Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2023-10-04
ECLI:NL:CRVB:2023:1859
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
760 tokens
Inleiding
232740 WSF
Datum beslissing: 4 oktober 2023
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek om herziening van de beslissing van de Raad van 6 juni 2023, 20/477-W
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
Procesverloop
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 9 december 2019, 19/604, in het geding tussen verzoekster en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
In het kader van dit hoger beroep heeft verzoeker verzocht om wraking van de behandelend rechter. Dit verzoek is op 6 juni 2023 afgewezen (ECLI:NL:CRVB:2023:1045).
Op 6 september 2023 heeft verzoekster verzocht om herziening van de beslissing van 6 juni 2023.
Overwegingen
Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren ze bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
Ingevolge het tweede lid van dit artikel is, voor zover hier van belang, artikel 8:54 van de Awb van overeenkomstige toepassing.
Herziening van een uitspraak is een bijzonder rechtsmiddel. Artikel 8:18, vijfde lid, van de Awb bepaalt dat tegen de beslissing op een wrakingsverzoek geen rechtsmiddel openstaat. Dat betekent dat er geen mogelijkheid bestaat om herziening te vragen van een beslissing op een verzoek om wraking.
De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd kennis te nemen van het verzoek om herziening, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door E. Dijt, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 oktober 2023.
(getekend) E. Dijt
(getekend) P.W.J. Hospel
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
Vergelijk ook de uitspraken van de Raad van 26 april 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1611 en 15 februari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:432.