Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2023-11-08
ECLI:NL:CRVB:2023:2067
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
803 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 8 november 2023
23/904 NOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 3 februari 2023, 22/1255 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] , gevestigd te [vestigingsplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Procesverloop
Namens appellante heeft [gemachtigde] hoger beroep ingesteld.
Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Vastgesteld wordt dat het Uwv zich in het verweerschrift van 12 mei 2023 op het gewijzigde standpunt heeft gesteld dat gemachtigde [gemachtigde] als professioneel rechtshulpverlener kan worden aangemerkt. Het Uwv heeft zich bereid verklaard het forfaitaire bedrag aan door appellante in beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten te vergoeden.
Aldus is aan appellante tegemoetgekomen. Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 837,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift) en € 837,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift).
Ook dient het Uwv het door appellante in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden. De rechtbank heeft al bepaald dat het Uwv aan appellante het in beroep betaalde griffierecht dient te vergoeden.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.674,-;
- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 548,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. SmitColenbrander, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 november 2023.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) M.D.F. de Moor