Rechtspraak Centrale Raad van Beroep 2026-08-06
ECLI:NL:CRVB:2026:1029
Intrekking ANW-uitkering. Betrokkene kan niet als nabestaande in de zin van de ANW worden aangemerkt. Geen sprake van een gezamenlijke huishouding. De ex-echtgenoot betaalde geen partneralimentatie aan betrokkene. De echtscheiding van betrokkene was op het moment van overlijden van haar ex-echtgenoot naar Marokkaans recht voltooid. 26/143 ANW, 26/1055 ANW Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 december 2025, 24/2696 (aangevallen uitspraak) Partijen: de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) [betrokkene] te [woonplaats] , Marokko (betrokkene) Datum uitspraak: 6 augustus 2026 SAMENVATTING De Svb heeft de ANW-uitkering van betrokkene ingetrokken, omdat zij niet meer aan de voorwaarden daarvan voldoet. Betrokkene is voor het overlijden van haar echtgenoot van hem in Marokko gescheiden. Anders dan de rechtbank oordeelt de Raad dat voldoende is komen vast te staan dat de echtscheiding is ingeschreven in het register van de rechtbank in Marokko. Nu sprake is van een rechtsgeldige echtscheiding naar Marokkaans recht wordt de echtscheiding op grond van artikel 10:57 BW in Nederland erkend. De Svb heeft de ANWuitkering terecht ingetrokken. PROCESVERLOOP De Svb heeft hoger beroep ingesteld. Namens betrokkene heeft mr. R. Moghni, advocaat, een verweerschrift ingediend en incidenteel hoger beroep ingesteld. De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 25 juni 2026. De Svb heeft zich via beeldbellen laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg. Namens betrokkene is mr. N. Talhaoui, kantoorgenoot van mr. Moghni, verschenen. OVERWEGINGEN Inleiding 1. Bij de beoordeling van de hoger beroepen zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. 1.1. Betrokkene ontving vanaf oktober 2015 een ANW -uitkering in verband met het overlijden van haar toenmalige echtgenoot op [datum 1] 2015. Op 27 april 2019 heeft de Svb een anonieme tip ontvangen dat betrokkene voor het overlijden van haar echtgenoot in Marokko van hem is gescheiden. Deze tip is voor de Svb aanleiding geweest om onderzoek te doen naar de rechtmatigheid van de ANW-uitkering. De bevindingen daarvan zijn neergelegd in een handhavingsrapportage van 24 juni 2019. 1.2. Met een besluit van 24 september 2019 heeft de Svb de ANW-uitkering van betrokkene met ingang van oktober 2015 ingetrokken, omdat zij op [datum 2] 2015 van haar echtgenoot is gescheiden en daarom niet aan de voorwaarden van een ANW-uitkering voldeed en voldoet. 1.3. Met een besluit van 30 april 2024 (bestreden besluit) is het bezwaar van betrokkene ongegrond verklaard. Volgens de Svb is achteraf gebleken dat betrokkene voor het overlijden van haar echtgenoot al van hem was gescheiden. De echtscheidingsakte is van [datum 2] 2015. De echtgenoot betaalde geen partneralimentatie aan betrokkene. Hierdoor is betrokkene niet als nabestaande aan te merken en is de ANW-uitkering per datum toekenning ingetrokken. Er zijn geen dringende redenen om van de intrekking af te zien. Uitspraak van de rechtbank 2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de Svb opdracht gegeven om opnieuw op het bezwaar te beslissen. Verder is een veroordeling uitgesproken tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Daarbij heeft de rechtbank geoordeeld dat geen duidelijkheid is verkregen over de vraag of de echtscheidingsakte is ingeschreven in de Marokkaanse registers, terwijl die inschrijving volgens de Svb zelf een essentiële voorwaarde vormt voor het juridisch effectueren van de echtscheiding. Volgens de rechtbank heeft de Svb hierdoor onvoldoende gemotiveerd dat de echtscheiding juridisch was voltooid op het moment van overlijden van de echtgenoot. De standpunten van partijen 3. Partijen zijn het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat zij daartegen hebben aangevoerd wordt hierna besproken. Het oordeel van de Raad 4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit heeft vernietigd aan de hand van wat partijen in hoger beroep hebben aangevoerd, de beroepsgronden. De wettelijke regels die voor de beoordeling van de hoger beroepen belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak. 4.1. Tussen partijen is in geschil of de ANW-uitkering van betrokkene terecht per oktober 2015 is ingetrokken op de grond dat