Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2023-08-09
ECLI:NL:CRVB:2023:1553
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
775 tokens
Inleiding
21 3162 WW
Datum uitspraak: 9 augustus 2023
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 augustus 2021, 21/53 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Procesverloop
Namens appellante heeft mr. I. Rhodes, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Naar aanleiding van vragen van de Raad heeft het Uwv op 17 juli 2023 het eerder ingenomen standpunt niet langer gehandhaafd en een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juli 2023. Voor appellante is mr. K.W. Friedericy, kantoorgenoot van mr. Rhodes, verschenen. Het Uwv is – met voorafgaand bericht – niet verschenen.
Ter zitting heeft mr. Friedericy het hoger beroep ingetrokken en de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de in hoger beroep gemaakte proceskosten.
Overwegingen
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 17 juli 2023 volledig aan het bezwaar van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep heeft moeten maken. De proceskosten worden begroot op € 1.674,- (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting).
Ook zal de Raad bepalen dat het Uwv aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 134,- vergoedt.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep
veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante in hoger beroep tot een bedrag van € 1.674,-;
bepaalt dat het Uwv aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 134,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van O.N. Haafkes. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 augustus 2023.
(getekend) H.G. Rottier
(getekend) O.N. Haafkes