Rechtspraak College van Beroep voor het bedrijfsleven 2026-08-25
ECLI:NL:CBB:2026:394
Het hoger beroep slaagt niet. De minister heeft terecht een boete aan de slachterij opgelegd omdat verdere uitslachting of broeiing na eenvoudige bedwelming plaatsvond zonder dat werd vastgesteld of het dier geen tekenen van leven meer vertoonde. Het dier gaspte negen keer binnen 37 seconden. Dit had aanleiding moeten zijn voordat het dier de broeibak inging nader te controleren of het dier dood was. uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 24/687 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 augustus 2025 op het hoger beroep van [naam 1] , te [woonplaats] ( [naam 1] ) (gemachtigde: [naam 2] ) tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 juni 2024, kenmerk 23/5584, in het geding tussen [naam 1] en de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (voorheen de minister) (gemachtigde: mr. D.J. van der Bij) Procesverloop in hoger beroep [naam 1] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 14 juni 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:5381. De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting over de zaak gegeven. De zitting was op 27 juli 2026. Aan de zitting hebben de gemachtigden van partijen deelgenomen. Namens de minister is ook verschenen drs. [naam 3] . Inleiding 1.1 Op 6 januari 2022 hebben twee toezichthouders van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een inspectie uitgevoerd bij het slachthuis van [naam 1] in [woonplaats] . Van de inspectie heeft één van de toezichthouders op 18 mei 2022 een rapport van bevindingen opgemaakt, dat door beide toezichthouders is ondertekend. In dit rapport is, voor zover hier van belang, het volgende vermeld: “[…] Tijdens mijn inspectie bevond ik mij, toezichthouder 38844, met mijn collega met toezichthoudernummer 24883 in de vuile slachthal, naast de broeibak. De broeibak is een bak met heet broeiwater (ongeveer 59 °C). Ik zag daar dat een varken die ondersteboven aan een ketting aan de achterpoot opgehangen was, de mond opende in een plotselinge, erg intense, aritmische beweging. Vanuit mijn deskundigheid als dierenarts concludeerde ik dat dit gasping is. Gasping is een hersenstam reflex waarbij rudimentaire ademhalingsactïviteit voorkomt door de mond. Op dat moment begon ik een video met mijn mobiele telefoon op te nemen. Ik zag dat hetzelfde varken opnieuw gaspte. Toen heb ik mijn telefoon aan mijn collega overgegeven om met de video-opname verder te gaan. Ik ben naar een medewerker met blauwe overall gegaan die naast ons stond en vroeg om de slachtlijn te stoppen. Ik weet dat mensen met een blauwe overall tot de technische dienst van het bedrijf horen. Naast de ophangerspositie is er een knop om de slachtlijn te kunnen stoppen. Omdat ik zag dat het varken de broeibak al in ging, ben ik niet meer naar de ophangpositie geweest om de lijn te laten stoppen. Toen ik de video-opname bekeek, zag ik dat het varken gedurende de 37 seconden van de video, negen keer gaspte, zie bijlage video interventie 170128. Ik zag veel bloed op de onderkaak, waaruit ik concludeerde dat het dier gestoken was. Mijn collega en ik gingen naar het kantoor van de leidinggevende van het slachthuis. Hij heeft aan ons de beelden van de CCTV camera laten zien. Daar zag ik geen reactie op het water toen het varken het water van de broeibak aanraakte. In het NWVA document WLZVL-017 staat dat de reactie op het water een teken van leven, bewustzijn en gevoeligheid is. Vanuit mijn deskundigheid als dierenarts en volgens EFSA (European Food Safety Authority) weet ik dat gasping na de toepassing van gasbedwelming kan voorkomen, dat het kort aanwezig kan zijn en stopt aan het einde van de verbloeding, wanneer het dier dood is. Volgens het document WLZVL-017 is één van de kenmerken van het beeld van een dood dier de afwezigheid van gasping. Op basis van mijn bevindingen stel ik vast dat het varken, dat-niet het volledige beeld van een dood dier had, de broeibak in ging. Op het slachthuis [naam 1] wordt