betrokkene niet als nabestaande in de zin van de ANW kan worden aangemerkt. Juridisch kader 4.2. In de ANW wordt onder nabestaande verstaan: de echtgenoot van degene die op de dag van overlijden verzekerd is op grond van de ANW. Dit is bepaald in artikel 1, onder d, van de ANW. Als het huwelijk anders dan door de dood is ontbonden, kan de gewezen echtgenoot, onder bepaalde voorwaarden, als nabestaande worden aangemerkt als de verzekerde onmiddellijk voorafgaand aan zijn overlijden verplicht was levensonderhoud aan betrokkene te verschaffen. Dit is geregeld in artikel 4, eerste lid, van de ANW. 4.3. Op grond van artikel 10:57 BW wordt een in het buitenland na een behoorlijke rechtspleging verkregen ontbinding van het huwelijk of scheiding van tafel en bed in Nederland erkend, indien zij is tot stand is gekomen door de beslissing van een rechter of andere autoriteit en indien aan die rechter of andere autoriteit daartoe rechtsmacht toekwam. 4.4. Tussen partijen is niet in geschil dat de autoriteiten die in Marokko bij de echtscheiding van betrokkene betrokken waren, hiertoe rechtsmacht hadden. Wel is in geschil of de echtscheiding in Marokko ‘tot stand is gekomen’, dat wil zeggen: naar Marokkaans recht voltooid was op het moment van overlijden van de ex-echtgenoot van betrokkene. Het hoger beroep van de Svb 4.5. De Svb heeft aangevoerd dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat de echtscheidingsakte is ingeschreven in de registers van de rechtbank. Volgens de Svb kan dit worden afgeleid uit de handhavingsrapportage van 26 maart 2025 en in het bijzonder uit de daarin opgenomen verklaring die is afgelegd door de medewerkers van de rechtbank. Naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank heeft de Svb aanvullend onderzoek laten doen in Marokko. Uit de overgelegde brief van de rechtbank van eerste aanleg in [woonplaats] en een verslag van de Sociaal Attaché van 29 januari 2026 blijkt nogmaals dat de echtscheidingsakte is ingeschreven. 4.6. Deze grond slaagt. In het dossier bevindt zich als bijlage bij de handhavingsrapportage van 24 juni 2019 een vertaling van de echtscheidingsakte. In de aanhef daarvan staat vermeld dat de echtscheidingsakte op 1 juli 2015 is ingeschreven in het register van de rechtbank in eerste aanleg te [woonplaats] , onder vermelding van nummer en bladzijde. Op grond hiervan oordeelt de Raad, anders dan de rechtbank, dat reeds ten tijde van het nemen van het primaire besluit voldoende was komen vast te staan dat de echtscheiding in het register van de rechtbank was ingeschreven. Dit is daarna nog eens bevestigd in de handhavingsrapportage van 26 maart 2025 en het verslag van de Sociaal Attaché van 29 januari 2026. Het incidenteel hoger beroep van betrokkene 4.7. De Raad gaat voorbij aan de stelling van betrokkene in incidenteel hoger beroep dat voor effectuering van de echtscheiding naar Marokkaans recht ook nodig is dat de echtscheiding bij de burgerlijke stand van de geboorteplaats van betrokkene wordt ingeschreven. Betrokkene heeft deze stelling op geen enkele wijze onderbouwd en de Raad is ook niet ambtshalve bekend met het bestaan van een rechtsregel van die strekking. Het incidenteel hoger beroep slaagt daarom niet. Tussenconclusie 4.8. Gelet op 4.1 tot en met 4.7 is naar het oordeel van de Raad komen vast te staan dat de echtscheiding van appellante op het moment van overlijden van haar echtgenoot naar Marokkaans recht was voltooid. Deze echtscheiding wordt op grond van artikel 10:57 BW in Nederland erkend. Dit betekent dat het hoger beroep van de Svb slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. De devolutieve werking van het hoger beroep brengt met zich dat de Raad vervolgens de door de rechtbank onbesproken gelaten beroepsgronden moet beoordelen. Beoordeling door de rechtbank onbesproken gelaten beroepsgronden 4.9. In beroep heeft betrokkene aangevoerd dat zij als nabestaande moet worden aangemerkt omdat zij op de datum van het overlijden van de ex-echtgenoot een gezamenlijke huishouding met hem voerde. Deze grond slaagt niet. Uit het handhavingsrapport van 24 juni 2019 blijkt dat betrokkene in ieder geval vanaf medio 2013 nog maar zeer beperkte perioden in Nederland verbleef. Dat betrokkene niettemin op het moment van overlijden van de ex-echtgenoot haar hoofdverblijf bij hem had, is op geen enkele manier onderbouwd. 