Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2024-05-24
ECLI:NL:CRVB:2024:1082
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Verzet
625 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 24 mei 2024
22/3820 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 oktober 2022, 22/1809 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Procesverloop
In de uitspraak van 31 mei 2023 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is behandeld op de zitting van 12 april 2024. Beide partijen zijn niet verschenen
Overwegingen
De Raad heeft het hoger beroep van appellante in de uitspraak van 31 mei 2023 nietontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In verzet heeft appellant aangegeven dat hij het griffierecht reeds heeft betaald.
De Raad stelt vast dat de stellingen van appellant in zijn verzetschrift niet slagen. Bij het verzetschrift zat een bankafschrift waarop een afschrijving van € 136,- te zien is. Deze afschrijving is van 16 juni 2022 en heeft betrekking op een andere zaak. Het verschuldigde griffierecht in deze zaak is nog niet betaald. Appellant heeft geen andere redenen aangevoerd waarom het griffierecht in deze procedure nog niet betaald is.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van S.C. Scholten als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2024.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) S.C. Scholten
DECISION
Le Centrale Raad van Beroep (conseil central d’appel) déclare l’opposition non fondée.
Ce verdict a été fait par J.C. Boeree en presence de S.C. Scholten en qualité de greffier. La décision a été prononcée en public le 24 mai 2024.
(Signé) J.C. Boeree
(Signé) S.C. Scholten