Rechtspraak 2026-03-26
ECLI:NL:CG:2026:5
CENTRALE GRONDKAMER Datum: 26 maart 2026 Dossiernummer: GP 11.866 Beschikking in de zaak van: [pachter 1] en [pachter 2] , beiden wonend in [woonplaats], gemeente [gemeente], hierna te noemen: pachters, gemachtigde: mr. A.A.M. van Beek, van Van Beek Legal in Made, -tegen- Staat der Nederlanden, Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf, Directie Vastgoed, Regionale directie Zuid , zetelend in Den Haag, kantoorhoudend in Breda, hierna te noemen: verpachtster, gemachtigde: mr. S.J. van Baasbank, advocaat bij het Ministerie van BZK in Den Haag. De beslissing van de Centrale Grondkamer in het kort Pachters hebben de grondkamer een machtiging tot het aanbrengen van veranderingen aan het gepachte verzocht. De grondkamer heeft dit verzoek afgewezen. Daar zijn pachters het niet mee eens. De verzoeken van pachters in beroep bij de Centrale Grondkamer komen erop neer dat zij alsnog een machtiging tot het aanbrengen van veranderingen aan het gepachte willen. De Centrale Grondkamer wijst de verzoeken van pachters af. Hierna legt de Centrale Grondkamer de beslissing uit. Eerst beschrijft de Centrale Grondkamer onder 1. en 2. wat er in de procedure bij de grondkamer en in de procedure bij de Centrale Grondkamer is gebeurd. Onder 3. staan de redenen voor de beslissing. Onder 4. staat de beslissing in juridische woorden. 1 De procedure bij de grondkamer 1.1. Uit de goedgekeurde akte van medepacht van 22 april 2014 volgt dat verpachtster aan pachters heeft verpacht een perceel bouw- en/of grasland, gelegen op de hoek van de [adres 1] en [adres 2] te [plaatsnaam], kadastraal bekend gemeente [gemeente in de provincie Noord-Brabant], [kadastrale aanduidingen], totaal groot 15.64.55 ha. Het gepachte is gelegen tegen het agrarisch bouwblok met daarop de bedrijfswoning, tuin, erf en bedrijfsgebouwen van [pachter 2]. 1.2. Pachters hebben een machtiging tot het aanbrengen van veranderingen van het gepachte gevraagd, waarbij het westelijk deel van het perceel met een oppervlakte van circa 30 are wordt veranderd van weiland in tuin. Het verzoek van pachters is een verzoek zoals is bedoeld in artikel 7:348 BW. De grondkamer Zuid (hierna: de grondkamer) heeft het verzoek op 19 maart 2024 ontvangen en geregistreerd. 1.3. De grondkamer heeft in de beschikking van 14 maart 2025 het verzoek van pachters afgewezen. 1.4. Een afschrift van die beschikking is aan partijen verzonden op 15 mei 2025 en is in fotokopie aan deze beschikking gehecht. Naar de beschikking van de grondkamer wordt verwezen voor de procedure bij de grondkamer en de aan de beschikking ten grondslag gelegde motivering. 2 De procedure bij de Centrale Grondkamer 2.1. Pachters zijn met een beroepschrift dat de Centrale Grondkamer op 10 juni 2025 heeft ontvangen in beroep gegaan tegen de beschikking van de grondkamer. Pachters hebben de Centrale Grondkamer verzocht de beschikking van de grondkamer te vernietigen en: primair: te verklaren dat de ‘tenzij clausule’ van artikel 7:348 lid 1 BW van toepassing is, waardoor pachters geen machtiging nodig hebben voor de door hen voorgestane wijziging van het gepachte; subsidiair: pachters te machtigen om het westelijk gedeelte van het perceel met een oppervlakte van circa 30 are te veranderen van weiland in tuin, waarbij binnen de grenzen van het in westelijke richting gewijzigd bouwvlak gebleven wordt; primair en subsidiair: verpachtster te veroordelen in de kosten van de procedure bij de grondkamer en de procedure bij de Centrale Grondkamer. 2.2. Verpachtster heeft hiertegen verweer gevoerd met een verweerschrift dat de Centrale Grondkamer op 15 juli 2025 heeft ontvangen. Verpachtster heeft gevraagd de verzoeken van pachters af te wijzen en de beschikking van de grondkamer in stand te laten. 2.3. De mondelinge behandeling bij de Centrale Grondkamer heeft plaatsgevonden op 27 november 2025. Aanwezig waren: de heer [pachter 2] namens pachters vergezeld van de heer [adviseur van pachter] (adviseur), bijgestaan door zijn gemachtigde; de heer [aanwezige 1 namen