Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2023-08-02
ECLI:NL:CRVB:2023:1509
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
727 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 2 augustus 2023
23/1386 WMO15-VV
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om voorlopige voorziening.
Partijen:
[Verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)
Procesverloop
Namens verzoekster heeft mr. E.C. Weijsenfeld, advocaat, een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
Het verzoek om voorlopige voorziening is op 18 juli 2023 ter zitting behandeld, waar verzoekster is verschenen in bijzijn van mr. E.C. Weijsenfeld en het college werd vertegenwoordigd door mr. E.D. Mensing-van Charante.
Het verzoek om voorlopige voorziening is ter zitting ingetrokken en er is verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft zich hiertegen niet verweerd.
Overwegingen
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing in geval van een voorlopige voorziening.
Het verzoek was erop gericht om de opvang voort te zetten. Tijdens de zitting heeft het college toegezegd de opvang voort te zetten, omdat de bodemzaak met het kenmerk
23/1277 WMO15 al begin september op zitting zal worden behandeld. Vervolgens heeft verzoekster het verzoek ingetrokken.
Daarmee is voor zover het de voorlopige voorzieningenprocedure betreft sprake van tegemoetkoming. Het doel van het verzoek is immers bereikt.
Het college wordt veroordeeld in de kosten die verzoekster in verband met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.674, - voor verleende rechtsbijstand.
Dictum
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep:
- veroordeelt het college in de kosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.674;
- bepaalt dat de griffier van de Raad aan verzoekster het betaalde griffierecht van €136,-
vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van S. Blok als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2023.
(getekend) J. Brand
(getekend) S. Blok