Rechtspraak College van Beroep voor het bedrijfsleven 2026-06-16
ECLI:NL:CBB:2026:274
Ontbinding van een rechtspersoon o.g.v. art. 2:19a, lid 1, BW omdat zich twee van de in dat artikel genoemde omstandigheden voordoen. Geen sprake van een rechtspersoon die nog volop activiteiten verricht in het maatschappelijk verkeer. Beroep op evenredigheidsbeginsel slaagt niet. Beroep ongegrond. uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 25/204 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juni 2026 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [woonplaats] (gemachtigde: mr. E.M.F. Opering) en de Kamer van Koophandel (KvK) (gemachtigde: mr. J.P.M. van der Ende) Procesverloop in beroep De B.V. heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de KvK van 17 januari 2025 (bestreden besluit). De KvK heeft een verweerschrift ingediend. De zitting was op 29 april 2026. Aan de zitting hebben deelgenomen: [naam 2] en [naam 3] namens de B.V., de gemachtigde van de B.V. en de gemachtigde van de KvK. Inleiding Op grond van artikel 2:19a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt een rechtspersoon door een beschikking van de KvK ontbonden, indien de KvK is gebleken dat zich twee van de in dat artikel genoemde omstandigheden voordoen. De B.V. is opgericht en ingeschreven in het handelsregister van de KvK met het oog op deelname aan het Experiment Gesloten Coffeeshopketen. De B.V. beoogt actief te worden als teler voor dit experiment en is daarvoor, na een loting, op de wachtlijst geplaatst. 3.1 Op 17 april 2024 heeft de KvK de B.V. ontbonden, omdat zij tenminste één jaar in gebreke was met de nakoming van de verplichting tot het deponeren van de jaarstukken, ten minste één jaar geen gevolg had gegeven aan een aanmaning tot het doen van aangifte voor de vennootschapsbelasting en niet bereikbaar was op het in het handelsregister ingeschreven adres. Met een besluit van 2 juli 2024 heeft de KvK het bezwaar van de B.V. gegrond verklaard, omdat de procedure rondom een eerder opgegeven adreswijziging niet juist was verlopen. De inschrijving van de B.V. in het handelsregister is vervolgens hersteld. 3.2 Op 25 juli 2024 heeft de KvK een voornemen tot ontbinding aan de B.V. verstuurd, omdat de twee andere gronden, te weten het niet deponeren van jaarstukken en het niet doen van aangifte vennootschapsbelasting, zich nog steeds voordoen. Omdat deze gronden zich na verloop van acht weken nog steeds voordeden, heeft de KvK de B.V. op 30 september 2024 opnieuw ontbonden. In het bestreden besluit merkt de KvK op dat de B.V. sinds haar oprichting op 23 juni 2020 geen jaarstukken heeft gedeponeerd en ook geen aangifte vennootschapsbelasting heeft gedaan. Daarnaast is op geen enkel moment aangetoond dat er desondanks een volop maatschappelijk actieve vennootschap is. Het bezwaar wordt daarom ongegrond verklaard. Beoordeling door het College 4 Het College oordeelt dat de KvK de B.V. terecht heeft ontbonden en licht dat oordeel hierna toe. 5.1 Zoals het College eerder heeft overwogen (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 12 juni 2018, ECLI:NL:CBB:2018:287), vloeit uit artikel 2:19a, eerste, derde en vierde lid, van het BW voort dat de KvK tot ontbinding van de rechtspersoon dient over te gaan, indien na verloop van de termijn van acht weken twee of meer van de in het eerste lid genoemde aan de rechtspersoon in de voornemenbrief medegedeelde omstandigheden zich nog steeds voordoen. Alleen indien voor de KvK volstrekt duidelijk is of behoort te zijn dat sprake is van een rechtspersoon die nog volop activiteiten verricht in het maatschappelijk verkeer brengt een redelijke toepassing van de wettelijke regeling mee dat de KvK de haar toegekende bevoegdheden niet uitoefent. 5.2 Het College stelt vast dat de twee in het voornemen van 25 juli 2024 genoemde omstandigheden in de zin van artikel 2:19a, eerste lid, aanhef en onder b en c, van het BW, zie hiervoor onder 3.2, zich na verloop van de achtwekentermijn nog steeds voordeden. 