Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2023-05-24
ECLI:NL:CRVB:2023:991
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
3,176 tokens
Inleiding
22/1855 ANW
Datum uitspraak: 24 mei 2023
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 april 2022, 21/4763 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Procesverloop
Met een besluit van 12 februari 2021 heeft de Svb het verzoek om herziening van een besluit van 30 oktober 2015 afgewezen. Appellante heeft daartegen bezwaar gemaakt. De Svb is met een besluit van 30 juli 2021 (bestreden besluit) bij de afwijzing van het verzoek om herziening gebleven.
Appellante heeft tegen dat besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep ongegrond verklaard.
Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 12 april 2023. Partijen zijn niet verschenen.
Overwegingen
Samenvatting
In deze zaak moet worden beoordeeld of de Svb terecht het verzoek om herziening van het besluit van 30 oktober 2015 heeft afgewezen. In dat besluit was nabestaandenuitkering aan appellante geweigerd omdat haar echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW. De Raad is het eens met de rechtbank dat appellante geen feiten en omstandigheden heeft vermeld die moeten leiden tot herziening van dat besluit. De echtgenoot van appellante was ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd voor de ANW en daarom is terecht nabestaandenuitkering geweigerd.
Inleiding
1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellante is geboren in 1967 en woont in Marokko. Haar echtgenoot, geboren in 1931, was ten tijde van zijn overlijden op 28 december 2014 eveneens woonachtig in Marokko. Hij ontving tot zijn overlijden een ouderdomspensioen op grond van de AOW. Appellante was de tweede echtgenote van haar echtgenoot. Appellante heeft een nabestaandenuitkering op grond van de ANW aangevraagd.
1.2.
Bij besluit van 30 oktober 2015 heeft de Svb geweigerd om appellante een nabestaandenuitkering op grond van de ANW toe te kennen, omdat haar echtgenoot op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW. De door appellante tegen dit besluit aanhangig gemaakte procedure heeft geleid tot een uitspraak van deze Raad van 20 januari 2017, waarbij de weigering van de nabestaandenuitkering in stand is gebleven.
1.3.
Op 5 februari 2021 heeft appellante de Svb verzocht het besluit van 30 oktober 2015 te herzien en aan haar alsnog een nabestaandenuitkering toe te kennen. Bij besluit van 12 februari 2021 heeft de Svb dit verzoek om herziening geweigerd. Het bezwaar van appellante tegen het besluit van 12 februari 2021 is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat appellante geen nieuwe gegevens naar voren heeft gebracht waaruit blijkt dat haar echtgenoot toen hij overleed wel verzekerd was voor de ANW. Ook heeft appellante niets aangevoerd waaruit blijkt dat het besluit van 30 oktober 2015 onmiskenbaar onjuist was. De Svb heeft daardoor het herzieningsverzoek naar het verleden toe kunnen afwijzen. De Svb heeft ook voor de toekomst het verzoek om herziening kunnen afwijzen omdat niet is komen vast te staan dat de echtgenoot op de dag van zijn overlijden verzekerd was voor de ANW. Het feit dat de eerste echtgenote wel een uitkering ontvangt, komt omdat zij een AOWpensioen ontvangt. Verder heeft de rechtbank overwogen dat de situatie dat zij oud en ziek is geworden, onder zware omstandigheden leeft en niemand heeft die voor haar zorgt, geen omstandigheid is die tot toekenning van uitkering kan leiden.
Het standpunt van appellant
3. Appellante heeft herhaald dat zij de tweede vrouw is van haar echtgenoot en dat ze niet begrijpt dat de eerste vrouw wel een betaling krijgt en zij niet. Na het overlijden van haar echtgenoot leeft ze onder zware omstandigheden, is ze oud en ziek geworden en neemt ze regelmatig medicijnen. Ze heeft niemand om haar te helpen.
Beoordeling
4.1.
De Raad begrijpt dat appellante in moeilijke omstandigheden leeft omdat zij geen enkel inkomen meer heeft sinds het overlijden van haar echtgenoot. Dit kan echter niet leiden tot toekenning van een nabestaandenuitkering op grond van de ANW. De Raad volgt het oordeel van de rechtbank en de motivering waarop dat berust en verwijst daarnaar. In hoger beroep heeft appellante niets aangevoerd wat een ander licht werpt op de zaak. De echtgenoot was ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd voor de ANW. Uit het dossier blijkt dat de eerste echtgenote een ouderdomspensioen op grond van de AOW ontvangt. Dit AOW-pensioen is gebaseerd op de verzekerde tijdvakken van haar echtgenoot tijdens het huwelijk. Hiervoor komt appellante niet in aanmerking.
Conclusie
4.2.
Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Appellante heeft geen recht op een nabestaandenuitkering op grond van de ANW.
5. Appellante krijgt daarom geen vergoeding voor haar proceskosten. Zij krijgt ook het betaalde griffierecht niet terug.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in tegenwoordigheid van D. Al-Zubaidi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2023.
(getekend) M. Wolfrat
(getekend) D. Al-Zubaidi
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.
Algemene nabestaandenwet.
Algemene Ouderdomswet.
