Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2023-05-24
ECLI:NL:CRVB:2023:993
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
4,260 tokens
Inleiding
22/1629 AOW
Datum uitspraak: 24 mei 2023
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 april 2022, 21/5426 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats 1] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Procesverloop
Met een besluit van 25 januari 2021 heeft de Svb aan appellant een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend met een korting van 24%. Appellant heeft daartegen bezwaar gemaakt. De Svb heeft met een besluit van 27 september 2021 (bestreden besluit) het bezwaar gegrond verklaard en een ouderdomspensioen toegekend met een korting van 20%.
Appellant heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep ongegrond verklaard.
Namens appellant heeft mr. M.I. L’Ghdas hoger beroep ingesteld en een nader stuk aan de Raad toegestuurd. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 april 2023. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L’Ghdas. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. N. Diamant.
Overwegingen
Samenvatting
In geschil is of appellant terecht als niet verzekerd voor de AOW is aangemerkt over de periode van 1979 tot 21 juni 1981. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in die periode verzekerd is geweest voor de AOW. De stukken die appellant heeft ingebracht bieden onvoldoende aanknopingspunten voor zijn stelling dat hij vanaf 1979 in Nederland woonde. De Svb heeft terecht een korting van 20% op het ouderdomspensioen toegepast.
Inleiding
1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant heeft bij zijn aanvraag om een ouderdomspensioen op grond van de AOW aangegeven dat hij vanaf 1979 in Amsterdam heeft gewoond en van 29 september 1981 tot april 1987 heeft gewerkt bij Korrekt bedrijfsdiensten. Met ingang van 28 maart 1988 heeft appellant een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ontvangen en op 2 december 1989 is hij met behoud van zijn WAO-uitkering naar Marokko teruggekeerd. Vanaf 1 januari 2000 heeft appellant zich onder meer vrijwillig verzekerd voor de AOW.
1.2.
Bij besluit van 25 januari 2021 heeft de Svb aan appellant met ingang van november 2020 een ouderdomspensioen naar de norm van een gehuwde toegekend. Op het ouderdomspensioen is een korting toegepast van 24% vanwege (afgerond) 12 niet verzekerde jaren. Appellant wordt niet verzekerd geacht over de tijdvakken 1 november 1970 tot en met 21 juni 1981 en van 1 januari 2019 tot en met 31 oktober 2020.
1.3.
In het bestreden besluit heeft de Svb het bezwaar van appellant tegen het besluit van 25 januari 2021 gegrond verklaard. Daarbij is de korting op het ouderdomspensioen gewijzigd naar 20%. Appellant wordt niet verzekerd geacht over het tijdvak 1 november 1970 tot en met 21 juni 1981. Daarbij heeft de Svb de inschrijving in het Schakelregister als uitgangspunt genomen bij de aanvangsdatum van de verzekering voor de AOW.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat hij sinds 1979 in Nederland is komen wonen. De overgelegde verklaring van [naam 1] die heeft verklaard in 1977 samengewoond te hebben met appellant op de [adres 1] in Amsterdam en de verklaring van [naam 2] die heeft verklaard in 1977 met appellant te hebben samengewoond op de [adres 2] in Amsterdam zijn verklaringen naar eer en geweten. Deze verklaringen zijn dus geen objectieve stukken waaruit volgt dat appellant in 1979 in Nederland woonde of stond ingeschreven in Nederland. Op het stuk waaruit blijkt dat appellant een Nederlandse bankrekening heeft geopend is wel als adres [adres 1] (I) Amsterdam opgegeven, maar op dat stuk staat geen datum vermeld. Uit de door appellant overgelegde stukken blijkt dus wel dat appellant op enig moment op de [adres 1] heeft gewoond, maar niet precies in welke periode dit is geweest. Appellant heeft met deze stukken daarom niet aannemelijk gemaakt dat hij in 1979 in Nederland is komen wonen. De Svb heeft uit kunnen gaan van het Schakelregister waarin is geregistreerd dat appellant in juni 1981 naar Nederland is gekomen en heeft terecht een AOW-pensioen toegekend met een korting van 20%.
Standpunten van partijen
3.1.
Appellant heeft herhaald dat hij al in 1977 naar Nederland is gekomen en zich in 1979 definitief in Nederland heeft gevestigd. Hij heeft gewezen op de ook in beroep overgelegde verklaringen van [naam 1] en [naam 2] met wie hij in 1977 in Amsterdam heeft samengewoond. Appellant heeft in hoger beroep nog een kopie van een stuk van het Marokkaanse Consulaat in Amsterdam ingebracht waarin als datum van binnenkomst in Nederland 1977 is vermeld. Volgens appellant blijkt uit deze stukken dat hij al vanaf 1977 in Nederland verblijft. Andere stukken ter onderbouwing van zijn standpunt kan appellant niet leveren. Door het tijdsverloop verkeert hij in bewijsnood.
