Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2025-10-16
ECLI:NL:CRVB:2025:1552
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
2,752 tokens
Inleiding
24/1830 WLZ
Datum uitspraak: 16 oktober 2025
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 26 juni 2024, 24/207 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het CIZ
SAMENVATTING
Deze uitspraak gaat over de vraag of het CIZ de aanvraag van appellant voor zorg op grond van de Wlz terecht heeft afgewezen. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend. Bij appellant bestaat geen noodzaak tot 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel, waardoor hij niet in aanmerking komt voor Wlz-zorg.
Procesverloop
Namens appellant heeft mr. J. Roose hoger beroep ingesteld.
Het CIZ heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 21 augustus 2025. Voor appellant zijn verschenen mr. Roose, [naam moeder] (moeder van appellant), [naam vader] (vader van appellant) en [naam ambulant begeleider] (ambulant begeleider van appellant). Het CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.E. Koedood en mr. M. Bozdag.
Overwegingen
Inleiding
1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant, geboren in 2005, is bekend met een stoornis in het autistisme spectrum (ASS) en een taalontwikkelingsstoornis (TOS).
1.2.
Appellant heeft op 28 november 2022 een aanvraag ingediend voor zorg als bedoeld in de Wet langdurige zorg (Wlz).
1.3.
Met het besluit van 30 maart 2023, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 30 november 2023 (bestreden besluit), heeft het CIZ die aanvraag afgewezen. Het bestreden besluit berust op het standpunt dat sprake is van de grondslag psychische stoornis, maar dat geen blijvende behoefte aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel kan worden vastgesteld.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft overwogen dat als grondslag niet ook de zintuigelijke handicap kan worden vastgesteld, omdat uit de beschikbare medische informatie niet blijkt dat de TOS op zichzelf staat en de psychische problematiek ondergeschikt is aan de TOS. De rechtbank volgt verder het CIZ in het standpunt dat er geen noodzaak bestaat tot 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel. Appellant is beperkt zelfstandig en een onderbouwing ontbreekt dat er een te verwachten risico is op het overkomen van ernstig nadeel. Uit de verslagen blijkt zonder nuance en voorbehoud dat de voor appellant benodigde zorg planbaar is en dat hij in staat kan worden geacht te alarmeren. Daarmee is niet medisch objectiveerbaar komen vast te staan dat appellant niet in staat is om gedurende 24 uur per dag op relevante momenten hulp in te roepen en dat hij om ernstig nadeel te voorkomen voortdurend begeleiding nodig heeft, dan wel dat planbare zorgmomenten met dagelijkse monitoring niet zouden volstaan. Het CIZ heeft zich op basis van de beschikbare (medische) informatie volgens de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat de blijvende zorgbehoefte (nog) niet kan worden vastgesteld en appellant heeft geen (medische) informatie overgelegd waaruit blijkt dat er bij hem geen ontwikkelingsmogelijkheden en/of behandelmogelijkheden meer bestaan. Gelet op de relatief jonge leeftijd van appellant is nog geen sprake van een eindsituatie.
Het standpunt van appellant
3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Volgens appellant is wel sprake van de grondslag zintuigelijke handicap. Verder heeft de rechtbank een onjuiste maatstaf gehanteerd bij het vaststellen of er een noodzaak is tot 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Appellant heeft daarbij onder meer gewezen op de Memorie van Toelichting bij de Wlz. Daaruit blijkt onder meer dat er ook sprake is van noodzaak tot 24 uur per dag zorg als de zorg bestaat uit passieve zorg. Appellant stelt dat hij regieproblemen heeft die tot ernstig nadeel kunnen leiden.
Beoordeling
4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten. De Raad doet dat aan de hand van de argumenten die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De wettelijke regels die voor de beoordeling van dit hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
4.1.
De te beoordelen periode in deze zaak loopt van 28 november 2022 tot en met 30 november 2023 (datum bestreden besluit).
4.2.
