Rechtspraak Centrale Raad van Beroep 2026-01-08
ECLI:NL:CRVB:2026:12
23/2630 WLZ Datum uitspraak: 8 januari 2026 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 27 juli 2023, 23/329 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het CIZ SAMENVATTING Deze uitspraak gaat over de vraag of het CIZ voor appellante het best passende zorgprofiel heeft geïndiceerd. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend. Het CIZ heeft voldoende overtuigend gemotiveerd dat de samenhangende zorg in het zorgprofiel LG Wonen met begeleiding en verzorging het beste aansluit bij de geobjectiveerde zorgbehoefte van appellante. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. A.A.M. van Hoorn advocaat, hoger beroep ingesteld. Het CIZ heeft een verweerschrift ingediend. Partijen hebben nadere stukken overgelegd. De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar de enkelvoudige kamer. De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 17 juli 2024. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. L. Klaus (advocaat en kantoorgenoot van mr. Van Hoorn). Het CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.C.J.G. van Maris-Kindt. Het onderzoek ter zitting is geschorst. Het CIZ is in de gelegenheid gesteld te reageren op het door appellante overgelegd advies van medisch adviseur A.J. van Overbeek van 27 juni 2024. Het CIZ heeft vervolgens een medisch advies van P. Pel van 25 juli 2024 ingediend, waarop appellante heeft gereageerd. Het nadere onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 november 2025. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Klaus, [naam echtgenoot] (echtgenoot) en [naam dochter] (dochter). Het CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L. Bruijs en mr. L.M.R. Kater. OVERWEGINGEN Inleiding 1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. 1.1. Appellante, geboren in 1958, is bekend met ernstige lichamelijke problematiek. In verband hiermee heeft het CIZ met een besluit van 13 oktober 2022, gehandhaafd met de beslissing op bezwaar van 7 december 2022 (bestreden besluit) aan appellante op grond van het bepaalde bij en krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) een indicatie voor onbepaalde tijd verleend voor het zorgprofiel LG Wonen met begeleiding en verzorging. Volgens het CIZ is het toegekende zorgprofiel het best passend bij de zorgbehoefte van appellante. Uitspraak van de rechtbank 2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft (samengevat) geoordeeld dat het CIZ in het bestreden besluit deugdelijk heeft gemotiveerd waarom zorgprofiel LG Wonen met begeleiding en verzorging het best passende zorgprofiel is. Volgens de rechtbank heeft het CIZ zich terecht op het standpunt gesteld dat de zorgbehoefte die appellante heeft omschreven niet overeenkomt met de informatie die haar zorginstelling bij de aanvraag voor zorg op grond van de Wlz heeft ingevuld over de zorgbehoefte van appellante. Verder heeft het CIZ ter zitting van de rechtbank in reactie op een in beroep overgelegde verklaring van de verpleegkundige toegelicht dat de daarin omschreven zorg goed past in het zorgprofiel LG Wonen met begeleiding en verzorging. Volgens het CIZ gaat het bij zorgprofiel LG Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging om personen die veel meer bedlegerig zijn dan appellante en volledig zijn gebonden aan een rolstoel. Ook zijn er twee of drie personen nodig om de persoon uit bed te halen en is specialistische verpleegkundige zorg nodig. Gelet op deze toelichting heeft de rechtbank in de verklaring van de verpleegkundige geen reden gezien voor het oordeel dat het CIZ een ander zorgprofiel voor appellante had moeten indiceren. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat appellante in de zorginstelling ook de beschikking had over een indicatie voor LG Wonen met begeleiding en verzorging. De zorginstelling heeft de zorg overeenkomstig die indicatie verleend Verder heeft de medisch adviseur van het CIZ – in reactie op het door appellante overgelegde rapport van Van Overbeek – op navolgbare wijze toegelicht dat bij appellante geen sprake is van aandoeningen die specialistische verpleegkundige aandacht vereisen. Het door appellante ook genoemde zorgprofiel LG Wonen met begeleiding en intensieve verzorging is onder meer gericht op verzekerden die redelijk zelf de regie over hun eigen leven kunnen voeren en is daarmee ook minder passend voor appellante. 4.4. De Raad ziet onvoldoende aanknopingspunten om aan de conclusies van (de medisch adviseur van) het CIZ te twijfelen. Dat een medewerker van het zorgkantoor op 20 juni 2024 heeft meegedeeld dat het geïndiceerde zorgprofiel mogelijk niet meer passend is, leidt alleen al niet tot een ander oordeel, omdat die mededeling van ruim na de te beoordelen periode dateert. Dat appellante, zoals zij heeft aangevoerd, in de thuissituatie niet uitkomt met het bij het geïndiceerde zorgprofiel behorende pgb is ook geen argument om te oordelen dat de samenhangende zorg binnen het toegekende zorgprofiel niet het best passend voor haar is. Conclusie en gevolgen 4.5. Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. 5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van H. de Brabander als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 januari 2026. (getekend) D. Hardonk-Prins (getekend) H. de Brabander Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels Wet langdurige zorg (Wlz) Artikel 3.2.1, eerste lid, Wlz Een verzekerde heeft recht op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan: a. permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of b. 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen, 1. door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of; 2. door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft. Artikel 3.2.3, eerste lid, Wlz Het recht op zorg wordt op aanvraag van de verzekerde in een indicatiebesluit vastgesteld door het CIZ. Het recht op zorg dat wordt vastgesteld in het indicatiebesluit sluit aan bij de behoefte van de verzekerde. Besluit langdurige zorg (Blz) Artikel 3.1.1, eerste lid, Blz De verzekerde die is aangewezen op zorg, heeft recht op samenhangende zorg behorende bij het bij de verzekerde best passende zorgprofiel. Bij ministeriële regeling worden zorgprofielen vastgesteld. Regeling langdurige zorg (Rlz) Artikel 2.1 Rlz De zorgprofielen, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Besluit, zijn opgenomen in bijlage A bij deze regeling. In bijlage A bij de Rlz zijn de verschillende zorgprofielen beschreven, waaronder het zorgprofiel LG Wonen met begeleiding en verzorging: Cliënten zijn ernstig lichamelijk gehandicapt en functioneren sociaal beperkt zelfstandig binnen een afgesproken vaste structuur. Zij worden op een eenduidige manier benaderd. De cliënten kunnen niet zelfstandig de regie over hun eigen leven voeren en hebben daardoor ten aanzien van de sociale redzaamheid vaak hulp of overname van taken nodig. Bijvoorbeeld bij deelname aan het maatschappelijk leven, het voeren van een huishouden, dagelijkse routine, het uitvoeren van eenvoudige taken en ten aanzien van besluitnemings- en oplossingsvaardigheden.