5.3 De B.V. voert aan dat zij haar boekhouder opdracht heeft gegeven om aangifte vennootschapsbelasting te doen en een jaarrekening op te stellen. Ter onderbouwing daarvan heeft zij een e-mail van 4 september 2024 overgelegd, waaruit zou blijken dat zij de oprichtingsakte en een (niet nader gespecificeerde) brief van de KvK aan de boekhouder heeft doorgestuurd. Daarnaast heeft de B.V. een brief van de boekhouder aan de Belastingdienst van 30 september 2025 overgelegd waarin om uitstel voor het doen van aangifte wordt gevraagd. De B.V. stelt dat zij erop vertrouwde dat de boekhouder alles in orde zou maken, maar dat hij hier niet toe in staat is gebleken. Er is brand geweest in zijn kantoor en daarna is hij ziek geworden. Het College oordeelt dat de onderneming met de hiervoor genoemde stukken niet heeft onderbouwd dat er aangifte vennootschapsbelasting is gedaan of dat er om uitstel voor het doen van aangifte is gevraagd. Uit informatie die de KvK heeft overgelegd, blijkt bovendien dat de Belastingdienst heeft laten weten dat er geen bezwaren bestaan tegen de ontbinding. Dat de B.V. het doen van aangifte en het opstellen van de jaarrekening aan een boekhouder heeft overgelaten, komt voor haar rekening en risico. Juist gelet op de gestelde omstandigheden bij de boekhouder kon de B.V. er niet op vertrouwen dat hij dit in orde zou maken. Het College merkt hierbij ook nog op dat het de B.V. al sinds het eerste voornemen tot ontbinding van 9 februari 2024 bekend was dat zij aangifte vennootschapsbelasting moest doen en/of de jaarrekening moest deponeren om ontbinding te voorkomen. 5.4 Verder stelt het College vast dat geen sprake is van een rechtspersoon die nog volop activiteiten verricht in het maatschappelijk verkeer. De B.V. heeft zelf bevestigd dat zij nog niet actief is, omdat zij op een wachtlijst staat voor deelname aan het Experiment Gesloten Coffeeshopketen. De enkele, niet onderbouwde, stelling van de B.V. dat zij aanzienlijke investeringen heeft gedaan en dat zij nog bezig is met een gerechtelijke procedure over de loting die heeft plaatsgevonden voor deelname aan het experiment leidt niet tot een andere conclusie. Het College weegt ook hier mee dat de B.V. ruim gelegenheid heeft gehad om aan te tonen dat zij volop activiteiten verricht, namelijk al sinds het eerste voornemen tot ontbinding van 9 februari 2024, maar van die gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt. 6.1 Ten slotte ligt de vraag voor of de KvK toch een uitzondering had moeten maken, gelet op de bijzondere omstandigheden van dit geval. De onderneming stelt dat de ontbinding disproportioneel is en doet een beroep op het evenredigheidsbeginsel. De ontbinding levert aanzienlijke schade voor haar op. Door de ontbinding kan zij niet meer deelnemen aan het experiment en opnieuw inschrijven is geen optie, omdat de aanvraagprocedure inmiddels is gesloten. Ook heeft de B.V. aanzienlijke investeringen gedaan ter voorbereiding op haar deelname aan het experiment en de ontbinding brengt deze in gevaar. 6.2 Het bestreden besluit berust op een wet in formele zin en het gaat hier om een gebonden bevoegdheid. Dat betekent dat beoordeeld moet worden of er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat de nadelige gevolgen voor de B.V. van uitoefening van de bevoegdheid tot ontbinding zozeer onevenwichtig zijn, dat toepassing van de wettelijke regeling in dit geval achterwege moet blijven. Daarbij geldt dat het moet gaan om bijzondere omstandigheden die niet (volledig) verdisconteerd zijn in de afweging van de wetgever. 6.3 Uit de memorie van toelichting bij de wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ( Kamerstukken II 1991/92, 22482, nr. 3) blijkt dat het doel van de invoering van artikel 2:19a was om de ontbinding van lege vennootschappen eenvoudiger te maken om zo misbruik tegen te gaan en om het handelsregister op te schonen. De wetgever heeft daarbij overwogen dat de mogelijkheid blijft bestaan om lege vennootschappen ‘slapend’ te houden, door te voldoen aan (drie van) de vier vereisten. Het College stelt vast dat deze mogelijkheid ook voor de B.V. openstond. Het had op haar weg gelegen om aangifte vennootschapsbelasting te doen en/of een jaarrekening te deponeren, om zo ontbinding te voorkomen. De omstandigheden die de B.V.