Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2024-06-06
ECLI:NL:CRVB:2024:1167
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
589 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 6 juni 2024
23/3382 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak tot vervallenverklaring van de uitspraak van de Raad van 3 april 2024, 23/3382 WIA
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Procesverloop
De Raad heeft vastgesteld dat bij de totstandkoming van zijn uitspraak van 3 april 2024, als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een administratieve omissie heeft plaatsgevonden.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een vervallenverklaring van de uitspraak.
Partijen hebben van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Overwegingen
De Raad heeft bij zijn uitspraak van 3 april 2024 het hoger beroep van appellante kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat de gronden van het hoger beroep niet ingediend zouden zijn. Nadien is gebleken dat de gronden van het hoger beroep tijdig op 11 maart 2024 door de Raad zijn ontvangen.
Dit betekent dat de uitspraak van 3 april 2024 niet tot stand had mogen komen. De Raad ziet hierin aanleiding die uitspraak vervallen te verklaren.
Bij brief van 10 april 2024 zijn partijen in de gelegenheid gesteld om binnen drie weken op dit voornemen te reageren.
Partijen hebben niet gereageerd op deze brief en daarom gaat de Raad over tot vervallenverklaring van de uitspraak.
Na de vervallenverklaring van de uitspraak zal het onderzoek worden voortgezet in de stand waarin het zich bevond toen de kennisgeving werd verzonden. De zaak zal door een andere kamer van de Raad opnieuw worden behandeld.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart zijn uitspraak van 3 april 2023, 23/3382 WIA, vervallen.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2024.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) A. Giesen