Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2023-07-11
ECLI:NL:CRVB:2023:1318
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
1,427 tokens
Inleiding
221233 AKW
Datum uitspraak: 11 juli 2023
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 15 maart 2022, 21/2375 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Procesverloop
Namens appellante heeft mr. drs. A.M. Engelen, advocaat, hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift en een nader stuk ingediend.
Appellante heeft nadere stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 juni 2023. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Engelen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.M.J.A. Erkens-Hanssen, vanuit CIZ bijgestaan door mr. A.J. Visscher en dr. J. Roukema.
Overwegingen
1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1.
Appellante heeft op 21 april 2020 bij de Svb een aanvraag ingediend voor dubbele kinderbijslag voor haar dochter [naam dochter]. [naam dochter], geboren op 23 april 2007, is bekend met een stofwisselingsziekte, een emotieregulatiestoornis en een harttransplantatie in 2013.
1.2.
Bij besluit van 19 juni 2020, gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 12 februari 2021 (bestreden besluit), heeft de Svb de aanvraag afgewezen. Daarbij is verwezen naar het Beoordelingskader BUK 2016 en medische adviezen van het CIZ. De Svb heeft zich op het standpunt gesteld dat [naam dochter] niet voldoet aan de criteria om voor dubbele kinderbijslag in aanmerking te komen. De zorgscore van [naam dochter] is namelijk op de peildatum van 1 juli 2020 vastgesteld op nul punten, terwijl gelet op haar leeftijd op die datum een minimale zorgscore van drie punten is vereist.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geen concrete aanknopingspunten kunnen vinden om te twijfelen aan de juistheid van de CIZ-adviezen en de door het CIZ op de items toegekende scores. Het CIZ heeft gegevens opgevraagd bij de huisarts, cardioloog en longarts van [naam dochter]. Van de cardioloog en de longarts heeft het CIZ geen reactie ontvangen. De verkregen informatie van de huisarts, en de daarbij gevoegde informatie van diverse specialisten, heeft het CIZ bij de beoordeling betrokken. In het geval van [naam dochter] is weliswaar sprake van verzwaarde zorg, begeleiding en toezicht in vergelijking met haar leeftijdsgenoten, maar het CIZ heeft voldoende inzichtelijk gemotiveerd waarom op de verschillende aandachtsgebieden geen score is toegekend. Appellante heeft geen nieuwe – medische –informatie ingebracht waaruit blijkt dat [naam dochter] op de diverse items toch een punt zou moeten scoren. Hoewel de rechtbank inziet dat [naam dochter] is aangewezen op extra zorg, maakt dit niet dat dubbele kinderbijslag moet worden toegekend. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Svb zich terecht op het standpunt gesteld dat appellante vanaf het derde kwartaal van 2020 geen recht heeft op dubbele kinderbijslag.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd en – onder meer en samengevat – aangevoerd dat sprake is van een intensieve zorgbehoefte voor [naam dochter]. Gelet op de aandoeningen van [naam dochter] moet op de items eten en drinken, mobiliteit, medische verzorging, gedrag, communicatie, alleen thuis zijn en bezighouden/handreikingen een punt worden gescoord. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft appellante verwezen naar de reeds overgelegde gegevens van de huisarts. Voorts had het CIZ volgens appellante aanvullende informatie moeten opvragen bij de behandelend cardioloog en longarts van [naam dochter].
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Voor het wettelijk kader verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak.
4.2.
Appellante heeft in hoger beroep geen nieuwe gronden naar voren gebracht of redenen vermeld waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. Wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, is een herhaling van de in beroep aangevoerde gronden. De rechtbank heeft deze beroepsgronden gewogen en daarover in de aangevallen uitspraak een gemotiveerd oordeel gegeven. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank, en op hoofdlijnen de daartoe gegeven overwegingen, dat geen onderbouwing bestaat voor twijfel aan de door het CIZ afgegeven adviezen over de zorgscore van [naam dochter]. De Raad oordeelt, net als de rechtbank, dat de Svb zich op de medische adviezen van het CIZ heeft kunnen baseren en zich met juistheid op het standpunt heeft gesteld dat appellante vanaf het derde kwartaal van 2020 geen recht heeft op dubbele kinderbijslag.
4.3.
Uit 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand als voorzitter en K.H. Sanders en N.R. Docter als leden, in tegenwoordigheid van S.S. Blok als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2023.
(getekend) J. Brand
(getekend) S.S. Blok