Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2024-11-14
ECLI:NL:CRVB:2024:2224
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
1,890 tokens
Inleiding
24/360 AOW
Datum uitspraak: 14 november 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 december 2023, 23/3943 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
SAMENVATTING
Deze zaak gaat over de vraag of de Svb terecht een ouderdomspensioen op grond van de AOW heeft toegekend naar de norm van een gehuwde. De Raad oordeelt dat deze toekenning terecht is, omdat appellant en zijn echtgenote niet duurzaam gescheiden van elkaar leven.
Procesverloop
Namens appellant heeft mr. B.B.A. Willering, advocaat, hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 3 oktober 2024. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Willering. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.A. van der Vlist.
Overwegingen
Inleiding
1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant is op [datum 1] 1991 gehuwd met zijn echtgenote. Op 6 augustus 2022 heeft hij een AOW-pensioen bij de Svb aangevraagd. In de aanvraag heeft appellant vermeld dat hij gehuwd is maar sinds 2017 apart leeft van zijn echtgenote. Hierop is de Svb een onderzoek gestart naar de leefsituatie van appellant en zijn echtgenote. Appellant en zijn echtgenote hebben in dat kader elk een vragenformulier over hun leefsituatie ingevuld.
1.2.
Met een besluit van 24 februari 2023 heeft de Svb aan appellant met ingang van [datum 2] 2022 een AOW-pensioen toegekend naar de norm van een gehuwde. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit is met een besluit van 12 juni 2023 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Volgens de Svb moet appellant als gehuwd worden aangemerkt nu hij niet duurzaam gescheiden leeft van zijn echtgenote.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een situatie van een duurzaam gescheiden leven.
Het standpunt van appellant
3. Appellant is het niet met de uitspraak eens. Appellant stelt dat de enige financiële verstrengeling is dat hij een soort alimentatie betaalt aan zijn echtgenote. Verder is er sprake van sporadisch contact.
Beoordeling
4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten. Dat doet hij aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De wettelijke regels die voor de behandeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage van deze uitspraak.
4.1.
In beginsel heeft appellant omdat hij gehuwd is recht op een gehuwden pensioen. Dat is alleen anders als sprake is van een uitzonderingssituatie: als ongehuwd wordt aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
4.2.
Volgens appellant is sprake van een gewilde verbreking van de huwelijkse samenleving. In die situatie legt de Raad het begrip duurzaam gescheiden leven als volgt uit. Gehuwde mensen leven pas duurzaam gescheiden als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
a. a) ten minste één van hen wil de huwelijkse samenleving verbreken;
b) ieder van hen leidt afzonderlijk een eigen leven alsof hij of zij niet met de ander is gehuwd;
c) ten minste één van hen bedoelt deze situatie als blijvend.
Of aan deze voorwaarden wordt voldaan, moet blijken uit de feitelijke omstandigheden. Daarvoor is niet voldoende dat betrokkenen hun hoofdverblijf niet hebben in dezelfde woning. De huwelijkse samenleving kan namelijk bestaan zonder dat de echtgenoten samenwonen. Voor de beoordeling of mensen duurzaam gescheiden leven is verder niet van belang om welke redenen zij de huwelijkse samenleving niet (of nog niet, niet meer of niet opnieuw) hebben verbroken.
4.3.
De Raad is van oordeel dat van duurzaam gescheiden leven geen sprake is. Uit de verklaringen van appellant en zijn echtgenote blijkt dat zij een gezamenlijke bankrekening hebben waar appellant maandelijks een bedrag voor levensonderhoud op stort voor zijn echtgenote. Ter zitting heeft hij verklaard dat het gaat om een bedrag van rond de € 2.000,-. Over de hoogte van het bedrag zijn geen afspraken vastgelegd. Verder hebben appellant en zijn echtgenote via telefoon en internet contact en gaan zij een aantal keren per jaar samen uit eten. Appellant komt ook een paar keer per jaar bij zijn echtgenote thuis en heeft voor noodgevallen de sleutel van de woning van zijn echtgenote. Dit alles bij elkaar genomen duidt niet op een situatie waarin appellant en zijn echtgenote een eigen leven leiden alsof zij niet met elkaar gehuwd zijn. Dat appellant om hem moverende redenen geen echtscheiding wenst, maakt niet dat sprake is van een uitzonderingssituatie. De Svb is er terecht vanuit gegaan dat appellant niet duurzaam gescheiden leeft van zijn echtgenote en dus als gehuwd moet worden aangemerkt.
Conclusie
4.4.
Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de toekenning van het AOW-pensioen per [datum 2] 2022 naar de norm van een gehuwde in stand blijft.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door A. van Gijzen, in tegenwoordigheid van S.S. Blok als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 november 2024.
(getekend) A. van Gijzen
(getekend) S.S. Blok
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20300, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip duurzaam gescheiden leven.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wettelijke regels
Artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene Ouderdomswet
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt:
b. als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
Artikel 9, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet
Deze wet kent een bruto-ouderdomspensioen voor:
a. de ongehuwde pensioengerechtigde;
b. de gehuwde pensioengerechtigde.
Algemene Ouderdomswet.
Artikel 9 van de AOW.
Artikel 1, derde lid aanhef onder b, van de AOW.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 14 april 2022, ECLI:N:CRVB:2022:821.