Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2024-08-01
ECLI:NL:CRVB:2024:1591
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
703 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 1 augustus 2024
23/199 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 november 2022, 22/2034 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (Marokko) (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Procesverloop
De Raad heeft het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak van 19 april 2023 niet ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de Raad het hoger beroep niet inhoudelijk in behandeling kan nemen.
Appellant heeft verzet ingediend.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 11 juli 2024. Partijen zijn niet verschenen.
Overwegingen
De Raad heeft het hoger beroep van appellant in de uitspraak van 19 april 2023 nietontvankelijk verklaard omdat het hoger beroepschrift niet tijdig is ingediend.
De laatste dag waarop op tijd een hoger beroepschrift kon worden ingediend was 2 januari 2023. Het door appellant ingediende hoger beroepschrift is gedateerd op 1 januari 2023, maar het is blijkens de poststempel op 4 januari 2023 ter post bezorgd en is op 17 januari 2023 bij de Raad ontvangen. De termijn voor het indienen van hoger beroep is dus overschreden.
In zijn verzetschrift stelt appellant dat hij op tijd het hoger beroepschrift heeft ingediend.
De Raad is van oordeel dat appellant geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest.
In een brief van 23 maart 2023 heeft appellant verklaard dat hij zijn hoger beroepschrift per aangetekende post uit Marokko heeft verstuurd en dat die aangetekende brief misschien bij de PTT in Marokko of in Nederland is gebleven.
Zoals de Raad hierboven al heeft opgemerkt, blijkt uit de poststempel dat het hoger beroepschrift op 4 januari 2023 ter post is bezorgd en dit is na afloop van de hoger beroepstermijn.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van E.P.J.M. Claerhoudt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2024.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) E.P.J.M. Claerhoudt