Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2025-02-14
ECLI:NL:CRVB:2025:259
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
1,328 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 14 februari 2025
24/1033 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 februari 2024, 22/5243 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Mexico (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Procesverloop
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank beslist op het verzoek om herziening van appellant van de uitspraak van de rechtbank van 21 december 2021 (kenmerk 19/6368V) waarin het verzet tegen de uitspraak van 21 september 2020 (kenmerk 19/6368) met toepassing van artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ongegrond is verklaard. De rechtbank heeft het verzoek om herziening niet-ontvankelijk verklaard, omdat het griffierecht niet is betaald.
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Overwegingen
In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld. Hetzelfde geldt ten aanzien van een uitspraak van de rechtbank waarin het verzoek om herziening betrekking heeft op een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb.
De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Appellant heeft in hoger beroep geen griffierecht betaald.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid vanA.Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2025.
(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
Inleiding
Datum uitspraak: 14 februari 2025
24/1033 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 februari 2024, 22/5243 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Mexico (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Procesverloop
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank beslist op het verzoek om herziening van appellant van de uitspraak van de rechtbank van 21 december 2021 (kenmerk 19/6368V) waarin het verzet tegen de uitspraak van 21 september 2020 (kenmerk 19/6368) met toepassing van artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ongegrond is verklaard. De rechtbank heeft het verzoek om herziening niet-ontvankelijk verklaard, omdat het griffierecht niet is betaald.
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Overwegingen
In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld. Hetzelfde geldt ten aanzien van een uitspraak van de rechtbank waarin het verzoek om herziening betrekking heeft op een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb.
De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Appellant heeft in hoger beroep geen griffierecht betaald.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid vanA.Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2025.
(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.