Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2024-07-25
ECLI:NL:CRVB:2024:1534
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
876 tokens
Inleiding
20/4003 WIA, 20/4004 WIA
Datum uitspraak: 25 juli 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
16 oktober 2020, 19/3945 en 19/3946 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Procesverloop
Namens appellante heeft mr. E. van den Bogaard, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 21 november 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Op 15 december 2023 heeft mr. Van den Bogaard namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 21 november 2023 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak al een proceskostenveroordeling uitgesproken inzake het beroep, dat was gericht tegen het besluit van 16 juli 2019, en het Uwv veroordeeld tot vergoeding van griffierecht.
Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep tegen het vervangingsbesluit van 24 december 2019 en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.312,50 in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en een 1/2 punt voor het indienen van een zienswijze) en € 1.312,50 in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift en een 1/2 punt voor het indienen van een zienswijze).
Ook dient het Uwv het door appellante in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden.BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 2.625,-;
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 131,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door E.J.J.M. Weyers, in tegenwoordigheid van E.X.R. Yi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2024.
(getekend) E.J.J.M. Weyers
(getekend) E.X.R. Yi