Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2023-09-26
ECLI:NL:CRVB:2023:1848
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
826 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 26 september 2023
20/3164 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
29 juli 2020, 20/1164 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel (college)
Procesverloop
Namens appellant heeft mr. N. Talhaoui, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij brief van 4 mei 2022 heeft mr. Talhaoui namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Vastgesteld wordt dat mr. Talhaoui het hoger beroep heeft ingetrokken naar aanleiding van het besluit van 18 januari 2021 waarin is vastgesteld dat appellant geen taaltoets kan doen, dat hij geen Nederlandse taallessen kan volgen en dat hij van de taaleis wordt vrijgesteld.
Het college heeft laten weten niet akkoord te gaan met een veroordeling in de proceskosten, aangezien de procedure naar zijn mening niet nodig was geweest.
Naar het oordeel van de Raad kan niet worden gezegd dat het college aan appellant is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb. De procedure zag namelijk op de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor het laten uitvoeren van een medisch onderzoek. Daaraan ligt onder meer ten grondslag dat de kosten niet noodzakelijk zijn omdat, als appellant de taaltoets niet zou halen, er op kosten van het college een nieuw medisch onderzoek kon plaatsvinden. Het besluit van 18 januari 2021 is gebaseerd op een door het college bekostigd nieuw medisch onderzoek. Het college heeft dus niet alsnog bijzondere bijstand verstrekt.
De Raad ziet dan ook geen aanleiding het college te veroordelen in de proceskosten.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door C.E.M. Marsé, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 september 2023.
(getekend) C.E.M. Marsé
(getekend) A. Giesen