Rechtspraak Centrale Raad van Beroep 1976-06-18
ECLI:NL:CRVB:1976:AM4241
AW 1975/B 54 Centrale Raad van Beroep, 18-06-1976, U I T S P R A A K E. E. E. te E. eiseres, tegen De Geneesheer-directeur van de Stichting Bruggerbosch, te E., gedaagde. I.Ontstaan en loop van het geding Eiseresses beroep richt zich tegen het haar door gedaagde verleende ontslag, haar medegedeeld bij schrijven van gedaagde van 21 aug. 1974 inhoudend: "Tijdens een bespreking welke wij heden met de medici en de administratieve funktionarissen van de G.G. en G.D. hadden, is komen vast te staan, dat u reeds op 29 juli j.l. door de keurende arts te verstaan is gegeven dat u weer arbeidsgeschikt werd geacht. U zou dan ook na overleg met ondergetekende uw werkzaamheden onmiddellijk hebben moeten hervatten. Tot op heden heeft u echter op geen enkele wijze kontakt met ons opgenomen, terwijl u het ook niet nodig heeft geacht om uit u zelf weer met uw werkzaamheden te beginnen. Om deze reden hebben wij dan ook moeten besluiten om u met onmiddellijke ingang wegens dringende redenen - als omschreven in art. 1639 lid p van het B.W. - uit onze dienst te ontslaan. Dit houdt tevens in dat u van onze Stichting geen enkele uitkering, in welke vorm dan ook, meer zult ontvangen.". Het ambtenarengerecht te Zwolle heeft bij uitspraak van 11 september 1975 het door eiseres tegen dit besluit ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft tegen die uitspraak hoger beroep ingesteld bij de Raad en behalve een beroepschrift een aanvullend beroepschrift ingediend met bijlagen. Zijdens gedaagde zijn aan de Raad twee brieven met bijlagen gezonden. Zijdens eiseres is op 10 mei 1976 nog een geschrift ingediend, terwijl zijdens gedaagde op 17 mei 1976 schriftelijk een aantal vragen, door de fungerend-voorzitter van de Raad gesteld, is beantwoord onder toezending van enige bescheiden. Het geding is behandeld ter terechtzitting van 28 mei 1976, waar voor eiseres is opgetreden H. M. ten Brink te Zwolle, districtsbestuurder van de Algemene Bond van Ambtenaren, en voor gedaagde Mr. G. J. H. Leppink, adv. te E., en H. G. Bijker te E., economisch directeur van de Stichting Bruggerbosch. Ter terechtzitting is als getuige gehoord Th. J. A. Stoeltje, hoofd van het bureau juridische zaken van de afd. personeelszaken ter secretarie van de gem. Enschede. II.Motivering De eerste rechter is tot niet-ontvankelijkverklaring van het door eiseres ingestelde beroep gekomen onder overweging in hoofdzaak dat zij, ook al zou te dezen van openbare dienst sprake zijn, niet als ambtenaar in de zin der Ambtenarenwet 1929 kan worden aangemerkt. De Raad ziet zich derhalve thans gesteld voor de vraag of hij de eerste rechter in dit oordeel kan volgen. A.Openbare dienst: De Stichting Bruggerbosch moet naar het oordeel van de Raad wel geacht worden te behoren tot de openbare dienst. Daarbij laat de Raad wegen: De Stichting is in 1961 opgericht door de gem. Enschede krachtens raadsbesluit van 12 dec. 1960. De statuten van de Stichting zoals deze na wijzigingen, goedgekeurd door de gemeenteraad, thans luiden houden o.m. in: 1.dat benoeming en herbenoeming van de leden van de Stichtingsraad, die de Stichting bestuurt, door B. en W. van E. geschiedt, welk college deze leden ook uit hun functie kan ontheffen (art. 4). 2.dat het huishoudelijk reglement en de wijzigingen daarin aan B. en W. worden medegedeeld (art. 5). 3.dat de leden van het college van B. en W. het recht hebben de vergaderingen van de stichtingsraad en het dagelijks bestuur van de stichting bij te wonen en daarin een raadgevende stem hebben (art. 7). 4.dat de begroting en de rekening en verantwoording de goedkeuring van B. en W. behoeven (art. 8). 5.dat het benoemen, schorsen en ontslaan van het personeel, alsmede het vaststellen van de bezoldiging en de regeling van de rechtspositie van het personeel de goedkeuring van B. en W. behoeven (art. 9, lid 4). 6.dat de te treffen regeling tot het verlenen van uitkeringen bij onvrijwillige werkloosheid van het personeel van de Stichting en wijziging of intrekking van die re