Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep
2022-06-14
ECLI:NL:CRVB:2022:1471
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Hoger beroep
615 tokens
Procesverloop
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank MiddenNederland van 8 februari 2021, 20/1880, in het geding tussen verzoekster en het college van burgemeester en wethouders van Lelystad en een verzoek om veroordeling tot schadevergoeding ingediend.
Bij uitspraak van 10 maart 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:608, heeft de Raad de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade afgewezen.
Op 26 april 2022 heeft verzoekster verzocht om wraking van de rechters, H. Lagas, J.T.H. Zimmerman en P.J. Stolk, die de uitspraak hebben gedaan.
Overwegingen
1. Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Blijkens de memorie van toelichting bij artikel 8:15 van de Awb is de strekking van het middel van wraking gelegen in het waken tegen inbreuken op de rechterlijke onpartijdigheid.
2. Artikel 3, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 (Stcrt. 2021, 48959) bepaalt dat de wrakingskamer zonder zitting te houden kan beslissen een verzoek niet in behandeling te nemen, indien het is gedaan nadat in de hoofdzaak de einduitspraak openbaar is gemaakt.
3. De behandelend kamer heeft op 10 maart 2022 uitspraak gedaan op het hoger beroep van appellante en haar verzoek om schadevergoeding. De beslissing is die dag ook in het openbaar uitgesproken. Het wrakingsverzoek dateert van 26 april 2022 en is dus gedaan na de uitspraak van 10 maart 2022. Het verzoek om wraking wordt daarom niet in behandeling genomen. Dit brengt mee dat een inhoudelijke beoordeling van wat verzoekster in het kader van haar verzoek om wraking heeft aangevoerd, achterwege blijft.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De Centrale Raad van Beroep bepaalt dat het verzoek om wraking niet in behandeling wordt genomen.
Deze beslissing is gegeven door E.J.M. Heijs als voorzitter en E. Dijt en S.B. SmitColenbrander als leden, in tegenwoordigheid van D. Al-Zubaidi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 juni 2022.
(getekend) E.J.M. Heijs
(getekend) D. Al-Zubaidi