bedwelming door koolstofoxide in hoge concentratie gebruikt. Als de concentratie onder een niveau valt, geeft het systeem een hoorbaar waarschuwingssignaal. Volgens het protocol van het bedrijf, volgt het alarm van de installatie en stopt deze automatisch als de concentratie CO2 onder de 80% valt. Volgens Verordening (EG) nr. 1099/2009 bijlage I, tabel 3 is dit een eenvoudige methode van bedwelming bij de slacht van varkens die niet de onmiddellijke dood tot gevolg heeft. Vanuit mijn deskundigheid als dierenarts weet ik dat als de eenvoudige bedwelming niet wordt gevolgd door verbloeden dit een risico op ernstig lijden met zich meebrengt. Met name het risico dat het dier weer bijkomt. Tijdens het ophangen wordt een controle van de effectiviteit van de bedwelming door de aanketters uitgevoerd. Volgens het protocol van het slachthuis wordt per acht dieren één dier gecontroleerd op corneareflex. Als de corneareflex nog aanwezig is, wordt het dier bedwelmd door de back-up apparatuur, door middel van elektrische bedwelming. Na de bedwelming worden alle dieren gedood door middel van een messteek in de hals en het verbloeden wat hierop volgt. Het bedrijf maakt gebruik van video-opnames om het steek/slachtproces te monitoren. Bovendien zijn er meteen na de steekpositie twee medewerkers die de procedure van het steken controleren. Daarnaast is er een geautomatiseerd systeem meteen na de steekpositie dat, als de fixatie en/of het steken niet volgens de geldende eisen is gedaan, de lijn stopt. Volgens het protocol van het bedrijf, neemt een medewerker corrigerende maatregelen, namelijk hij gebruikt de elektrische back-up apparatuur/tang, die beschikbaar is tussen de steker en de ophanger, als een medewerker of het systeem een afwijking constateert. Na het steken hangen de dieren gedurende ongeveer 4.35 minuut zodat de verbloeding plaatsvind. Tijdens die periode gaan de dieren dood vanwege het gebrek aan bloed naar de hersenen. Na die periode gaan de karkassen de broeibak in. Als tijdens die periode tekenen van bewustzijn of leven voorkomen, wordt de elektrische back-up apparaat gebruikt door een van de aanketters of de chef vuile slachthal. Deze controle is een wettelijke plicht, omdat er de mogelijkheid is dat een dier dat goed bedwelmd was, terug bij bewustzijn komt. De dieren hangen achter de aanketters en zijn niet allemaal zichtbaar vanuit hun positie, noch van de positie van de controleurs na het steken. Ik stelde vast dat bij bedwelmde varkens een onvolledige controle werd uitgevoerd op de afwezigheid van tekenen van leven na einde verbloeden, kort voor de broeibak. Ik zag namelijk dat een varken met tekenen van leven, namelijk gasping, de broeibak in ging. […]” 1.2 Naar aanleiding van de bevindingen in dit rapport heeft de minister met het besluit van 16 december 2022 (boetebesluit) aan [naam 1] een boete opgelegd van € 2.500,-, omdat verdere uitslachting of broeiing na eenvoudige bedwelming plaatsvond zonder dat werd vastgesteld of het dier geen tekenen van leven meer vertoonde. Volgens de minister heeft [naam 1] daarmee een overtreding begaan van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 5.8 van de Regeling houders van dieren, en artikel 15, eerste lid en bijlage III, onder punt 3.2, van Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden (Verordening 1099/2009). 1.3 Met het besluit van 6 juli 2023 (bestreden besluit) heeft de minister de bezwaren van [naam 1] tegen het boetebesluit ongegrond verklaard. Tegen dit besluit was het beroep van [naam 1] bij de rechtbank gericht. Uitspraak van de rechtbank 2 De rechtbank heeft het beroep van [naam 1] ongegrond verklaard. De rechtbank heeft, voor zover voor het hoger beroep van belang, het volgende overwogen, waarbij voor eiseres [naam 1] en voor verweerder de minister moet worden gelezen: “6. Eiseres voert aan dat uit het rapport van bevindingen blijkt dat zij juist wél de voorschriften in acht neemt en er pas verdere broeiing na eenvoudige bedwelming plaatsvindt nadat is vastgesteld dat het dier geen