3.2.
De Svb is van mening dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij voor 21 juni 1981 al in Nederland woonde en/of werkte. Er zijn geen objectief verifieerbare stukken om verzekering vanaf 1979 aan te nemen. Het stuk van het Marokkaanse consulaat roept vraagtekens op. Zo is daarin vermeld dat appellant in 1977 een adres had in Groningen en zijn er ook twijfels over de dagtekening van het stuk. Maar ook als wordt uitgegaan van de juistheid van de gegevens in dat stuk is niet vast te stellen of appellant vanaf 1979 verzekerd was voor de AOW.
Beoordeling
4.1.
In geschil is of appellant terecht als niet verzekerd voor de AOW is aangemerkt over de periode van 1979 tot 21 juni 1981.
4.2.
De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en de motivering waarop die berusten en verwijst daarnaar. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij al eerder dan op 21 juni 1981 naar Nederland is gekomen. De door hem in beroep ingebrachte verklaringen van twee oud-medebewoners zijn niet aan te merken als objectieve gegevens en hebben daarom op zichzelf onvoldoende bewijskracht. Zij worden ook niet ondersteund met objectief verifieerbare stukken. De in hoger beroep overgelegde kopie van een stuk van het Marokkaanse Consulaat is onvoldoende om appellant vanaf 1979 tot 21 juni 1981 als verzekerde voor de AOW aan te merken, alleen al omdat over die periode in dat stuk elk aanknopingspunt ontbreekt. Objectief verifieerbare stukken die zien op de periode in geding zijn door appellant niet ingebracht. De Svb heeft daarom mogen aansluiten bij de gegevens uit het Schakelregister waarin is geregistreerd dat appellant op 21 juni 1981 vanuit Marokko naar Nederland is gekomen.
Conclusie
4.3.
Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. De Svb heeft terecht een ouderdomspensioen toegekend met een korting van 20%.
5. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in tegenwoordigheid van D. Al-Zubaidi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2023.
(getekend) M. Wolfrat
(getekend) D. Al-Zubaidi
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d’appel Centrale),
Statue:
Confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par M. Wolfrat en présence de D. Al-Zubaidi en qualité de greffier, ainsi qua prononcée en public, le 24 mai 2023.
Inleiding
22/1629 AOW
Datum uitspraak: 24 mei 2023
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 april 2022, 21/5426 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats 1] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Procesverloop
Met een besluit van 25 januari 2021 heeft de Svb aan appellant een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend met een korting van 24%. Appellant heeft daartegen bezwaar gemaakt. De Svb heeft met een besluit van 27 september 2021 (bestreden besluit) het bezwaar gegrond verklaard en een ouderdomspensioen toegekend met een korting van 20%.
Appellant heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep ongegrond verklaard.
Namens appellant heeft mr. M.I. L’Ghdas hoger beroep ingesteld en een nader stuk aan de Raad toegestuurd. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 april 2023. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L’Ghdas. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. N. Diamant.
Overwegingen
Samenvatting
In geschil is of appellant terecht als niet verzekerd voor de AOW is aangemerkt over de periode van 1979 tot 21 juni 1981. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in die periode verzekerd is geweest voor de AOW. De stukken die appellant heeft ingebracht bieden onvoldoende aanknopingspunten voor zijn stelling dat hij vanaf 1979 in Nederland woonde. De Svb heeft terecht een korting van 20% op het ouderdomspensioen toegepast.
Inleiding
1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant heeft bij zijn aanvraag om een ouderdomspensioen op grond van de AOW aangegeven dat hij vanaf 1979 in Amsterdam heeft gewoond en van 29 september 1981 tot april 1987 heeft gewerkt bij Korrekt bedrijfsdiensten. Met ingang van 28 maart 1988 heeft appellant een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ontvangen en op 2 december 1989 is hij met behoud van zijn WAO-uitkering naar Marokko teruggekeerd. Vanaf 1 januari 2000 heeft appellant zich onder meer vrijwillig verzekerd voor de AOW.
1.2.
Bij besluit van 25 januari 2021 heeft de Svb aan appellant met ingang van november 2020 een ouderdomspensioen naar de norm van een gehuwde toegekend. Op het ouderdomspensioen is een korting toegepast van 24% vanwege (afgerond) 12 niet verzekerde jaren. Appellant wordt niet verzekerd geacht over de tijdvakken 1 november 1970 tot en met 21 juni 1981 en van 1 januari 2019 tot en met 31 oktober 2020.
1.3.
