Rechtspraak Centrale Raad van Beroep 2020-12-31
ECLI:NL:CRVB:2020:3482
Bestuursrecht
18/6253 WAJONG en 18/6279 WAJONG Datum uitspraak: 31 december 2020 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 26 oktober 2018, 17/5126 (aangevallen uitspraak) Partijen: [betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Namens betrokkene heeft mr. M.J.G. Voets, advocaat, hoger beroep ingesteld. Dit hoger beroep is bij de Raad geregistreerd onder nummer 18/6253 Wajong. Het Uwv heeft eveneens hoger beroep ingesteld. Dit hoger beroep is bij de Raad geregistreerd onder nummer 18/6279 Wajong. Het Uwv heeft in de zaak 18/6253 een verweerschrift ingediend. Namens betrokkene heeft mr. Voets in de zaak 18/6279 een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 september 2020. Voor betrokkene is verschenen haar partner [partner betrokkene], bijgestaan door mr. Voets. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.J. Belder. Het onderzoek is na de zitting heropend. Het Uwv heeft vragen van de Raad beantwoord en betrokkene heeft een reactie ingezonden. Partijen hebben toestemming gegeven een nader onderzoek ter zitting achterwege te laten waarop het onderzoek is gesloten. De Centrale Raad van Beroep - vernietigt de aangevallen uitspraak; - verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend als voorzitter en E.J.J.M. Weyers en S.B. Smit-Colenbrander als leden, in tegenwoordigheid van L.E. König als griffier. De beslissing is uitgesproken op 31 december 2020. (getekend) B.J. van de Griend De griffier is verhinderd te ondertekenen. 1.1. Betrokkene, geboren op [geboortedatum] 1984, ontvangt sinds 20 augustus 2014 in verband met fysieke beperkingen inkomensondersteuning op grond van de zogeheten werkregeling van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten. De mate van arbeidsongeschiktheid is daarbij vastgesteld op 80 tot 100% en het uitkeringspercentage is 75% van het minimumloon. 1.2. Met ingang van 1 januari 2015 is de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) in werking getreden. Op grond van de invoeringswet Participatiewet wordt het uitkeringspercentage voor jonggehandicapten in de werkregeling per 1 januari 2018 verlaagd naar 70% van het minimumloon. Voor personen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn blijft het uitkeringspercentage 75%. 1.3. Op 30 maart 2016 heeft betrokkene verzocht om een herbeoordeling in verband met een verslechtering van haar medische situatie. Na een medisch en arbeidskundig onderzoek heeft het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 47,15%. Bij besluit van 3 maart 2017 heeft het Uwv aan betrokkene meegedeeld dat zij arbeidsvermogen heeft of kan ontwikkelen en dat in verband hiermee de uitkering per 1 januari 2018 wordt verlaagd naar 70% van het minimumloon. Bij besluit van 22 augustus 2017 (bestreden besluit) is het bezwaar van betrokkene, gericht tegen het besluit van 3 maart 2017, ongegrond verklaard. Dit besluit is gebaseerd op rapporten van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. Daarin is de mate van arbeidsongeschiktheid van betrokkene alsnog op 72,57% vastgesteld en is het standpunt dat betrokkene beschikt over arbeidsvermogen gehandhaafd. 2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en dit besluit vernietigd met de opdracht opnieuw op het bezwaar te beslissen. De rechtbank heeft overwogen dat het Uwv met het bestreden besluit zowel op het verzoek tot herbeoordeling van het verdienvermogen van betrokkene, als over de herindeling per 1 januari 2018 in verband met de aanwezigheid van arbeidsvermogen heeft beslist. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor twijfel aan de door de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) neergelegde beperkingen, waaraan in beroep de eerder aangenomen beperking ten aanzien van stof, rook, gassen en dampen weer is toegevoegd. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien een deskundige te benoemen. Over de arbeidskundige grondslag heeft de rechtbank overwogen dat betrokkene niet voldoet aan de opleidingseis vmbo-t in de functie van receptionist. Het vervallen van deze functie leidt er toe dat er onvoldoende geschikte functies resteren die aan de schatting ten grondslag gelegd kunnen worden. 3.1. Betrokkene heeft zich in hoger beroep gekeerd tegen het ongewijzigd overnemen van de medische beoordeling van het Uwv door de rechtbank. Daarnaast heeft betrokkene aangevoerd dat ook de andere geselecteerde functies niet passend zijn en de rechtbank zich ten onrechte van een oordeel dienaangaande heeft onthouden. 