op grond van artikel 20 van de Wuv heeft een vervolgde – voor zover hier van belang – aanspraak op volledige vergoeding van de extra kosten van noodzakelijke voorzieningen in verband met de uit de vervolging voortvloeiende ziekten of gebreken. 2.2. Verweerder hanteert het beleid dat bij een zelfstandig werkende therapeut zoals hier aan de orde een vergoeding wordt toegekend voor behandelingen die plaatsvinden maximaal éénmaal per week en minimaal éénmaal per maand. Verder is een uitdrukkelijke voorwaarde dat de haptotherapeut moet zijn ingeschreven in het Register van Haptotherapeuten van de Vereniging Haptotherapeuten. 2.3. Verweerder beoogt met dit beleid dat adequate en kwalitatief goede zorg wordt verleend. Dit wordt zoveel mogelijk gewaarborgd door het stellen van het vereiste dat een behandelaar over de juiste kwalificaties beschikt. Een BIG-registratie en het aangesloten zijn bij een beroepsvereniging waarborgen dit. Een haptotherapeut behoort evenwel niet tot de in artikel 3 van de Wet BIG genoemde beschermde beroepen. Wat verweerder in het geval van een haptotherapeut in dit kader verlangt is het lid zijn van een erkende beroepsvereniging. 2.4. Vaststaat dat de vervanger die de bewuste declaraties heeft afgegeven geen lid is van een beroepsvereniging. Om die reden mag de vervanger niet de prestatiecode voor haptotherapie op haa