Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2024-04-24
ECLI:NL:CRVB:2024:775
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
1,738 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 24 april 2024
19/4543 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 11 oktober 2019, 19/617 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Procesverloop
De Raad heeft op 30 augustus 2023 tussenuitspraak gedaan, gepubliceerd onder ECLI:NL:CRVB:2023:1689.
Op 20 oktober 2023 heeft het Uwv een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Op 31 oktober 2023 heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft op 1 februari 2024 medegedeeld geen bezwaren te hebben tegen de gevraagde proceskostenvergoeding.
Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 20 oktober 2023 volledig aan de bezwaren van appellante tegemoet is gekomen.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten voor verleende rechtsbijstand worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.750,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en op € 2.187,50 in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor de reactie op het deskundigenrapport). In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding € 3.937,50.
Het verzoek om vergoeding van verletkosten wordt afgewezen, omdat dit verzoek niet is onderbouwd met bewijsstukken.
Ook dient het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep
veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.937,50;
bepaalt dat het Uwv aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van
€ 175,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van S. Pouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 april 2024.
(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen
(getekend) S. Pouw
Inleiding
Datum uitspraak: 24 april 2024
19/4543 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 11 oktober 2019, 19/617 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Procesverloop
De Raad heeft op 30 augustus 2023 tussenuitspraak gedaan, gepubliceerd onder ECLI:NL:CRVB:2023:1689.
Op 20 oktober 2023 heeft het Uwv een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Op 31 oktober 2023 heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft op 1 februari 2024 medegedeeld geen bezwaren te hebben tegen de gevraagde proceskostenvergoeding.
Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 20 oktober 2023 volledig aan de bezwaren van appellante tegemoet is gekomen.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten voor verleende rechtsbijstand worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.750,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en op € 2.187,50 in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor de reactie op het deskundigenrapport). In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding € 3.937,50.
Het verzoek om vergoeding van verletkosten wordt afgewezen, omdat dit verzoek niet is onderbouwd met bewijsstukken.
Ook dient het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep
veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.937,50;
bepaalt dat het Uwv aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van
€ 175,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van S. Pouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 april 2024.
(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen
(getekend) S. Pouw