3.2. Het Uwv heeft in hoger beroep aangevoerd dat betrokkene voldoet aan de opleidingseis van de functie van receptionist. 4. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.1.1. Op 1 januari 2015 is artikel III, met uitzondering van de onderdelen J, K, L en N, van de Invoeringswet Participatiewet (Staatsblad 2014, 270 en 271) in werking getreden. 4.1.2. Artikel 2:4 van de Wajong luidt vanaf dat moment als volgt: “1. Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen is de jonggehandicapte die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. 2. Onder duurzaam wordt de situatie verstaan waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen.” 4.1.3. Op 1 januari 2018 is artikel III, onderdeel J, van de Invoeringswet Participatiewet (Staatsblad 2014, 270 en 271) in werking getreden. Dit artikel bepaalt dat in artikel 2:40, tweede lid, van de Wajong ‘0,75’ wordt vervangen door ‘0,7’. 4.1.4. Per 1 januari 2015 is het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (Schattingsbesluit) aangepast (Besluit van 8 oktober 2014, Stb. 2014, 359) en is onder meer artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit ingevoerd. Op grond van het eerste lid van dit artikel heeft de betrokkene geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie indien hij: a. geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie; b. niet over basale werknemersvaardigheden beschikt; c. niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of d. niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur. 4.1.5. Artikel 8:10c van de Wajong luidt als volgt: “De jonggehandicapte die op de dag voor inwerkingtreding van artikel III, onderdeel D, van de Invoeringswet Participatiewet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was, als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, zoals dat luidde op die dag, wordt geacht op de dag van inwerkingtreding van artikel III, onderdeel D, van de Invoeringswet Participatiewet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn, als bedoeld in artikel 2:4, zoals dat is komen te luiden op die dag.” 4.2. Betrokkene zit in de zogeheten werkregeling en ontvangt op grond van artikel 2:40 van de Wajong inkomensondersteuning. Het verzoek om herbeoordeling van betrokkene van 30 maart 2016 strekte - zoals betrokkene ter zitting heeft bevestigd - tot opname in de zogeheten uitkeringsregeling van artikel 2:45 en verder van de Wajong. Op grond van de Werkinstructie ‘Herindeling en Herbeoordelingen Wajong vanaf 1 januari 2015’ heeft het Uwv tevens beoordeeld of betrokkene per 1 januari 2018 recht zou blijven houden op een Wajong-uitkering naar 75% van de grondslag. 4.3. Het Uwv heeft naar aanleiding van het verzoek om herbeoordeling allereerst onderzocht of betrokkene nog kan worden aangemerkt als jonggehandicapte in de zin van artikel 2:3, eerste lid en onder a, van de Wajong, omdat zij niet in staat is met arbeid meer dan 75% van het maatmaninkomen te verdienen. Op basis van een door de verzekeringsarts bezwaar en beroep in bezwaar nader vastgestelde FML, zijn door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep drie functies geselecteerd, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid op 72,57% is vastgesteld. Het Uwv heeft daaruit geconcludeerd dat betrokkene onveranderd is aan te merken als jonggehandicapte in de zin van hoofdstuk 2 van de Wajong, maar dat zij wel beschikt over arbeidsvermogen. Daarom voldoet betrokkene niet aan de voorwaarde van de uitkeringsregeling dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Dat betrokkene beschikt over arbeidsvermogen betekent tevens dat de hoogte van de Wajong-uitkering per 1 januari 2018 wordt verlaagd naar 70% van de grondslag, aldus het Uwv. 4.4. De rechtbank heeft terecht geen aanleiding gezien voor twijfel aan de door de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de FML vastgestelde medische beperkingen voor betrokkene. Er is sprake van een zorgvuldig medisch onderzoek, waarbij de verzekeringsarts bezwaar en beroep beschikte over voldoende medische informatie om de beperkingen vast te kunnen stellen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep is uitgegaan van een status na coccygectomie bij betrokkene waarbij er sprake kan zijn van verhoogde spierspanning van de bekkenbodemspieren die de pijnklachten aan stuit en lage rug kunnen verklaren.