Rechtspraak College van Beroep voor het bedrijfsleven 2026-01-27
ECLI:NL:CBB:2026:20
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 24/569 uitspraak van de meervoudige kamer van 27 januari 2026 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [woonplaats] ( [naam 1] ) (gemachtigden: mr. M. de Boer en mr. A. van Lohuizen) en de minister van Economische Zaken (gemachtigden: mr. P.J. Kooijman en drs. [naam 2] ) Procesverloop Met het besluit van 8 december 2023 (afwijzingsbesluit) heeft de minister de subsidieaanvraag van [naam 1] op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling), titel 2.21: Verbetering energie-efficiëntie van vissersvaartuigen, afgewezen. Met het besluit van 22 mei 2024 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van [naam 1] ongegrond verklaard. [naam 1] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend. De zitting was op 3 december 2025. Aan de zitting hebben deelgenomen: [naam 3] en [naam 4] , namens [naam 1] , en de gemachtigden van partijen. Overwegingen Inleiding 1.1 Om de visserijsector te ondersteunen bij de aanschaf en installatie van onderdelen aan vissersvaartuigen die de energie-efficiëntie verhogen of de uitstoot van verontreinigende stoffen of broeikasgassen verminderen, is de subsidiemodule voor de verbetering van de energie-efficiëntie van vissersvaartuigen aan de regeling toegevoegd. De specifieke doelgroep voor deze zogenoemde ENERGIEVIS-subsidie zijn de eigenaren van vissersvaartuigen die zich bevinden in de vlootsegmenten MFL1 en MFL2. De subsidiemodule is opgesteld op basis van artikel 27 van de Groepsvrijstellingsverordening visserij (verordening (EU) 2022/2473, gvvv). 1.2 [naam 1] is eigenaar van een vissersvaartuig dat zich bevindt in het vlootsegment MFL2 en als zodanig ook staat ingeschreven in het visserijregister. [naam 1] maakt deel uit van [naam 5] B.V. ( [naam 5] ). 1.3 Op 22 augustus 2023 heeft [naam 1] subsidie aangevraagd voor energie-efficiënte propellers en generatoren, als bedoeld in artikel 2.21.2 van de Regeling. 1.4 Met het afwijzingsbesluit heeft de minister de aanvraag afgewezen, omdat [naam 1] geen micro-, kleine of middelgrote onderneming (kmo) is, als bedoeld in artikel 2.21.2 van de Regeling. Om te beoordelen of [naam 1] een kmo is, heeft de minister gekeken naar de omzet, het balanstotaal, het aantal werknemers van [naam 1] en naar de ondernemingen die met [naam 1] zijn verbonden. Uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel van 10 juli 2023 blijkt dat zij een 100%-dochteronderneming van [naam 6] B.V. ( [naam 6] ) is. [naam 6] is een 100%-dochteronderneming van [naam 7] B.V. ( [naam 7] ), en [naam 7] is weer een 100%-dochteronderneming van [naam 5] . Dit betekent dus dat de omzet, het balanstotaal en het aantal werknemers van [naam 5] en alle daaronder vallende ondernemingen moet worden meegeteld. Voor [naam 1] leidt dit ertoe dat zij geen kmo is en op grond van artikel 2.21.1 van de Regeling niet in aanmerking komt voor de ENERGIEVIS-subsidie. 1.5 Met het bestreden besluit heeft de minister het bezwaar van [naam 1] tegen het afwijzingsbesluit ongegrond verklaard. Wettelijk kader 2 Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak. Standpunt van partijen Standpunt van [naam 1] 3.1 [naam 1] voert in beroep aan dat de minister de aanvraag ten onrechte heeft afgewezen. Zij kwalificeert wel als een kmo, als bedoeld in artikel 2.21.1 van de Regeling en de gvvv. De minister heeft ten onrechte de gegevens van iedere moederonderneming van [naam 1] betrokken in zijn beoordeling. Bij de Europese staatssteunregels staan de (mogelijke) mededingingsverstorende effecten op de interne markt centraal. In haar geval zou steun in de vorm van de ENERGIEVIS-subsidie niet kunnen leiden tot verstoring van de mededinging op de interne markt, omdat grote onderdelen