Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2025-11-25
ECLI:NL:CRVB:2025:1769
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
1,814 tokens
Inleiding
24/1302 WMO15-PV, 25/932 WMO15-VV-PV
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak met toepassing van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank NoordHolland van 24 april 2024, 23/5341 (aangevallen uitspraak), op het verzoek om voorlopige voorziening en op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam (college)
Datum uitspraak: 25 november 2025
Zitting heeft: M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Griffier: C.C.M. van ’t Hol
Verzoeker is niet verschenen. Het college heeft zich via videobellen laten vertegenwoordigen door mr. C.J. Lekkerkerker en B.J.H. van der Avoird.
Dictum
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep
bevestigt de aangevallen uitspraak;
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Overwegingen
1. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het bezwaar van verzoeker terecht nietontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Het college is volledig tegemoetgekomen aan wat appellant met het bezwaar wilde bereiken, namelijk dat hij geen eigen bijdrage is verschuldigd voor de aan hem verstrekte maatwerkvoorziening. De overige kritiekpunten en punten van ongenoegen van verzoeker over hem onwelgevallige beslissingen en reacties van diverse instanties, personen en ambtenaren kunnen daar geen verandering in brengen, omdat die punten de omvang van dit geding te buiten gaan.
2. In hoger beroep heeft verzoeker zich tegen deze uitspraak gekeerd. Daarna heeft verzoeker een verzoek gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening. Ook heeft hij verzocht om een schadevergoeding.
3. Als de voorzieningenrechter van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak, kan onmiddellijk uitspraak worden gedaan in de hoofdzaak. Deze situatie doet zich in deze zaak voor en ook verder zijn er geen beletselen om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.
4. De voorzieningenrechter verenigt zich met het oordeel van de rechtbank over de gronden van beroep en onderschrijft de hiervoor onder 1 weergegeven overwegingen waarop dat oordeel berust. In wat verzoeker in hoger beroep naar voren heeft gebracht, heeft de voorzieningenrechter geen reden gevonden om tot een ander oordeel te komen dan waartoe de rechtbank is gekomen.
5. Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd. Omdat er geen sprake is van een onrechtmatig besluit van het college, wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Ook het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wordt afgewezen.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzieningenrechter
(getekend) C.C.M. van ‘t Hol (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep
Dat volgt uit artikel 8:108, eerste lid, van de Awb in verbinding met artikel 8:86, eerste lid, van de Awb.
Inleiding
24/1302 WMO15-PV, 25/932 WMO15-VV-PV
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak met toepassing van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank NoordHolland van 24 april 2024, 23/5341 (aangevallen uitspraak), op het verzoek om voorlopige voorziening en op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam (college)
Datum uitspraak: 25 november 2025
Zitting heeft: M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Griffier: C.C.M. van ’t Hol
Verzoeker is niet verschenen. Het college heeft zich via videobellen laten vertegenwoordigen door mr. C.J. Lekkerkerker en B.J.H. van der Avoird.
Dictum
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep
bevestigt de aangevallen uitspraak;
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Overwegingen
1. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het bezwaar van verzoeker terecht nietontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Het college is volledig tegemoetgekomen aan wat appellant met het bezwaar wilde bereiken, namelijk dat hij geen eigen bijdrage is verschuldigd voor de aan hem verstrekte maatwerkvoorziening. De overige kritiekpunten en punten van ongenoegen van verzoeker over hem onwelgevallige beslissingen en reacties van diverse instanties, personen en ambtenaren kunnen daar geen verandering in brengen, omdat die punten de omvang van dit geding te buiten gaan.
2. In hoger beroep heeft verzoeker zich tegen deze uitspraak gekeerd. Daarna heeft verzoeker een verzoek gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening. Ook heeft hij verzocht om een schadevergoeding.
3. Als de voorzieningenrechter van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak, kan onmiddellijk uitspraak worden gedaan in de hoofdzaak. Deze situatie doet zich in deze zaak voor en ook verder zijn er geen beletselen om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.
4. De voorzieningenrechter verenigt zich met het oordeel van de rechtbank over de gronden van beroep en onderschrijft de hiervoor onder 1 weergegeven overwegingen waarop dat oordeel berust. In wat verzoeker in hoger beroep naar voren heeft gebracht, heeft de voorzieningenrechter geen reden gevonden om tot een ander oordeel te komen dan waartoe de rechtbank is gekomen.
5. Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd. Omdat er geen sprake is van een onrechtmatig besluit van het college, wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Ook het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wordt afgewezen.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzieningenrechter
(getekend) C.C.M. van ‘t Hol (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep
Dat volgt uit artikel 8:108, eerste lid, van de Awb in verbinding met artikel 8:86, eerste lid, van de Awb.