Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2024-03-20
ECLI:NL:CRVB:2024:571
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
1,438 tokens
Inleiding
232102 WIA-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 5 juni 2023, 22/6072 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 20 maart 2024
Zitting heeft: T. Dompeling
Griffier: R. Jansen
Ter zitting zijn verschenen: Appellant, bijgestaan door mr. G.A.S. Maduro, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W. de Rooij-Bal.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar van 17 november 2022 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv het bezwaar tegen de beslissing van 23 maart 2022, waarbij appellant vanaf 1 september 2019 en vanaf 28 juli 2020 volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is geacht, ongegrond verklaard.
De gronden die appellant in beroep heeft aangevoerd heeft de rechtbank uitvoerig besproken. De Raad sluit zich volledig aan bij wat de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft overwogen.
De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie dezelfde gronden als in beroep. De rechtbank wordt gevolgd in het oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep inzichtelijk heeft gemotiveerd dat op de data in geding geen sprake was van duurzame arbeidsongeschiktheid. Het feit dat volgens appellant de door hem gevolgde behandelingen op dit moment nog geen resultaten hebben opgeleverd, is voor de inschatting van de kansen op verbetering ten tijde in geding, 1 september 2019 en 28 juli 2020, niet doorslaggevend. Appellant heeft in hoger beroep zijn standpunt dat wel sprake is van duurzame arbeidsongeschiktheid niet met medische gegevens onderbouwd. In de beschikbare medische gegevens zijn geen aanknopingspunten te vinden die aanleiding geven om te twijfelen aan de uitkomst van het medisch onderzoek door het Uwv. Daarom wordt het verzoek van appellant om een onafhankelijk deskundige te benoemen afgewezen.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) R. Jansen (getekend) T. Dompeling
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep
Inleiding
232102 WIA-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 5 juni 2023, 22/6072 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 20 maart 2024
Zitting heeft: T. Dompeling
Griffier: R. Jansen
Ter zitting zijn verschenen: Appellant, bijgestaan door mr. G.A.S. Maduro, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W. de Rooij-Bal.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar van 17 november 2022 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv het bezwaar tegen de beslissing van 23 maart 2022, waarbij appellant vanaf 1 september 2019 en vanaf 28 juli 2020 volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is geacht, ongegrond verklaard.
De gronden die appellant in beroep heeft aangevoerd heeft de rechtbank uitvoerig besproken. De Raad sluit zich volledig aan bij wat de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft overwogen.
De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd zijn in essentie dezelfde gronden als in beroep. De rechtbank wordt gevolgd in het oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep inzichtelijk heeft gemotiveerd dat op de data in geding geen sprake was van duurzame arbeidsongeschiktheid. Het feit dat volgens appellant de door hem gevolgde behandelingen op dit moment nog geen resultaten hebben opgeleverd, is voor de inschatting van de kansen op verbetering ten tijde in geding, 1 september 2019 en 28 juli 2020, niet doorslaggevend. Appellant heeft in hoger beroep zijn standpunt dat wel sprake is van duurzame arbeidsongeschiktheid niet met medische gegevens onderbouwd. In de beschikbare medische gegevens zijn geen aanknopingspunten te vinden die aanleiding geven om te twijfelen aan de uitkomst van het medisch onderzoek door het Uwv. Daarom wordt het verzoek van appellant om een onafhankelijk deskundige te benoemen afgewezen.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) R. Jansen (getekend) T. Dompeling
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep