Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2025-06-20
ECLI:NL:CRVB:2025:913
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
2,298 tokens
Inleiding
24/1594 AOW
Datum uitspraak: 20 juni 2025
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 4 april 2024, 23/1875 AOW-PV
Partijen:
[verzoekster] te Marokko (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
SAMENVATTING
In deze uitspraak wijst de Raad een door verzoekster ingediend herzieningsverzoek af.
Procesverloop
Verzoekster heeft gevraagd om herziening van de uitspraak van de Raad van 4 april 2024.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 mei 2025. Verzoekster is niet verschenen. De Svb heeft zich met bericht niet laten vertegenwoordigen.
Overwegingen
Voorafgaand aan het verzoek om herziening
1. De Raad heeft op 4 april 2024 uitspraak gedaan in een zaak van verzoekster. In die uitspraak heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 28 april 2023, 22/2524 vernietigd en het besluit van 22 september 2021 vernietigd, omdat de Svb dat besluit niet op de juiste wijze bekend heeft gemaakt. De Raad heeft aanleiding gezien om zelf in de zaak te voorzien en het bezwaar tegen het besluit van 17 februari 2021 ongegrond te verklaren. Daarbij heeft de Raad geoordeeld dat de Svb, noch voor het verleden, noch voor de toekomst, terug hoeft te komen van het oorspronkelijke besluit van 23 januari 2008. Bij dat besluit heeft de Svb de aanvraag van appellante om toekenning van een ANW-uitkering afgewezen, omdat haar echtgenoot op de datum van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW.
2. Verzoekster heeft aangevoerd dat de Raad haar verzoek om herziening om toekenning van een ANW-uitkering ten onrechte heeft afgewezen. Zij vraagt om een gunstige beslissing.
3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Toetsing van een verzoek om herziening
3.1.
Het bijzondere rechtsmiddel van herziening is niet bedoeld om een hernieuwde discussie over de desbetreffende uitspraak te voeren of te openen maar om een rechterlijke uitspraak die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt te herstellen.
3.2.
Dit kan alleen indien is voldaan aan de strikte, cumulatieve voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Herziening van een uitspraak op grond van dat artikel is alleen mogelijk op grond van feiten en omstandigheden die:
hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
ij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en;
tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden als zij bij de bestuursrechter eerder bekend waren geweest.
Wat verzoekster aanvoert, kan niet leiden tot herziening
3.3.
Verzoekster heeft aangevoerd dat zij het niet eens is met het oordeel van de Raad dat de Svb niet hoeft terug te komen van de weigering om aan haar een ANW-uitkering toe te kennen. Dit zijn in deze zaak echter geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb.
3.4.
Hieruit volgt dat het verzoek om herziening moet worden afgewezen.
3.5.
Omdat het verzoek om herziening niet slaagt, bestaat voor een veroordeling in de proceskosten geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door Y. Sneevliet, in tegenwoordigheid van S. Ploum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2025.
(getekend) Y. Sneevliet
(getekend) S. Ploum
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale) rejète la demande de révision.
Par conséquent, décidée par Y. Sneevliet, en présence de S. Ploum en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 20 juin 2025.
(signé) Y. Sneevliet
(signé) S. Ploum
ECLI:NL:CRVB:2024:805.
Algemene Nabestaandenwet.
Algemene wet bestuursrecht.
Inleiding
24/1594 AOW
Datum uitspraak: 20 juni 2025
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 4 april 2024, 23/1875 AOW-PV
Partijen:
[verzoekster] te Marokko (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
SAMENVATTING
In deze uitspraak wijst de Raad een door verzoekster ingediend herzieningsverzoek af.
Procesverloop
Verzoekster heeft gevraagd om herziening van de uitspraak van de Raad van 4 april 2024.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 mei 2025. Verzoekster is niet verschenen. De Svb heeft zich met bericht niet laten vertegenwoordigen.
Overwegingen
Voorafgaand aan het verzoek om herziening
1. De Raad heeft op 4 april 2024 uitspraak gedaan in een zaak van verzoekster. In die uitspraak heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 28 april 2023, 22/2524 vernietigd en het besluit van 22 september 2021 vernietigd, omdat de Svb dat besluit niet op de juiste wijze bekend heeft gemaakt. De Raad heeft aanleiding gezien om zelf in de zaak te voorzien en het bezwaar tegen het besluit van 17 februari 2021 ongegrond te verklaren. Daarbij heeft de Raad geoordeeld dat de Svb, noch voor het verleden, noch voor de toekomst, terug hoeft te komen van het oorspronkelijke besluit van 23 januari 2008. Bij dat besluit heeft de Svb de aanvraag van appellante om toekenning van een ANW-uitkering afgewezen, omdat haar echtgenoot op de datum van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW.
2. Verzoekster heeft aangevoerd dat de Raad haar verzoek om herziening om toekenning van een ANW-uitkering ten onrechte heeft afgewezen. Zij vraagt om een gunstige beslissing.
3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Toetsing van een verzoek om herziening
3.1.
Het bijzondere rechtsmiddel van herziening is niet bedoeld om een hernieuwde discussie over de desbetreffende uitspraak te voeren of te openen maar om een rechterlijke uitspraak die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt te herstellen.
3.2.
Dit kan alleen indien is voldaan aan de strikte, cumulatieve voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Herziening van een uitspraak op grond van dat artikel is alleen mogelijk op grond van feiten en omstandigheden die:
hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
ij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en;
tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden als zij bij de bestuursrechter eerder bekend waren geweest.
Wat verzoekster aanvoert, kan niet leiden tot herziening
3.3.
Verzoekster heeft aangevoerd dat zij het niet eens is met het oordeel van de Raad dat de Svb niet hoeft terug te komen van de weigering om aan haar een ANW-uitkering toe te kennen. Dit zijn in deze zaak echter geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb.
3.4.
Hieruit volgt dat het verzoek om herziening moet worden afgewezen.
3.5.
Omdat het verzoek om herziening niet slaagt, bestaat voor een veroordeling in de proceskosten geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door Y. Sneevliet, in tegenwoordigheid van S. Ploum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2025.
(getekend) Y. Sneevliet
(getekend) S. Ploum
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale) rejète la demande de révision.
Par conséquent, décidée par Y. Sneevliet, en présence de S. Ploum en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 20 juin 2025.
(signé) Y. Sneevliet
(signé) S. Ploum
ECLI:NL:CRVB:2024:805.
Algemene Nabestaandenwet.
Algemene wet bestuursrecht.