Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2025-11-19
ECLI:NL:CRVB:2025:1689
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
1,488 tokens
Inleiding
24/1432 WAJONG-R
Datum uitspraak: 19 november 2025
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 25 juni 2025, 24/1432 WAJONG
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Procesverloop
De Raad heeft, na hier door mr. P.H.A. Brauer, de gemachtigde van appellante, op te zijn gewezen, geconstateerd dat in zijn uitspraak van 25 juni 2025 bij het vaststellen van de proceskosten ten onrechte geen proceskostenvergoeding is uitgesproken voor de door appellante gemaakte reiskosten.
De Raad heeft daarom aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over rectificatie van de uitspraak. Dit is bij brief van 22 juli 2025 aan partijen meegedeeld.
Mr. Brauer heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de voorgestelde verbetering. Het Uwv heeft niet gereageerd binnen de in de brief van 22 juli 2025 gestelde termijn van vier weken.
Overwegingen
De Raad wijzigt de rechtsoverweging 5.2 en de beslissing in de uitspraak van de Raad van 25 juni 2025 WAJONG als volgt:
“5.2. In de toepassing van artikel 6:22 van de Awb wordt aanleiding gezien het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante. Deze kosten worden begroot op € 1.814,- in beroep (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 907,-) en € 1.814,- in hoger beroep (1 punt voor het hoger beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 907,-), in totaal € 3.628,-. Ook komen de reiskosten die appellante heeft moeten maken voor het bijwonen van de zitting bij de rechtbank en bij de Raad voor vergoeding in aanmerking tot een bedrag van € 72,92 op basis van openbaar vervoer tweede klas.”
“BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 3.700,92;
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van € 187,- vergoedt.”
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 25 juni 2025 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door E.J.J.M. Weyers, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 november 2025.
(getekend) E.J.J.M. Weyers
(getekend) J.A. Achterberg
Inleiding
24/1432 WAJONG-R
Datum uitspraak: 19 november 2025
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 25 juni 2025, 24/1432 WAJONG
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Procesverloop
De Raad heeft, na hier door mr. P.H.A. Brauer, de gemachtigde van appellante, op te zijn gewezen, geconstateerd dat in zijn uitspraak van 25 juni 2025 bij het vaststellen van de proceskosten ten onrechte geen proceskostenvergoeding is uitgesproken voor de door appellante gemaakte reiskosten.
De Raad heeft daarom aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over rectificatie van de uitspraak. Dit is bij brief van 22 juli 2025 aan partijen meegedeeld.
Mr. Brauer heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de voorgestelde verbetering. Het Uwv heeft niet gereageerd binnen de in de brief van 22 juli 2025 gestelde termijn van vier weken.
Overwegingen
De Raad wijzigt de rechtsoverweging 5.2 en de beslissing in de uitspraak van de Raad van 25 juni 2025 WAJONG als volgt:
“5.2. In de toepassing van artikel 6:22 van de Awb wordt aanleiding gezien het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante. Deze kosten worden begroot op € 1.814,- in beroep (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 907,-) en € 1.814,- in hoger beroep (1 punt voor het hoger beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 907,-), in totaal € 3.628,-. Ook komen de reiskosten die appellante heeft moeten maken voor het bijwonen van de zitting bij de rechtbank en bij de Raad voor vergoeding in aanmerking tot een bedrag van € 72,92 op basis van openbaar vervoer tweede klas.”
“BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 3.700,92;
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van € 187,- vergoedt.”
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 25 juni 2025 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door E.J.J.M. Weyers, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 november 2025.
(getekend) E.J.J.M. Weyers
(getekend) J.A. Achterberg