Rechtspraak Centrale Raad van Beroep 1998-07-09
ECLI:NL:CRVB:1998:ZB7707
97/5818 AW U I T S P R A A K in het geding tussen: het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom, appellant, en A., wonende te B., gedaagde. I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING Appellant heeft op daartoe bij beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de door de Arrondissementsrechtbank te Breda op 9 juni 1997 onder de nrs. 97/1513 AW AN VV, 97/1781 AW AN VV en 97/1783 AW gegeven uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen. Met toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht heeft de President van de Raad bij uitspraak van 8 augustus 1997, nrs. 97/6118 AW-VV en 97/6730 AW-VV, naar aanleiding van het daartoe strekkend verzoek van appellant de werking van de aangevallen uitspraak geregistreerd onder nummer 97/1783 AW geschorst en het verzoek van gedaagde appellant op te dragen hem met onmiddellijke ingang te werk te stellen in de functie van budgetbegeleider II afgewezen, zulks met een bepaling over griffierecht. Van de zijde van appellant zijn nog enige stukken aan de Raad gezonden. Het geding is behandeld ter zitting van 28 mei 1998, waar appellant zich heeft doen vertegenwoordigen door drs W. de Schipper en M. Stroop, beiden werkzaam bij de gemeente Bergen op Zoom, en waar gedaagde in persoon is verschenen, bijgestaan door mr R.G.A.M. Theunissen, advocaat te Eindhoven. II. MOTIVERING Onder verwijzing naar de aangevallen uitspraak en de uitspraak van de President van de Raad van 8 augustus 1997 voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten volstaat de Raad thans met vermelding van het volgende: Gedaagde was bij de gemeente Bergen op Zoom werkzaam als budgetbegeleider bij de financiële unit Welzijn c.a. van de afdeling Financiën en Belastingen. In het kader van de plaatsing van het personeel van de gemeenten Bergen op Zoom en Halsteren bij de door de gemeentelijke herindeling per 1 januari 1997 gevormde nieuwe gemeente Bergen op Zoom is gedaagde bij besluit van 27 maart 1997 aangewezen als medewerker bureau comptabiliteit en bedrijfsadministratie bij het bureau Financiële administratie van de afdeling Financiën en Belastingen. Gedaagdes bezwaar tegen de in dat plaatsingsbesluit vervatte weigering hem overeenkomstig zijn eerste voorkeur te plaatsen in de nieuwe functie van budgetbegeleider II bij de financiële unit Welzijn van de afdeling Financiën en Belastingen is door appellant bij besluit van 4 juni 1997, in afwijking van het advies van de bezwarencommissie in ambtenarenzaken, ongegrond verklaard. Appellant is opgekomen tegen de uitspraak van de Arrondissementsrechtbank van 9 juni 1997 voor zover daarbij zijn besluit van 4 juni 1997 - onder gegrondverklaring van het daartegen ingestelde beroep - is vernietigd en hem is opgedragen een nieuw besluit te nemen. Hij heeft gevorderd die uitspraak te vernietigen dan wel in geval van bevestiging de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 4 juni 1997 in stand te laten. De Raad overweegt het volgende: In het kader van de gemeentelijke herindeling per 1 januari 1997 is plaatsing van ambtenaren in de nieuwe gemeente Bergen op Zoom geschied aan de hand van de door hen kenbaar gemaakte voorkeur voor functies en het begrip "functievolger". Van een functievolger is sprake wanneer uitgaande van de betrokken functiebeschrijvingen kan worden gezegd dat de functie waarop is gereflecteerd, grotendeels (meer dan 50%) overeenkomt met de voorheen vervulde functie. Een functievolger wordt zonder meer geplaatst in de functie waarop hij heeft gereflecteerd als hij de enige functievolger blijkt te zijn. Zijn er voor één functie meer functievolgers onder de reflectanten dan wordt op basis van objectieve criteria gekeken voor wie de functie het meest passend is. Appellants weigering gedaagde overeenkomstig diens eerste voorkeur te plaatsen in de functie van budgetbegeleider II berust op de overweging dat voor de functie van budgetbegeleider II drie reflectanten als functievolger zijn aangemerkt en dat de fun