tekenen van leven meer vertoonde. Uit het rapport volgt immers dat eiseres gebruik maakt van video-opnames om het steek- en slachtproces te monitoren, dat meteen na de steekpositie twee medewerkers de steekprocedure controleren en dat er een geautomatiseerd systeem is dat de lijn stopt als de fixatie en/of het steken niet volgens de eisen is gedaan. Daarnaast voert eiseres aan dat de afwezigheid van gasping aangeeft dat een dier dood is maar dat de aanwezigheid van gasping geen teken van leven hoeft te zijn. Uit diverse literatuur in de veterinaire en humane geneeskunde volgt dat gasping geen ademhaling is en dus niet altijd een teken van leven is zoals ademhaling dat wel is. Aanwezigheid van een late (namelijk viereneenhalve minuut na verbloeding), geringe en vage gasping (zoals uit de videobeelden blijkt), in combinatie met de afwezigheid van enige reactie op heet broeiwater rechtvaardigt de conclusie dat het dier dood was op het moment van aankomst bij het broeiwater, aldus eiseres. 6.1. Op het slachthuis van eiseres worden de varkens eerst bedwelmd met koolstofdioxide, dan worden ze gestoken, zodat de dieren verbloeden, en daarna gaan de varkens in een broeibak. Uit artikel 4, eerste lid, van Verordening 1099/2009 volgt dat na de bedwelming met koolstofdioxide (een methode van eenvoudige bedwelming (zie tabel 3 van Bijlage I van Verordening 1099/2009)) zo spoedig mogelijk een methode wordt gebruikt die de dood garandeert, zoals het verbloeden. In punt 3.2 van Bijlage III van Verordening 1099/2009 staat dat daarbij systematisch de twee halsslagaders of de toevoerende bloedvaten worden doorgesneden en dat verdere uitslachting of broeiing alleen plaatsvindt nadat is vastgesteld dat het dier geen tekenen van leven meer vertoont. De toezichthouder heeft vastgesteld dat een varken, vlak voordat het de broeibak inging, meermaals gaspte (negen keer in 37 seconden). Dit is ook te zien op het filmpje dat bij het rapport van bevindingen is gevoegd en wordt door eiseres ook niet betwist. Volgens de toezichthoudend dierenarts was dit een teken van leven, althans had het varken niet het volledige beeld van een dood dier. In het rapport wordt ook verwezen naar een werkinstructie van de NVWA (WLZVL-017 ‘Toezicht op welzijn van hoefdieren en gekweekt wild in slachthuizen’, versie 06, pagina 26) waarin staat dat er (onder meer) zekerheid over de dood van een dier is als er géén ademhaling, óók geen gasping is. Eiseres betwist op zichzelf ook niet dat gasping een teken van leven kan zijn. Zij wijst er echter op dat gasping niet altijd een teken van leven hoeft te zijn. Maar daarmee gaat eiseres voorbij aan de norm die hier geldt, namelijk dat voordat een varken de broeibak in gaat, zeker moet zijn dat het dier geen enkel teken van leven meer vertoont. Er was sprake van gasping bij het varken en daardoor was er geen zekerheid dat het dier dood was toen het de broeibak inging. Dat het dier geen reactie vertoonde toen het de broeibak inging kan een aanwijzing zijn dat het dier al wel dood was, maar dat is niet met zekerheid vastgesteld. Bovendien heeft de toezichthoudend dierenarts ter zitting hierover verklaard dat er een onderscheid is tussen tekenen van leven en tekenen van bewustzijn of gevoeligheid. Als een dier reageert op het water van de broeibak is dat niet alleen een teken van leven, maar ook een teken van bewustzijn of gevoeligheid. Een dier kan bewusteloos zijn, maar nog wel tekenen van leven hebben. 6.2. Eiseres heeft in haar gronden gewezen op de in het rapport van bevindingen beschreven controlesystemen die in haar slachterij worden gehanteerd, maar die zien op (periodieke) controles op het bedwelmingsproces om te waarborgen dat de dieren geen tekenen van bewustzijn of gevoeligheid vertonen, zoals is voorgeschreven in artikel 5, eerste lid, van Verordening 1099/2009. Het gaat in dit geval om een andere controle, namelijk de controle op tekenen van leven bij ieder dier voordat het de broeibak ingaat. Ter zitting heeft eiseres er ook nog op gewezen dat zij gebruik maakt van cameramonitoring van de bloedstroom na het steken van ieder dier, maar ook al zou dit een (geschikte) controle op tekenen van leven zijn, vast staat dat dit controlesysteem niet heeft voorkomen dat een varken dat nog tekenen van leven vertoonde de broeibak inging. 