Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2023-06-27
ECLI:NL:CRVB:2023:1322
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
694 tokens
Inleiding
221324 JW-PV
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 24 maart 2022, 21/559 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Datum uitspraak: 27 juni 2023
Zitting hebben: D. Hardonk-Prins, als voorzitter en D.S. de Vries en N.R. Docter, als leden
Griffier: S.S. Blok
Ter zitting van 27 juni 2023 zijn verschenen: namens appellant mr. N. Roos, advocaat, en [naam] , moeder van appellant. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.M. Tang.
Dictum
1. De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
2. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
3. Zoals de Raad eerder heeft overwogen (zie onder meer de uitspraak van 8 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:887) is pas sprake van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het instellen van (hoger) beroep nastreeft, daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Als sprake is van een periode die al verstreken is, blijft procesbelang aanwezig als een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit van belang kan zijn voor een toekomstige periode. Daarnaast kan procesbelang aanwezig blijven in verband met de beoordeling van een verzoek om schadevergoeding, tenzij op voorhand onaannemelijk is dat schade als gevolg van de besluitvorming is geleden.
4. Daarnaar gevraagd heeft gemachtigde van appellant ter zitting toegelicht dat het procesbelang is gelegen in het verkrijgen van een oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Een dergelijk (principieel) belang leidt, gelet op hetgeen is overwogen in 3., niet tot de aanwezigheid van procesbelang. Onder deze omstandigheden valt niet in te zien dat appellant procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter van de meervoudige kamer
(getekend) S.S. Blok (getekend) D. Hardonk-Prins