4.10. Betrokkene heeft verder aangevoerd dat zij als nabestaande moet worden aangemerkt op de grond dat de ex-echtgenoot onmiddellijk voorafgaand aan zijn overlijden verplicht was levensonderhoud aan betrokkene te verschaffen. Volgens appellante had zij wel degelijk recht op partneralimentatie maar heeft zij hiervan afgezien omdat de exechtgenoot zorg zou dragen voor het levensonderhoud van de kinderen. Volgens betrokkene is er aldus sprake van de verplichting tot het verschaffen van levensonderhoud, tot stand gekomen door tussenkomst van de rechter. Deze grond slaagt niet. Uit de echtscheidingsakte blijkt dat de ex-echtgenoot van appellante verplicht was tot het verstrekken van kinderalimentatie, maar dat hij jegens appellante zelf geen verplichting had tot het verschaffen van levensonderhoud. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden van artikel 4, eerste lid, van de ANW en kan betrokkene ook niet op deze grond als nabestaande worden aangemerkt. 4.11 Betrokkene had dus geen recht op een ANW-uitkering en de Svb heeft deze uitkering terecht per oktober 2015 ingetrokken. De stelling van betrokkene dat sprake is van dringende redenen om van intrekking af te zien is niet onderbouwd. Ter zitting is besproken dat de Svb nog geen beslissing heeft genomen tot terugvorderen van de teveel betaalde ANW-uitkering en dat betrokkene tegen een dergelijk besluit nog rechtsmiddelen kan inzetten. Conclusie en gevolgen 5. Het hoger beroep slaagt. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd. Het incidenteel hoger beroep van betrokkene slaagt niet. Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard. Dit betekent dat de intrekking van de ANW-uitkering per oktober 2015 in stand blijft. 6. Voor een vergoeding van de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep: vernietigt de aangevallen uitspraak; verklaart het beroep tegen het besluit van 30 april 2024 ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum als voorzitter en J.H. Ermers en J.P. Loof als leden, in tegenwoordigheid van C.C.M. van ’t Hol als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2026. (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum (getekend) C.C.M. van ’t Hol Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels Algemene Nabestaandenwet Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: (..) d) nabestaande: de echtgenoot van degene, die op de dag van overlijden verzekerd is op grond van deze wet; (..) Artikel 4 1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt in afwijking van artikel 3, tweede tot en met zesde lid onder nabestaande mede verstaan de gewezen echtgenoot van een overleden verzekerde, indien: a. het huwelijk anders dan door de dood is ontbonden; en b. de overleden verzekerde onmiddellijk voorafgaand aan het overlijden verplicht is levensonderhoud te verschaffen aan de gewezen echtgenoot op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek krachtens een rechterlijke uitspraak of overeenkomst, vastgelegd in: 1° een notariële akte; 2° een akte mede ondertekend door een advocaat; 3° een akte waarvan door de gewezen echtgenoot aannemelijk wordt gemaakt dat die tot stand is gekomen door de inzet van een bij de echtscheiding betrokken advocaat; of 4° een document opgesteld in overleg tussen de gewezen echtgenoot en de overleden verzekerde door tussenkomst van een bemiddelaar; en c. de gewezen echtgenoot overeenkomstig de bepalingen in deze wet recht op nabestaandenuitkering zou hebben gehad, indien het overlijden plaats zou hebben gehad op de dag van ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood. (..) Artikel 34 1. Onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van uitkering en terzake van weigering van uitkering, herziet de Sociale verzekeringsbank een dergelijk besluit of trekt zij dat in: (..) b. indien anderszins de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend; (..) Burgerlijk Wetboek, boek 10 Artikel 57 1. Een in het buitenland na een behoorlijke rechtspleging verkregen ontbinding van het huwelijk of scheiding van tafel en bed wordt in Nederland erkend, indien zij is tot stand gekomen door de beslissing van een rechter of andere autoriteit en indien aan die rechter of andere autoriteit daartoe rechtsmacht toekwam.(...) Algemene Nabestaandenwet. Burgerlijk Wetboek