van het concern waartoe [naam 1] behoort zich uitsluitend concentreren op gebieden buiten de interne markt en een groot deel van de omzet van de meegerekende ondernemingen afkoms Over de definitie van verbonden ondernemingen in bijlage 1 van de agvv heeft het College al eerder geoordeeld dat zij geen uitzonderingen bevat voor (delen van) ondernemingen die buiten een bepaalde EU-lidstaat of buiten de EU zijn gevestigd, in een andere branche opereren of geen of een beperkte financiële relatie hebben met de andere verbonden ondernemingen, en dat de aandeelhoudersrelaties doorslaggevend zijn (zie de uitspraak van 14 november 2023, ECLI:NL:CBB:2023:626, onder 3.3). Hetzelfde geldt voor de definitie van verbonden ondernemingen in bijlage 1 van de gvvv. Op zitting is bovendien door [naam 1] bevestigd dat de jaaromzet van [naam 5] binnen de EU alleen – zonder de omzet van buiten de EU – volgens het laatst afgesloten boekjaar op het moment van de aanvraag (2022) ook meer dan € 50 miljoen bedroeg. 4.3 Uit 4.1 en 4.2 volgt dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat [naam 1] geen kmo is, als bedoeld in artikel 2.21.1 van de Regeling, en om die reden niet kan worden aangemerkt als eigenaar van een vissersvaartuig waaraan ENERGIEVIS-subsidie wordt verleend. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen. Evenredigheidsbeginsel 5 Voor zover [naam 1] betoogt dat de afwijzing van de aanvraag voor haar leidt tot onevenwichtige gevolgen, moet worden geoordeeld dat dit betoog niet slaagt. Aanvaarding van dat betoog in de zin dat haar toch subsidie moet worden verleend, hoewel zij geen kmo is, leidt ertoe dat subsidieverlening in strijd komt met de Europese staatssteunregels. Het is vaste rechtspraak van het College (zie bijvoorbeeld de uitspraken van 23 april 2024, (ECLI:NL:CBB:2024:289 en ECLI:NL:CBB:2024:290) en de uitspraak van 19 augustus 2025, (ECLI:NL:CBB:2025:425)) dat een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur zoals het evenredigheidsbeginsel het Europees staatssteunrecht niet opzij kan zetten. Slotsom 6 Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, mr. M.J. Jacobs en mr. P. Glazener, in aanwezigheid van mr. L. ten Hove, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026. w.g. A. Venekamp w.g. L. ten Hove Bijlage Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Stcrt. 2023, nr. 18779) Artikel 2.21.1. Begripsomschrijvingen In deze titel wordt verstaan onder: eigenaar van een vissersvaartuig: micro-, kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in de groepsvrijstellingsverordening visserij die het eigendom heeft van een vissersvaartuig en onder wiens naam het in het register, bedoeld in artikel 4 van het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998, is ingeschreven; (…) Artikel 2.21.2. Subsidieaanvraag De minister verleent op aanvraag subsidie aan de eigenaar van een vissersvaartuig voor het verbeteren van de energie-efficiëntie van een vissersvaartuig met de maatregelen, bedoeld in artikel 27, tweede lid, onderdeel a, van de groepsvrijstellingsverordening visserij. Verordening (EU) 2022/2473 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (verordening (EU) 2022/2473) HOOFDSTUK I Gemeenschappelijke bepalingen Artikel 1 Toepassingsgebied 1. Deze verordening is van toepassing op steun voor: a. micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten; (…) Artikel 27 Steun om de energie-efficiëntie te verbeteren en de gevolgen van klimaatverandering te matigen 1. Steun om de energie-efficiëntie te verbeteren en de gevolgen van klimaatverandering te matigen, met uitzondering van steun voor het vervangen of moderniseren van motoren, die voldoet aan de voorwaarden van hoofdstuk I va 3.3. “ Verbonden ondernemingen” zijn ondernemingen die met elkaar een van de volgende banden onderhouden: a. een