Rechtspraak 2026-03-19
ECLI:NL:CG:2026:6
CENTRALE GRONDKAMER Datum: 19 maart 2026 Dossiernummer: GP 11.865 Beschikking in de zaak van: [verpachter] , wonend in [woonplaats], hierna te noemen: verpachter, gemachtigde: mr. ing. A. van Weverwijk, advocaat in Geldermalsen, -tegen- [pachter] , wonend in [woonplaats], hierna te noemen: pachter, gemachtigde: mr. E.H.M. Harbers, advocaat in Arnhem. De beslissing van de Centrale Grondkamer in het kort Pachter heeft gevraagd om een machtiging voor het rooien en vervangen van zeven hectare appelbomen op de gepachte boomgaard. De grondkamer heeft dit verzoek toegewezen. Verpachter is het niet eens met de beslissing van de grondkamer en wil dat het verzoek alsnog wordt afgewezen. De Centrale Grondkamer wijst het hoger beroep van verpachter af en laat de beschikking van de grondkamer in stand. Hierna legt de Centrale Grondkamer de beslissing uit. Eerst beschrijft de Centrale Grondkamer onder 1. en 2. wat er in de procedure bij de grondkamer en in de procedure bij de Centrale Grondkamer is gebeurd. Onder 3. staan de redenen voor de beslissing. Onder 4. staat de beslissing in juridische woorden. 1 De procedure bij de grondkamer 1.1. In de pachtovereenkomst van 23 juli 2015 heeft de rechtsvoorganger van verpachter aan pachter verpacht: bedrijfsgebouwen gelegen aan de [adres] in [plaatsnaam], kadastraal bekend gemeente [gemeente in de provincie Gelderland], [kadastrale aanduidingen], met uitzondering van de woning en de daarbij behorende tuin met een omvang van 500 m2 en een boomgaard gelegen aan de [adres] in [plaatsnaam], kadastraal bekend gemeente [gemeente in de provincie Gelderland], [kadastrale aanduidingen], totaal groot 15.61.17 ha. De pachtovereenkomst is aangegaan voor de duur van twaalf jaren, ingaande op 1 januari 2015 en eindigend op 31 december 2026 met een jaarlijkse totale pachtprijs van € 7.084,28. Deze pachtovereenkomst is op 24 september 2015 goedgekeurd door de grondkamer Oost. 1.2. Pachter heeft een verzoek gedaan tot het krijgen van een machtiging voor het vervangen van een deel van de bomen op de boomgaard. Het verzoek van pachter betreft een verzoek zoals bedoeld in artikel 7:348 lid 2 BW. Het verzoek is bij de grondkamer Oost (hierna: de grondkamer) op 14 juni 2024 geregistreerd. 1.3. De grondkamer heeft in de beschikking van 31 januari 2025 in de pachtverhouding tussen [verpachter] als verpachter en [pachter] als pachter ten aanzien van de percelen met boomgaarden, gelegen aan en nabij de [adres] in [plaatsnaam], kadastraal bekend gemeente [gemeente in de provincie Gelderland], [kadastrale aanduidingen] aan de pachter een machtiging verleend voor het rooien en het vervangen van: circa 5 hectare Jonagored en Jonagold King appelbomen door 18.750 Malus d. Elstar Elrosa/Elstar Mantel bomen en circa 2 hectare in 2021 geplante Kanzi bomen door ongeveer 10.000 Malus d. Elstar Elrosa/Elstar Mantel bomen. 1.4. Een afschrift van die beschikking is aan partijen verzonden op 17 februari 2025 en is in fotokopie aan deze beschikking gehecht. Naar de beschikking van de grondkamer wordt verwezen voor de procedure bij de grondkamer en de aan de beschikking ten grondslag gelegde motivering. 2 De procedure bij de Centrale Grondkamer 2.1. Verpachter is met een beroepschrift dat de Centrale Grondkamer op 13 maart 2025 heeft ontvangen in beroep gegaan tegen de beschikking van de grondkamer. Verpachter heeft de Centrale Grondkamer verzocht de beschikking van de grondkamer te vernietigen en de door pachter verzochte machtiging tot het rooien en vervangen van zeven hectare appelbomen alsnog af te wijzen, kosten rechtens. 2.2. Pachter heeft hiertegen verweer gevoerd met een verweerschrift dat de Centrale Grondkamer op 20 mei 2025 heeft ontvangen. Pachter is het eens met de beslissing van de grondkamer. Pachter heeft verzocht verpachter te veroordelen in de proceskosten. 2.3. Verder heeft de Centrale Grondkamer de volgende stukken ontvangen: een brief met bijlagen van pachter van 20 oktober 2025; een brief met bijlagen van verpachter v