Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2025-11-26
ECLI:NL:CRVB:2025:1745
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
1,536 tokens
Inleiding
21/1604 WIA-R
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 19 februari 2025, 21/1604 WIA
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 26 november 2025
Procesverloop
De Raad heeft, na hier door mr. J. van Helden, gemachtigde van appellant op te zijn gewezen, geconstateerd dat zijn uitspraak van 19 februari 2025 met het registratienummer 21/1604 (ECLI:NL:CRVB:2025:279) WIA onjuistheden bevat. Appellant heeft onder meer gesteld dat zijn reiskosten niet zijn meegenomen in de vaststelling van de door het Uwv te vergoeden proceskosten.
De Raad heeft daarom aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak. Dit is bij brief van 9 juli 2025 aan partijen meegedeeld.
Partijen hebben niet gereageerd binnen de in de brief van 9 juli 2025 gestelde termijn van vier weken, in verband waarmee de Raad, naar in die brief is vermeld, ervan uitgaat dat er geen bezwaar bestaat tegen de voorgenomen rectificatie.
Overwegingen
De Raad wijzigt de uitspraak van de Raad van 19 februari 2025, 21/1604 als volgt:
Rechtsoverweging 5.3 in de uitspraak wordt:
5.3. “
De toepassing van artikel 6:22 van de Awb geeft aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep. Deze kosten houden verband met door een derde aan appellant beroepsmatig verleende rechtsbijstand en worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 1.814,- voor de kosten in beroep (1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het bijwonen van de zitting, wegingsfactor 1, met een waarde per punt van € 907,-) en € 2.267,50 voor de kosten in hoger beroep (1 punt voor het hoger beroepschrift, 1 punt voor het bijwonen van de zitting, 0,5 punt voor de zienswijze op het deskundigenrapport, wegingsfactor 1, met een waarde per punt van € 907,-). Verder bestaat recht op vergoeding van de reiskosten die appellant in het kader van de zitting bij de rechtbank en de Raad heeft gemaakt, te weten € 25,32 en € 59,16. Verder moet het Uwv aan appellant het door hem betaalde griffierecht in beroep en hoger beroep vergoeden.”
In het dictum wordt het bedrag in het vierde onderdeel gewijzigd. De beslissing van de Centrale Raad van Beroep wordt gewijzigd in:
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 4.392,73.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 19 februari 2025 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van D. Semiz als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 november 2025.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) D. Semiz
Inleiding
21/1604 WIA-R
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 19 februari 2025, 21/1604 WIA
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 26 november 2025
Procesverloop
De Raad heeft, na hier door mr. J. van Helden, gemachtigde van appellant op te zijn gewezen, geconstateerd dat zijn uitspraak van 19 februari 2025 met het registratienummer 21/1604 (ECLI:NL:CRVB:2025:279) WIA onjuistheden bevat. Appellant heeft onder meer gesteld dat zijn reiskosten niet zijn meegenomen in de vaststelling van de door het Uwv te vergoeden proceskosten.
De Raad heeft daarom aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak. Dit is bij brief van 9 juli 2025 aan partijen meegedeeld.
Partijen hebben niet gereageerd binnen de in de brief van 9 juli 2025 gestelde termijn van vier weken, in verband waarmee de Raad, naar in die brief is vermeld, ervan uitgaat dat er geen bezwaar bestaat tegen de voorgenomen rectificatie.
Overwegingen
De Raad wijzigt de uitspraak van de Raad van 19 februari 2025, 21/1604 als volgt:
Rechtsoverweging 5.3 in de uitspraak wordt:
5.3. “
De toepassing van artikel 6:22 van de Awb geeft aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep. Deze kosten houden verband met door een derde aan appellant beroepsmatig verleende rechtsbijstand en worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 1.814,- voor de kosten in beroep (1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het bijwonen van de zitting, wegingsfactor 1, met een waarde per punt van € 907,-) en € 2.267,50 voor de kosten in hoger beroep (1 punt voor het hoger beroepschrift, 1 punt voor het bijwonen van de zitting, 0,5 punt voor de zienswijze op het deskundigenrapport, wegingsfactor 1, met een waarde per punt van € 907,-). Verder bestaat recht op vergoeding van de reiskosten die appellant in het kader van de zitting bij de rechtbank en de Raad heeft gemaakt, te weten € 25,32 en € 59,16. Verder moet het Uwv aan appellant het door hem betaalde griffierecht in beroep en hoger beroep vergoeden.”
In het dictum wordt het bedrag in het vierde onderdeel gewijzigd. De beslissing van de Centrale Raad van Beroep wordt gewijzigd in:
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 4.392,73.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 19 februari 2025 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van D. Semiz als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 november 2025.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) D. Semiz