ECLI:NL:CRVB:2017:213.
Inleiding
22/1855 ANW
Datum uitspraak: 24 mei 2023
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 april 2022, 21/4763 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Procesverloop
Met een besluit van 12 februari 2021 heeft de Svb het verzoek om herziening van een besluit van 30 oktober 2015 afgewezen. Appellante heeft daartegen bezwaar gemaakt. De Svb is met een besluit van 30 juli 2021 (bestreden besluit) bij de afwijzing van het verzoek om herziening gebleven.
Appellante heeft tegen dat besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep ongegrond verklaard.
Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 12 april 2023. Partijen zijn niet verschenen.
Overwegingen
Samenvatting
In deze zaak moet worden beoordeeld of de Svb terecht het verzoek om herziening van het besluit van 30 oktober 2015 heeft afgewezen. In dat besluit was nabestaandenuitkering aan appellante geweigerd omdat haar echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW. De Raad is het eens met de rechtbank dat appellante geen feiten en omstandigheden heeft vermeld die moeten leiden tot herziening van dat besluit. De echtgenoot van appellante was ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd voor de ANW en daarom is terecht nabestaandenuitkering geweigerd.
Inleiding
1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellante is geboren in 1967 en woont in Marokko. Haar echtgenoot, geboren in 1931, was ten tijde van zijn overlijden op 28 december 2014 eveneens woonachtig in Marokko. Hij ontving tot zijn overlijden een ouderdomspensioen op grond van de AOW. Appellante was de tweede echtgenote van haar echtgenoot. Appellante heeft een nabestaandenuitkering op grond van de ANW aangevraagd.
1.2.
Bij besluit van 30 oktober 2015 heeft de Svb geweigerd om appellante een nabestaandenuitkering op grond van de ANW toe te kennen, omdat haar echtgenoot op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW. De door appellante tegen dit besluit aanhangig gemaakte procedure heeft geleid tot een uitspraak van deze Raad van 20 januari 2017, waarbij de weigering van de nabestaandenuitkering in stand is gebleven.
1.3.
Op 5 februari 2021 heeft appellante de Svb verzocht het besluit van 30 oktober 2015 te herzien en aan haar alsnog een nabestaandenuitkering toe te kennen. Bij besluit van 12 februari 2021 heeft de Svb dit verzoek om herziening geweigerd. Het bezwaar van appellante tegen het besluit van 12 februari 2021 is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat appellante geen nieuwe gegevens naar voren heeft gebracht waaruit blijkt dat haar echtgenoot toen hij overleed wel verzekerd was voor de ANW. Ook heeft appellante niets aangevoerd waaruit blijkt dat het besluit van 30 oktober 2015 onmiskenbaar onjuist was. De Svb heeft daardoor het herzieningsverzoek naar het verleden toe kunnen afwijzen. De Svb heeft ook voor de toekomst het verzoek om herziening kunnen afwijzen omdat niet is komen vast te staan dat de echtgenoot op de dag van zijn overlijden verzekerd was voor de ANW. Het feit dat de eerste echtgenote wel een uitkering ontvangt, komt omdat zij een AOWpensioen ontvangt. Verder heeft de rechtbank overwogen dat de situatie dat zij oud en ziek is geworden, onder zware omstandigheden leeft en niemand heeft die voor haar zorgt, geen omstandigheid is die tot toekenning van uitkering kan leiden.
Het standpunt van appellant
3. Appellante heeft herhaald dat zij de tweede vrouw is van haar echtgenoot en dat ze niet begrijpt dat de eerste vrouw wel een betaling krijgt en zij niet. Na het overlijden van haar echtgenoot leeft ze onder zware omstandigheden, is ze oud en ziek geworden en neemt ze regelmatig medicijnen. Ze heeft niemand om haar te helpen.
Beoordeling
4.1.
De Raad begrijpt dat appellante in moeilijke omstandigheden leeft omdat zij geen enkel inkomen meer heeft sinds het overlijden van haar echtgenoot. Dit kan echter niet leiden tot toekenning van een nabestaandenuitkering op grond van de ANW. De Raad volgt het oordeel van de rechtbank en de motivering waarop dat berust en verwijst daarnaar. In hoger beroep heeft appellante niets aangevoerd wat een ander licht werpt op de zaak. De echtgenoot was ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd voor de ANW. Uit het dossier blijkt dat de eerste echtgenote een ouderdomspensioen op grond van de AOW ontvangt. Dit AOW-pensioen is gebaseerd op de verzekerde tijdvakken van haar echtgenoot tijdens het huwelijk. Hiervoor komt appellante niet in aanmerking.
Conclusie
4.2.
Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Appellante heeft geen recht op een nabestaandenuitkering op grond van de ANW.
5. Appellante krijgt daarom geen vergoeding voor haar proceskosten. Zij krijgt ook het betaalde griffierecht niet terug.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in tegenwoordigheid van D. Al-Zubaidi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2023.
(getekend) M. Wolfrat
(getekend) D. Al-Zubaidi
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.
Algemene nabestaandenwet.
Algemene Ouderdomswet.
ECLI:NL:CRVB:2017:213.