6.3 Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder dan ook terecht vastgesteld dat eiseres niet heeft voldaan aan punt 3.2 van Bijlage III van Verordening 1099/2009 en dat haar dit verweten kan worden. Verweerder was bevoegd (gelet op artikel 6.2, eerste lid, artikel 8.6, eerste lid, en artikel 8.7 van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 5.8 van de Regeling houders van dieren) eiseres daarvoor een boete op te leggen. De door verweerder opgelegde boete van € 2.500,- is in overeenstemming met het standaardboetebedrag dat voor deze overtreding is vastgesteld in de Bijlage bij de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren. De rechtbank vindt dit bedrag evenredig. Eiseres heeft geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan verweerder de boete had moeten matigen dan wel had moeten afzien van de oplegging van een boete. Ook de rechtbank is daar niet van gebleken.” Wettelijk kader 3 Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak. Beoordeling van het hoger beroep 4 Het College komt tot het oordeel dat de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten en licht dit hieronder toe. 5 [naam 1] betwist de feitelijke waarnemingen die de toezichthouder heeft opgetekend in het rapport van bevindingen niet. Het College gaat dan ook hiervan uit. 6.1 [naam 1] betwist dat sprake is van een overtreding. Zij betoogt dat de rechtbank ten onrechte voorbij is gegaan aan het feit dat niet zeker is of het bij het gaspen van het varken om een teken van leven ging. Dat het dier niet reageerde op de broeibak is volgens haar een aanwijzing dat het dier al wel dood was. Zij wijst verder op bijlage 4 bij het werkvoorschrift WLZVL-017 van de NVWA (werkvoorschrift), en betoogt dat in dit geval geen sprake is van twee of meer van de in het werkvoorschrift vermelde symptomen van onvoldoende bedwelming. 6.2 Het College onderschrijft het hiervoor weergegeven oordeel van de rechtbank, en maakt de overwegingen van de rechtbank tot de zijne. In wat [naam 1] in hoger beroep heeft aangevoerd, ziet het College aanleiding daar het volgende aan toe te voegen. 6.3 De in het werkvoorschrift vermelde symptomen van onvoldoende bedwelming, waarnaar [naam 1] verwijst, zijn hier niet van toepassing. Die zijn van toepassing op een eerdere fase in het slachtproces. Het gaat in dit geval om de fase na het verbloeden, wanneer er volgens de werkinstructie geen enkel teken van leven meer mag zijn. Dat het dier geen reactie vertoonde toen het de broeibak inging, betekent niet dat met zekerheid kan worden vastgesteld dat het dier (al) dood was. Het dier gaspte negen keer binnen 37 seconden. Dat kan een teken van leven zijn, wat een dier in dit stadium dus niet meer mag vertonen. Dit had voor [naam 1] aanleiding moeten zijn voordat het dier de broeibak inging nader te controleren of het dier dood was, door een controle van de corneareflex, en eventueel maatregelen te nemen. Bijvoorbeeld door gebruikmaking van de elektrische tang, die als back-up apparatuur in het slachthuis van [naam 1] aanwezig is. Dat heeft zij niet gedaan. Slotsom 7.1 Het hoger beroep slaagt niet. Het College zal de uitspraak van de rechtbank bevestigen. 7.2 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing Het College bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Verbeek, in aanwezigheid van mr. R.H. Verheijen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2025. w.g. J.L. Verbeek w.g. R.H. Verheijen Bijlage Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden Artikel 15, eerste lid De bedrijfsexploitanten waarborgen dat de in bijlage III opgenomen operationele voorschriften voor slachthuizen in acht worden genomen. Bijlage III OPERATIONELE VOORSCHRIFTEN VOOR SLACHTHUIZEN (zoals bedoeld in artikel 15) 3.