Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2024-09-05
ECLI:NL:CRVB:2024:1797
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
811 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 5 september 2024
22/3682 TONK-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 22 november 2022, ROT 22/4179 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het Drechtstedenbestuur
Procesverloop
In de uitspraak van 16 januari 2024 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is behandeld op de zitting van 11 juli 2024. Appellant is digitaal op zitting verschenen. Het Drechtstedenbestuur is niet op zitting verschenen.
Overwegingen
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van rechtbank Rotterdam van 22 november 2022.
De rechtbank heeft in de uitspraak van 22 november 2022 het verzoek om herziening van appellant niet-ontvankelijk verklaard, omdat appellant misbruik maakt van recht. Het herzieningsverzoek is afgedaan met toepassing van artikel 8:54 Algemene wet bestuursrecht (Awb), dus zonder appellant in de gelegenheid te stellen op zitting te worden gehoord.
Op grond van vaste rechtspraak (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 15 augustus 2017 van de Raad, ECLI:NL:CRVB:2017:2804) is de Raad niet bevoegd kennis te nemen van een hoger beroep dat zich richt tegen de niet-ontvankelijkverklaring door de rechtbank van een verzoek om herziening als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid van de Awb.
Appellant is van mening dat dit in deze zaak anders zou moeten zijn omdat hij niet is gehoord over het oordeel dat sprake is van misbruik van recht. Hij wijst daarbij onder andere op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 29 september 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:3918).
De Raad is echter van oordeel dat de onderhavige situatie verschilt van de situatie in de uitspraak waar appellant naar verwijst. In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld, terwijl hij verzet had moeten instellen. Weliswaar staat onder de uitspraak van de rechtbank dat hoger beroep open staat, maar dat is niet juist. De Raad zal het hoger beroepschrift doorsturen aan de rechtbank ter behandeling als verzet. Dat appellant niet is gehoord in de procedure op het herzieningsverzoek is dus geen aanleiding om het appelverbod te doorbreken. Ook de andere aangevoerde verzetsgronden geven daartoe geen aanleiding.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van E.P.J.M. Claerhoudt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 september 2024.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) E.P.J.M. Claerhoudt