Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2024-01-25
ECLI:NL:CRVB:2024:362
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Wraking
2,150 tokens
Inleiding
211553 AW-W-PV
Datum beslissing: 25 januari 2024
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge beslissing op het verzoek om wraking gedaan door
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
Zitting hebben: E. Dijt als voorzitter en E.J.M. Heijs en K.M.P. Jacobs als leden.
Griffier: L.C. van Bentum.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep:
- wijst het verzoek om wraking af;
- bepaalt dat een volgend verzoek om wraking van de behandelend rechters niet in behandeling wordt genomen.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2024. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1.1.
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 24 maart 2021, 19/1430, in een geding tussen verzoekster en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (minister).
1.2.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 januari 2024. De behandelend rechters zijn Y. Sneevliet, H. Lagas en M. Wolfrat (behandelend rechters). Verzoekster is verschenen, bijgestaan door J.P. Sanchez Montoto, advocaat, en [gemachtigde], gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door W.H.C. van Eck en E. Slump. Verzoekster heeft tijdens de zitting verzocht om wraking van de behandeld rechters.
1.3.
Verzoekster en de behandelend rechters zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord op de zitting van 25 januari 2024 van de wrakingskamer. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door Sanchez Montoto en [gemachtigde]. De behandelend rechters zijn ook verschenen.
2.1.
Verzoekster heeft aan haar verzoek om wraking van de behandelend rechters als eerste ten grondslag gelegd dat de behandelend rechters bij de beslissing om de op vrijdag 19 januari 2024 ingestuurde stukken buiten beschouwing te laten vooringenomen zijn geweest.
2.2.
Wraking is niet bedoeld als rechtsmiddel tegen procedurele beslissingen van de rechters die een zaak behandelen. Procedurele beslissingen kunnen alleen leiden tot toewijzing van een wrakingsverzoek indien deze in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen – niet anders kunnen worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die deze heeft gegeven. De procedurele beslissing om de op vrijdag 19 januari 2024 ingestuurde stukken buiten beschouwing te laten kan, in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten, niet worden verstaan als blijk van vooringenomenheid.
2.3.
De tweede grond die verzoekster aan haar wrakingsverzoek ten grondslag heeft gelegd, is dat J.C.F. Talman – die als aanvankelijk behandelend rechter inmiddels met pensioen is – door H. Lagas is vervangen. Die wrakingsgrond kan niet slagen, alleen al omdat verzoekster die grond niet tijdig naar voren heeft gebracht. Verzoekster is bij de medio november 2023 verzonden uitnodiging voor de zitting van 25 januari 2024 al op de hoogte gesteld van de namen van de behandelend rechters.
3. In het feit dat verzoekster tweemaal eerder heeft verzocht om wraking van de behandelend rechters in haar zaak, dat verzoek beide keren heeft ingetrokken en het derde verzoek om wraking wordt afgewezen, ziet de Raad aanleiding voor het oordeel dat sprake is van misbruik. Verzoekster belemmert onnodig de rechtsgang in haar zaak. De Raad zal daarom gebruik maken van de bevoegdheid om te beslissen dat een volgend verzoek van verzoekster om wraking van de behandelend rechters niet in behandeling wordt genomen.
Waarvan proces verbaal
De griffier De voorzitter van de meervoudige kamer
(getekend.) L.C. van Bentum (getekend.) E. Dijt
Vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413.
Inleiding
211553 AW-W-PV
Datum beslissing: 25 januari 2024
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge beslissing op het verzoek om wraking gedaan door
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
Zitting hebben: E. Dijt als voorzitter en E.J.M. Heijs en K.M.P. Jacobs als leden.
Griffier: L.C. van Bentum.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep:
- wijst het verzoek om wraking af;
- bepaalt dat een volgend verzoek om wraking van de behandelend rechters niet in behandeling wordt genomen.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2024. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1.1.
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 24 maart 2021, 19/1430, in een geding tussen verzoekster en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (minister).
1.2.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 januari 2024. De behandelend rechters zijn Y. Sneevliet, H. Lagas en M. Wolfrat (behandelend rechters). Verzoekster is verschenen, bijgestaan door J.P. Sanchez Montoto, advocaat, en [gemachtigde], gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door W.H.C. van Eck en E. Slump. Verzoekster heeft tijdens de zitting verzocht om wraking van de behandeld rechters.
1.3.
Verzoekster en de behandelend rechters zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord op de zitting van 25 januari 2024 van de wrakingskamer. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door Sanchez Montoto en [gemachtigde]. De behandelend rechters zijn ook verschenen.
2.1.
Verzoekster heeft aan haar verzoek om wraking van de behandelend rechters als eerste ten grondslag gelegd dat de behandelend rechters bij de beslissing om de op vrijdag 19 januari 2024 ingestuurde stukken buiten beschouwing te laten vooringenomen zijn geweest.
2.2.
Wraking is niet bedoeld als rechtsmiddel tegen procedurele beslissingen van de rechters die een zaak behandelen. Procedurele beslissingen kunnen alleen leiden tot toewijzing van een wrakingsverzoek indien deze in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen – niet anders kunnen worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die deze heeft gegeven. De procedurele beslissing om de op vrijdag 19 januari 2024 ingestuurde stukken buiten beschouwing te laten kan, in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten, niet worden verstaan als blijk van vooringenomenheid.
2.3.
De tweede grond die verzoekster aan haar wrakingsverzoek ten grondslag heeft gelegd, is dat J.C.F. Talman – die als aanvankelijk behandelend rechter inmiddels met pensioen is – door H. Lagas is vervangen. Die wrakingsgrond kan niet slagen, alleen al omdat verzoekster die grond niet tijdig naar voren heeft gebracht. Verzoekster is bij de medio november 2023 verzonden uitnodiging voor de zitting van 25 januari 2024 al op de hoogte gesteld van de namen van de behandelend rechters.
3. In het feit dat verzoekster tweemaal eerder heeft verzocht om wraking van de behandelend rechters in haar zaak, dat verzoek beide keren heeft ingetrokken en het derde verzoek om wraking wordt afgewezen, ziet de Raad aanleiding voor het oordeel dat sprake is van misbruik. Verzoekster belemmert onnodig de rechtsgang in haar zaak. De Raad zal daarom gebruik maken van de bevoegdheid om te beslissen dat een volgend verzoek van verzoekster om wraking van de behandelend rechters niet in behandeling wordt genomen.
Waarvan proces verbaal
De griffier De voorzitter van de meervoudige kamer
(getekend.) L.C. van Bentum (getekend.) E. Dijt
Vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413.