In het bestreden besluit heeft de Svb het bezwaar van appellant tegen het besluit van 25 januari 2021 gegrond verklaard. Daarbij is de korting op het ouderdomspensioen gewijzigd naar 20%. Appellant wordt niet verzekerd geacht over het tijdvak 1 november 1970 tot en met 21 juni 1981. Daarbij heeft de Svb de inschrijving in het Schakelregister als uitgangspunt genomen bij de aanvangsdatum van de verzekering voor de AOW.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat hij sinds 1979 in Nederland is komen wonen. De overgelegde verklaring van [naam 1] die heeft verklaard in 1977 samengewoond te hebben met appellant op de [adres 1] in Amsterdam en de verklaring van [naam 2] die heeft verklaard in 1977 met appellant te hebben samengewoond op de [adres 2] in Amsterdam zijn verklaringen naar eer en geweten. Deze verklaringen zijn dus geen objectieve stukken waaruit volgt dat appellant in 1979 in Nederland woonde of stond ingeschreven in Nederland. Op het stuk waaruit blijkt dat appellant een Nederlandse bankrekening heeft geopend is wel als adres [adres 1] (I) Amsterdam opgegeven, maar op dat stuk staat geen datum vermeld. Uit de door appellant overgelegde stukken blijkt dus wel dat appellant op enig moment op de [adres 1] heeft gewoond, maar niet precies in welke periode dit is geweest. Appellant heeft met deze stukken daarom niet aannemelijk gemaakt dat hij in 1979 in Nederland is komen wonen. De Svb heeft uit kunnen gaan van het Schakelregister waarin is geregistreerd dat appellant in juni 1981 naar Nederland is gekomen en heeft terecht een AOW-pensioen toegekend met een korting van 20%.
Standpunten van partijen
3.1.
Appellant heeft herhaald dat hij al in 1977 naar Nederland is gekomen en zich in 1979 definitief in Nederland heeft gevestigd. Hij heeft gewezen op de ook in beroep overgelegde verklaringen van [naam 1] en [naam 2] met wie hij in 1977 in Amsterdam heeft samengewoond. Appellant heeft in hoger beroep nog een kopie van een stuk van het Marokkaanse Consulaat in Amsterdam ingebracht waarin als datum van binnenkomst in Nederland 1977 is vermeld. Volgens appellant blijkt uit deze stukken dat hij al vanaf 1977 in Nederland verblijft. Andere stukken ter onderbouwing van zijn standpunt kan appellant niet leveren. Door het tijdsverloop verkeert hij in bewijsnood.
3.2.
De Svb is van mening dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij voor 21 juni 1981 al in Nederland woonde en/of werkte. Er zijn geen objectief verifieerbare stukken om verzekering vanaf 1979 aan te nemen. Het stuk van het Marokkaanse consulaat roept vraagtekens op. Zo is daarin vermeld dat appellant in 1977 een adres had in Groningen en zijn er ook twijfels over de dagtekening van het stuk. Maar ook als wordt uitgegaan van de juistheid van de gegevens in dat stuk is niet vast te stellen of appellant vanaf 1979 verzekerd was voor de AOW.
Beoordeling
4.1.
In geschil is of appellant terecht als niet verzekerd voor de AOW is aangemerkt over de periode van 1979 tot 21 juni 1981.
4.2.
De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en de motivering waarop die berusten en verwijst daarnaar. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij al eerder dan op 21 juni 1981 naar Nederland is gekomen. De door hem in beroep ingebrachte verklaringen van twee oud-medebewoners zijn niet aan te merken als objectieve gegevens en hebben daarom op zichzelf onvoldoende bewijskracht. Zij worden ook niet ondersteund met objectief verifieerbare stukken. De in hoger beroep overgelegde kopie van een stuk van het Marokkaanse Consulaat is onvoldoende om appellant vanaf 1979 tot 21 juni 1981 als verzekerde voor de AOW aan te merken, alleen al omdat over die periode in dat stuk elk aanknopingspunt ontbreekt. Objectief verifieerbare stukken die zien op de periode in geding zijn door appellant niet ingebracht. De Svb heeft daarom mogen aansluiten bij de gegevens uit het Schakelregister waarin is geregistreerd dat appellant op 21 juni 1981 vanuit Marokko naar Nederland is gekomen.
Conclusie
4.3.
Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. De Svb heeft terecht een ouderdomspensioen toegekend met een korting van 20%.
5. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in tegenwoordigheid van D. Al-Zubaidi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2023.
(getekend) M. Wolfrat
(getekend) D. Al-Zubaidi
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d’appel Centrale),
Statue:
Confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par M. Wolfrat en présence de D. Al-Zubaidi en qualité de greffier, ainsi qua prononcée en public, le 24 mai 2023.