De Memorie van Toelichting bij de Wlz vermeldt over het begrip ernstig nadeel het volgende: “Bij ernstig nadeel voor de verzekerde moet sprake zijn van een te verwachten risico dat de verzekerde het ernstig nadeel zal overkomen. Dit wil zeggen dat het om een reëel risico moet gaan, dat gebaseerd is op onderbouwde verwachtingen. De enkele mogelijkheid dat een bepaald gevaar bestaat of dat een bepaald gevaar relatief vaak voorkomt bij mensen met een bepaalde aandoening, is op zichzelf niet genoeg. (…)”.
4.3.
Naar het oordeel van de Raad heeft het CIZ zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een (reëel) risico, gebaseerd op onderbouwde verwachtingen, dat appellant ernstig nadeel zal overkomen als er geen 24 uur per dag zorg in de nabijheid is. De medisch adviseur heeft in aanmerking genomen dat appellant regelmatig met zijn ambulant begeleider onder meer via whatsapp contact opneemt en haar om hulp vraagt. Hieruit blijkt dat appellant in staat is om zo nodig buiten de geplande zorg om zelf op relevante momenten hulp in te roepen om ernstig nadeel te voorkomen. De stelling van appellant dat hij niet altijd de nodige hulp inroept en dat dat tot ernstig nadeel kan leiden, is niet met medische informatie onderbouwd. Appellant kan zich terugtrekken in zijn eigen wereld als er geen ondersteuning beschikbaar is, maar met de geplande zorgmomenten over de dag heen en zorg op afroep wordt het nadeel van het terugtrekgedrag en het niet kunnen ventileren voldoende ondervangen. Niet is gebleken dat appellant in een situatie van ernstig nadeel komt als er niet direct hulp wordt geboden. De enkele mogelijkheid dat een bepaald gevaar kan ontstaan doordat appellant zich niet goed kan uiten als gevolg van ernstige belemmering in zijn communicatieve zelfredzaamheid door zijn TOS in combinatie met de ASS, betekent niet dat er een noodzaak is voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Het CIZ heeft zich mogen baseren op het advies van de medisch adviseur en heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat appellant niet is aangewezen op 24 uur per dag zorg in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel.
4.5.
Alhoewel het voor de Raad duidelijk is dat appellant veel zorg nodig heeft, is hiermee geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wlz. Appellant komt alleen hierom al niet in aanmerking voor Wlz-zorg. Of sprake is van een grondslag zintuigelijke handicap en of de zorgbehoefte van appellant blijvend is, kan dan ook onbesproken blijven.
Conclusie
4.6.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum als voorzitter en J.J. Janssen en B. Serno als leden, in tegenwoordigheid van N. El Khabazi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2025.
(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
(getekend) N. El Khabazi
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels
Wet langdurige zorg
Artikel 3.2.1, eerste en tweede lid
1. Een verzekerde heeft recht op zorg die op zijn behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden is afgestemd voor zover hij naar aard, inhoud en omvang en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening redelijkerwijs op die zorg is aangewezen omdat hij, vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking, een psychische stoornis of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, een blijvende behoefte heeft aan:
a. permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel voor de verzekerde, of
b. 24 uur per dag zorg in de nabijheid, omdat hij zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen en hij, om ernstig nadeel voor hemzelf te voorkomen,
1°. door fysieke problemen voortdurend begeleiding, verpleging of overname van zelfzorg nodig heeft, of
2°. door zware regieproblemen voortdurend begeleiding of overname van taken nodig heeft.
2. In het eerste lid wordt verstaan onder:
a. blijvend: van niet voorbijgaande aard;
b. permanent toezicht: onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen;
c. ernstig nadeel voor de verzekerde: een situatie waarin de verzekerde:
1. zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;
2. zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;
3. ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;
4. ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt;
d. zelfzorg: de uitvoering van algemene dagelijkse levensverrichtingen waaronder de persoonlijke verzorging en hygiëne en, zo nodig, de verpleegkundige zorg;
e. regieproblemen: beperkingen in het vermogen om een adequaat oordeel te vormen over dagelijks voorkomende situaties op het gebied van sociale redzaamheid, probleemgedrag, psychisch functioneren of geheugen en oriëntatie.
Kamerstukken II 2013/2014, 33891, nr.3
Kamerstukken II 2013/14, 33 891, nr. 3, blz. 147.