onderneming heeft de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van een andere onderneming; b. een onderneming heeft het recht de meerderheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van een andere onderneming te benoemen of te ontslaan; c. een onderneming heeft het recht een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen op grond van een met deze onderneming gesloten overeenkomst of een bepaling in de statuten van laatstgenoemde onderneming; d. een onderneming heeft als aandeelhouder of vennoot van een andere onderneming, op grond van een met andere aandeelhouders of vennoten van die onderneming gesloten overeenkomst, als enige zeggenschap over de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van laatstgenoemde onderneming. Er wordt aangenomen dat geen overheersende invloed wordt uitgeoefend indien de in punt 3.2, tweede alinea, genoemde investeerders zich niet direct of indirect met het beheer van de betrokken onderneming bemoeien, onverminderd de rechten die zij als aandeelhouder of vennoot bezitten. Ondernemingen worden eveneens als verbonden ondernemingen beschouwd indien zij via één of meerdere andere ondernemingen of via een investeerder als bedoeld in punt 3.2, één van de in de eerste alinea bedoelde banden onderhouden. Ondernemingen die via een natuurlijke persoon of een in gemeenschappelijk overleg handelende groep van natuurlijke personen een van deze banden onderhouden, worden eveneens als verbonden ondernemingen beschouwd indien zij hun activiteiten of een deel van hun activiteiten op dezelfde markt of op verwante markten uitoefenen. Als “verwante markt” wordt beschouwd de producten- of dienstenmarkt die zich direct boven of onder het niveau van de relevante markt bevindt. 3.4. Behoudens de in punt 3.2, tweede alinea, bedoelde gevallen kan een onderneming niet als kmo worden aangemerkt indien één of meer overheidsinstanties, gezamenlijk of afzonderlijk, direct of indirect zeggenschap hebben over 25 % of meer van het kapitaal of de stemrechten. 3.5. Ondernemingen kunnen een verklaring opstellen over hun hoedanigheid van zelfstandige onderneming, partneronderneming of verbonden onderneming en de gegevens met betrekking tot de in punt 2 vermelde drempels. Ook wanneer het wegens de spreiding van het kapitaal onmogelijk is precies te bepalen wie het in handen heeft, kan deze verklaring worden opgesteld mits de onderneming te goeder trouw verklaart dat zij redelijkerwijs kan aannemen niet voor 25 % of meer in handen te zijn van één onderneming of van verscheidene verbonden ondernemingen gezamenlijk of via natuurlijke personen afzonderlijk of in een groep. Dergelijke verklaringen doen geen afbreuk aan de controles of verificaties waarin de nationale regelgeving of Unieregelgeving voorziet. (…) 6. Vaststelling van de gegevens van de onderneming 6.1. In het geval van een zelfstandige onderneming worden de gegevens, met inbegrip van het aantal werkzame personen, uitsluitend op basis van de rekeningen van die onderneming bepaald. 6.2. De gegevens, waaronder het aantal werkzame personen, van een onderneming die partnerondernemingen of verbonden ondernemingen heeft, worden bepaald op basis van de rekeningen en andere gegevens van de onderneming of, indien van toepassing, van de geconsolideerde rekeningen van de onderneming of van de geconsolideerde rekeningen waarin de onderneming door consolidatie is opgenomen. De in de eerste alinea bedoelde gegevens worden samengeteld met de gegevens van de eventuele partnerondernemingen van de betrokken onderneming, die zich direct boven of onder het niveau van die onderneming bevinden. De samentelling geschiedt in evenredigheid met het aandeel in het kapitaal of de stemrechten (het hoogste van de twee percentages). Bij wederzijdse participatie geldt het hoogste van deze percentages. De in