Rechtspraak Centrale Raad van Beroep 2021-07-30
ECLI:NL:CRVB:2021:2007
Bestuursrecht
204041 MPW-PV, 20/4042 MPW-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 29 oktober 2020, 19/2603 en 19/7083 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Staatssecretaris van Defensie te Heerlen (staatssecretaris) Datum uitspraak: 30 juli 2021 Zitting hebben: C.H. Bangma, als lid van de enkelvoudige kamer Griffier: M.E. van Donk Appellant is niet verschenen. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door H.A.L. Knoben. De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. Appellant heeft aan de staatssecretaris verzocht om een vergoeding van de eigen bijdrage voor de ziekenhuiskosten van een operatie op grond van de Voorzieningenregeling voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers (Voorzieningenregeling). Bij besluit van 7 februari 2019, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 20 maart 2019 (bestreden besluit 1), heeft de staatssecretaris het verzoek om vergoeding van de eigen bijdrage afgewezen met toepassing van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht. Op het verzoek van appellant is al eerder afwijzend beslist bij besluit van 6 juni 2018 en appellant heeft geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden gesteld. Voorts heeft appellant verzocht om een tegemoetkoming in de kosten van mantelzorg, die hij heeft verleend aan een gewezen militair. Bij besluit van 5 augustus 2019, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 10 oktober 2019 (bestreden besluit 2), heeft de staatssecretaris het verzoek om een tegemoetkoming in de kosten van mantelzorg afgewezen omdat een dergelijke vergoeding niet voorkomt in de Voorzieningenregeling. Verder valt appellant hoe dan ook niet onder de reikwijdte van de Voorzieningenregeling omdat deze op grond van artikel 1, onder a en b, alleen openstaat voor een beroepsmilitair, gewezen beroepsmilitair, dienstplichtige militair, gewezen dienstplichtige, reservist of gewezen reservist, waarbij bovendien een invaliditeit met dienstverband moet zijn vastgesteld. Appellant voldoet niet aan deze voorwaarden. De Raad onderschrijft de overwegingen van de staatssecretaris in de bestreden besluitvorming en de overwegingen van de rechtbank ter zake. Wat appellant heeft aangevoerd geeft geen aanleiding hier iets aan toe te voegen. Het hoger beroep slaagt dus niet. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Waarvan proces-verbaal. De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer (getekend) M.E. van Donk (getekend) C.H. Bangma