Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2024-07-11
ECLI:NL:CRVB:2024:1422
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
844 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 11 juli 2024
23/2855 ONBEK
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, 22/1702
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
Overwegingen
Artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat het beroepschrift wordt ondertekend en ten minste een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht bevat. In het tweede lid is bepaald dat bij het beroepschrift zo mogelijk een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft, wordt overgelegd. Ingevolge artikel 6:24 van de Awb zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Bij het ingediende beroepschrift is geen aangevallen uitspraak overgelegd. Evenmin is uit dit beroepschrift af te leiden tegen welke uitspraak het is gericht. Zo ontbreekt de datum van de uitspraak en is ook niet duidelijk welk bestuursorgaan de andere (verwerende) partij is.
Bij brief van 11 oktober 2023 heeft de Raad appellante verzocht binnen vier weken een kopie te zenden van de aangevallen uitspraak.
Appellante heeft niet op deze brief gereageerd.
Bij brief van 29 november 2023 heeft de Raad appellante de brief van 11 oktober 2023 in herinnering gebracht en is appellante verzocht binnen vier weken te reageren op deze brief.
Appellante heeft ook niet op deze brief gereageerd.
Bij aangetekende brief van 22 februari 2024 heeft de Raad appellante nogmaals verzocht binnen vier weken na de datum van deze brief een kopie van de uitspraak van de rechtbank toe te zenden. Daarbij is erop gewezen dat het hoger beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden, indien appellante de uitspraak niet toezendt.
De Raad heeft niets meer van appellante vernomen en kan niet vaststellen tegen welke uitspraak het hoger beroep is gericht, omdat dit niet uit het beroepschrift kan worden opgemaakt.
Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Het hoger beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door C. Karman, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2024.
(getekend) C. Karman
(getekend) A. Giesen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.