Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2024-02-14
ECLI:NL:CRVB:2024:295
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
2,252 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 14 februari 2024
20/3864 ZW, 21/2814 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Limburg van 3 november 2020, 19/2972 en 23 juli 2021, 21/197 (aangevallen uitspraken)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Procesverloop
Namens appellante heeft mr. I.M.J.J. Dewarrimont, juriste bij ARAG, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraken, bij de Raad geregistreerd onder de nummers 20/3864 ZW en 21/2814 ZW.
Appellante heeft beide hoger beroepen ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten in beroep.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De hoger beroepen zijn ingetrokken omdat het Uwv in beide zaken aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. Appellante heeft verzocht om vergoeding van kosten van rechtsbijstand in beroep en in hoger beroep en de kosten van de door haar ingeschakelde medisch adviseur D. Erdogan. De factuur van deze medisch adviseur van 28 februari 2020 bedraagt € 2.424,91 en ziet op in totaal afgerond 12 uren.
Op grond van artikel 2, eerste lid aanhef en onder b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt de vergoeding van de kosten van een door een partij ingeschakelde deskundige vastgesteld met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken. Bij het Besluit tarieven in strafzaken 2003 (Bts) zijn deze tarieven vastgesteld. Artikel 6 van het Bts is van toepassing op de vergoeding van het op verzoek van appellante door medisch adviseur Erdogan verrichte onderzoek. In dit artikel is bepaald dat ten hoogste € 129,63 (2020) per uur wordt vergoed. Op grond van artikel 15 van het Bts worden de bedragen verhoogd met de omzetbelasting die daarover is verschuldigd. De kosten van het door medisch adviseur Erdogan opgemaakte rapport worden vergoed tot een bedrag van € 1.882,23 (12 uur * € 129,63 * 1,21 BTW).
Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten van rechtsbijstand van appellante. Deze worden in zaak 20/3864 ZW begroot op € 1.750,- in beroep (1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het bijwonen van de zitting) en € 1.312,50 in hoger beroep (1 punt voor het hogerberoepschrift, 0,5 punt voor de zienswijze na bestuurlijke lus, tegen een tarief van € 875,- per punt), in totaal € 3.062,50. De kosten van rechtsbijstand worden in zaak 21/2814 ZW begroot op € 624,- in bezwaar (1 punt voor het bezwaarschrift), € 875,- in beroep (1 punt voor het beroepschrift) en € 875,- in hoger beroep (1 punt voor het hogerberoepschrift, tegen een tarief van € 875,- per punt), in totaal € 2.374,-. In totaal bedraagt de vergoeding € 7.318,73.
Ook zal de Raad bepalen dat het Uwv het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht vergoedt.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van €7.318,73;
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 360,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door E. Dijt, in tegenwoordigheid van S.C. Scholten als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2024.
(getekend) E. Dijt
(getekend) S.C. Scholten
Inleiding
Datum uitspraak: 14 februari 2024
20/3864 ZW, 21/2814 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Limburg van 3 november 2020, 19/2972 en 23 juli 2021, 21/197 (aangevallen uitspraken)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Procesverloop
Namens appellante heeft mr. I.M.J.J. Dewarrimont, juriste bij ARAG, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraken, bij de Raad geregistreerd onder de nummers 20/3864 ZW en 21/2814 ZW.
Appellante heeft beide hoger beroepen ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten in beroep.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De hoger beroepen zijn ingetrokken omdat het Uwv in beide zaken aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. Appellante heeft verzocht om vergoeding van kosten van rechtsbijstand in beroep en in hoger beroep en de kosten van de door haar ingeschakelde medisch adviseur D. Erdogan. De factuur van deze medisch adviseur van 28 februari 2020 bedraagt € 2.424,91 en ziet op in totaal afgerond 12 uren.
Op grond van artikel 2, eerste lid aanhef en onder b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt de vergoeding van de kosten van een door een partij ingeschakelde deskundige vastgesteld met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken. Bij het Besluit tarieven in strafzaken 2003 (Bts) zijn deze tarieven vastgesteld. Artikel 6 van het Bts is van toepassing op de vergoeding van het op verzoek van appellante door medisch adviseur Erdogan verrichte onderzoek. In dit artikel is bepaald dat ten hoogste € 129,63 (2020) per uur wordt vergoed. Op grond van artikel 15 van het Bts worden de bedragen verhoogd met de omzetbelasting die daarover is verschuldigd. De kosten van het door medisch adviseur Erdogan opgemaakte rapport worden vergoed tot een bedrag van € 1.882,23 (12 uur * € 129,63 * 1,21 BTW).
Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten van rechtsbijstand van appellante. Deze worden in zaak 20/3864 ZW begroot op € 1.750,- in beroep (1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het bijwonen van de zitting) en € 1.312,50 in hoger beroep (1 punt voor het hogerberoepschrift, 0,5 punt voor de zienswijze na bestuurlijke lus, tegen een tarief van € 875,- per punt), in totaal € 3.062,50. De kosten van rechtsbijstand worden in zaak 21/2814 ZW begroot op € 624,- in bezwaar (1 punt voor het bezwaarschrift), € 875,- in beroep (1 punt voor het beroepschrift) en € 875,- in hoger beroep (1 punt voor het hogerberoepschrift, tegen een tarief van € 875,- per punt), in totaal € 2.374,-. In totaal bedraagt de vergoeding € 7.318,73.
Ook zal de Raad bepalen dat het Uwv het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht vergoedt.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van €7.318,73;
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 360,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door E. Dijt, in tegenwoordigheid van S.C. Scholten als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2024.
(getekend) E. Dijt
(getekend) S.C. Scholten