Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2023-06-28
ECLI:NL:CRVB:2023:1206
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Hoger beroep
1,275 tokens
Inleiding
Datum uitspraak: 28 juni 2023
22/4018 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 februari 2022, 20/6557 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Overwegingen
Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.
Een beroepschrift is tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend als het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 1 februari 2022 in afschrift aan partijen toegezonden.
Het (hoger) beroepschrift van 16 december is op 29 december 2022 bij rechtbank Amsterdam ontvangen. Het is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 16 december 2022 vanuit Londen ter post bezorgd. De rechtbank heeft het hoger beroep doorgezonden naar de Raad.
Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft
niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Bij brief van 5 januari 2023 is aan appellante gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.
Appellante heeft daarop bij brief van 19 januari 2023 geantwoord dat haar zoon voor haar twee keer heeft geprobeerd een brief te sturen naar rechtbank Amsterdam op 25 oktober 2022 en op 16 december 2022 en dat beide brieven zijn kwijtgeraakt bij de Nederlandse post. Ook geeft zij aan ernstig ziek te zijn. Ter nadere onderbouwing stuurt zij bewijzen mee dat deze stukken op 25 oktober 2022 en op 16 december 2022 op de post zijn gedaan via een postkantoor in Londen en ook stuurt zij medische gegevens mee.
Wat appellante heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In dat verband wordt overwogen dat de uitspraak op 1 februari 2022 is verzonden en dat de laatste dag om hoger beroep in te dienen 15 maart 2022 was. Zowel 25 oktober 2022 als
16 december 2022 ligt ruim ná 15 maart 2022. Uit de overgelegde stukken blijkt ook niet dat appellante zo ernstig ziek was dat zij de gedurende de hele periode dat er hoger beroep kon worden ingesteld, niet in staat was om tijdig hoger beroep in te (laten) sturen.
Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van
E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2023.
(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
(getekend) E. Blijleven-de Vries
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) déclare le recours interjeté
non-recevable.
Par conséquent, décidée par M.A.H. van Dalen-van Bekkum en présence de
E. Blijleven-de Vries en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 28 juin 2023.
Les intéressés et les organes d'administration auront le droit à présenter une opposition écrite contre la présente décision, dans les six semaines suivantes à la notification de la copie, à la Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.