Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2025-10-30
ECLI:NL:CRVB:2025:1623
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Verzet
1,624 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 30 oktober 2025
24/1811 PW-V, 24/1989 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland- West Brabant van 21 juni 2024, 23/3780 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland (college)
Procesverloop
In de uitspraak van 1 april 2025 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het hoger beroep niet tijdig zijn ingediend.
Appellant heeft verzet ingediend. Het verzet is behandeld op zitting van 18 september 2025. Appellant is verschenen en het college heeft online aan de zitting deelgenomen.
Overwegingen
In verzet heeft appellant, kort samengevat, aangevoerd dat hij de gronden niet op tijd heeft kunnen indienen, omdat hij last heeft van gezondheidsklachten, zijn advocaat zich heeft moeten terugtrekken en appellant meerdere lopende procedures heeft bij de rechtbank waardoor hij het overzicht van verschillende termijnen kwijt is geraakt.
In de uitspraak van 1 april 2025 heeft de Raad overwogen dat appellant meerdere keren uitstel is verleend voor het indienen van gronden. In totaal heeft appellant een termijn van ongeveer 18 weken gekregen om gronden in te dienen. Daarnaast heeft de Raad overwogen dat appellant zijn laatste verzoek om uitstel minder dan een week voor het einde van de termijn heeft ingediend en dat van hem mocht worden verwacht dat hij alert zou zijn op een antwoord van de Raad. Appellant heeft vervolgens geen actie ondernomen toen hij een briefje ontving met de mededeling dat er een aangetekende brief voor hem was.
De Raad overweegt dat de reden die appellant heeft aangevoerd onvoldoende is voor verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. De Raad overweegt dat appellant zelf altijd verantwoordelijk blijft voor het bijhouden en bewaken van termijnen ook als hij meerdere lopende procedures heeft. Gezondheidsklachten kunnen onder omstandigheden een reden zijn om de late indiening van de gronden verschoonbaar te achten, maar in dit geval ziet de Raad daarvoor geen aanleiding. Met de overgelegde verklaringen is niet aannemelijk geworden dat deze van invloed zijn op de mogelijkheden van appellant om de termijnen in zijn procedure te bewaken. Dat de advocaat van appellant zich heeft teruggetrokken was de reden voor het eerder verleende uitstel.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van J. Bonnema als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2025.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) J. Bonnema
Inleiding
Datum uitspraak: 30 oktober 2025
24/1811 PW-V, 24/1989 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland- West Brabant van 21 juni 2024, 23/3780 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland (college)
Procesverloop
In de uitspraak van 1 april 2025 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het hoger beroep niet tijdig zijn ingediend.
Appellant heeft verzet ingediend. Het verzet is behandeld op zitting van 18 september 2025. Appellant is verschenen en het college heeft online aan de zitting deelgenomen.
Overwegingen
In verzet heeft appellant, kort samengevat, aangevoerd dat hij de gronden niet op tijd heeft kunnen indienen, omdat hij last heeft van gezondheidsklachten, zijn advocaat zich heeft moeten terugtrekken en appellant meerdere lopende procedures heeft bij de rechtbank waardoor hij het overzicht van verschillende termijnen kwijt is geraakt.
In de uitspraak van 1 april 2025 heeft de Raad overwogen dat appellant meerdere keren uitstel is verleend voor het indienen van gronden. In totaal heeft appellant een termijn van ongeveer 18 weken gekregen om gronden in te dienen. Daarnaast heeft de Raad overwogen dat appellant zijn laatste verzoek om uitstel minder dan een week voor het einde van de termijn heeft ingediend en dat van hem mocht worden verwacht dat hij alert zou zijn op een antwoord van de Raad. Appellant heeft vervolgens geen actie ondernomen toen hij een briefje ontving met de mededeling dat er een aangetekende brief voor hem was.
De Raad overweegt dat de reden die appellant heeft aangevoerd onvoldoende is voor verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. De Raad overweegt dat appellant zelf altijd verantwoordelijk blijft voor het bijhouden en bewaken van termijnen ook als hij meerdere lopende procedures heeft. Gezondheidsklachten kunnen onder omstandigheden een reden zijn om de late indiening van de gronden verschoonbaar te achten, maar in dit geval ziet de Raad daarvoor geen aanleiding. Met de overgelegde verklaringen is niet aannemelijk geworden dat deze van invloed zijn op de mogelijkheden van appellant om de termijnen in zijn procedure te bewaken. Dat de advocaat van appellant zich heeft teruggetrokken was de reden voor het eerder verleende uitstel.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van J. Bonnema als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2025.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) J. Bonnema