Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2023-10-11
ECLI:NL:CRVB:2023:1882
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
818 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 11 oktober 2023
22/752 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 27 januari 2022, 21/1004 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Procesverloop
Namens appellant heeft mr. J. van de Wiel, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 17 maart 2023 heeft mr. Van de Wiel namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 7 maart 2023 volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
Voor een vergoeding van de gemaakte kosten in bezwaar bestaat geen aanleiding, omdat appellant destijds zelf bezwaar heeft gemaakt.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.674,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 837,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift) en op € 6,16 aan reiskosten in beroep. In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding dus € 2.517,16.
Daarnaast zal het Uwv het door appellant voor het beroep en hoger beroep betaalde griffierecht moeten vergoeden.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep:
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.517,16;
- bepaalt dat het Uwv het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 185,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van J.M. Labage als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 oktober 2023.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) J.M. Labage