Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2026-03-31
ECLI:NL:CBB:2026:135
Bestuursrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,041 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:CBB:2026:135 text/xml public 2026-03-31T10:19:19 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl College van Beroep voor het bedrijfsleven 2026-03-31 24/190 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Den Haag Bestuursrecht Handelsregisterbesluit 2008 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:135 text/html public 2026-03-30T12:10:15 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:CBB:2026:135 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 31-03-2026 / 24/190 Bezwaar en beroep tegen inschrijving bestuurder Vereniging van Eigenaars in handelsregister conform opgave. Geen misbruik van recht. Geen aanleiding voor inschrijving met terugwerkende kracht. Beroep ongegrond. uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 24/190 uitspraak van de meervoudige kamer van 31 maart 2026 in de zaak tussen [naam] , te [woonplaats] en de Kamer van Koophandel (gemachtigde: mr. B.A. van den Enden) Procesverloop Met het besluit van 13 november 2023 (inschrijvingsbesluit) heeft de Kamer van Koophandel (KvK) de opgave van [naam] als bestuurder van de Vereniging van Eigenaars [adres] (VvE) per 30 oktober 2023 in het handelsregister ingeschreven. Met het besluit van 11 januari 2024 (bestreden besluit) heeft de KvK het bezwaar van [naam] tegen het inschrijvingsbesluit ongegrond verklaard. [naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De KvK heeft een verweerschrift ingediend. [naam] heeft op het verweerschrift gereageerd. De VvE is in de gelegenheid gesteld aan het geding deel te nemen als derde partij. De VvE heeft hier geen gebruik van gemaakt. De zitting was op 14 januari 2026. Aan de zitting heeft [naam] deelgenomen. Overwegingen Inleiding 1.1 Deze zaak gaat over de inschrijving in het handelsregister van VvE-bestuurslid [naam] . [naam] was eerst eigenaar van het gehele pand aan de [adres] in [woonplaats] . Op 20 oktober 1993 is dit pand gesplitst in vier appartementsrechten, waarvan [naam] er één in eigendom heeft gehouden. De VvE bestaat sindsdien uit de vier appartementseigenaren. Sinds 1 oktober 2009 is de VvE ingeschreven in het handelsregister. Naar aanleiding van een opgave van de VvE is [naam] op 18 april 2017 door de KvK uitgeschreven als bestuurder van de VvE. [naam] heeft dit besluit zonder succes aangevochten bij de bestuursrechter, waardoor het onherroepelijk is geworden. Vanaf 18 april 2017 is het bestuur van de VvE gevormd door een combinatie van (één van) de bewoners en professionele VvE beheerders. Dit heeft tot verschillende inschrijvingen in het handelsregister geleid. Een aantal van deze besluiten heeft [naam] aangevochten bij de bestuursrechter, maar deze procedures hebben (op één na) geen succes gehad. 1.2 Uit een opgave van 15 november 2022 van één van de professionele VvE beheerders, MVGM Vastgoed B.V., bleek dat eerder gedane opgaven die de KvK per 1 augustus 2022 had geregistreerd in het handelsregister, zonder instemming van MVGM Vastgoed B.V. waren gedaan. MVGM Vastgoed B.V. was naar eigen zeggen nooit bestuurder van de VvE geweest. Om die reden heeft de KvK bij besluit van 21 november 2022 de betrokken inschrijvingen ingetrokken en het handelsregister daarop aangepast. De intrekkingen brachten volgens de KvK geen verandering in de uitschrijving van [naam] per 18 april 2017. Volgens [naam] zijn er in de periode 2017 – 2022, na zijn uitschrijving, frauduleuze handelingen verricht die de VvE financieel hebben benadeeld. Na 2022 heeft [naam] daarom meermaals, maar zonder succes, om (her)inschrijving als bestuurder van de VvE verzocht. 1.3 Op 30 oktober 2023 heeft [naam] nogmaals een opgave gedaan om zichzelf als bestuurder van de VvE in het handelsregister in te schrijven. Deze opgave was voorzien van alle benodigde bewijsstukken. Met het besluit van 13 november 2023 heeft de KvK deze opgave ingeschreven per 30 oktober 2023. Ondanks het positieve besluit heeft [naam] toch bezwaar gemaakt. Volgens [naam] had de KvK hem per 18 april 2017 als bestuurder moeten inschrijven. Ook heeft de KvK in de ogen van [naam] ten onrechte wijzigingen doorgevoerd in het handelsregister in de periode tussen 18 april 2017 en 30 oktober 2023. 1.4 De KvK heeft het bezwaar van [naam] ongegrond verklaard. De inschrijfdatum 30 oktober 2023 heeft de KvK gebaseerd op de opgave van [naam] zelf. Het staat de KvK niet vrij om te beoordelen of een andere (eerdere) inschrijfdatum zou moeten gelden. De uitschrijving van [naam] per 18 april 2017 is namelijk bestuursrechtelijk onaantastbaar geworden en niet is gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden. Wettelijk kader 2 Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak. Standpunten van partijen 3.1 [naam] voert (ook) in beroep aan dat de KvK hem per een eerdere datum had moeten inschrijven, namelijk per 18 april 2017. 3.2 De KvK voert ten eerste aan dat het beroep van [naam] niet-ontvankelijk moet worden verklaard vanwege misbruik van recht. Dat misbruik bestaat volgens de KvK uit het feit dat [naam] al gedurende lange tijd en telkens opnieuw zijn uitschrijving uit 2017 aan de kaak stelt. Hij doet dit over de band van verschillende besluiten die daar niet over gaan, terwijl die uitschrijving inmiddels onherroepelijk is. Voor het overige is het standpunt van de KvK dat de inschrijving is gedaan volgens de opgave van [naam] zelf. Om die reden zou het beroep ongegrond zijn volgens de KvK. Beoordeling door het College Is sprake van misbruik van recht? 4.1 Het College moet allereerst de vraag beantwoorden of sprake is van misbruik van recht door [naam] . Het College is van oordeel dat dit niet het geval is. Hierna licht het College toe hoe het tot dit oordeel komt. 4.2 Zoals het College eerder heeft overwogen (zie de uitspraak van 25 juli 2023, ECLI:NL:CBB:2023:388), zijn voor het aannemen van misbruik van recht zwaarwichtige gronden vereist. Dergelijke zwaarwichtige gronden zijn onder meer aanwezig als rechten of bevoegdheden zodanig evident zijn aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waartoe zij zijn gegeven, dat het aanwenden van die rechten of bevoegdheden blijk geeft van kwade trouw. 4.3 Hoewel [naam] eerder procedures heeft gevoerd over zijn uittreding als bestuurder per 18 april 2017 en hij dit argument in deze procedure opnieuw heeft aangevoerd, betekent dit niet automatisch dat sprake is van misbruik van recht. Met zijn beroep wil [naam] bewerkstelligen dat er geen hiaten zijn in de inschrijving van de VvE in het handelsregister en dat er een volgens hem correcte inschrijving wordt opgenomen. Dit heeft [naam] tijdens de zitting herhaald. Naar het oordeel van het College streeft [naam] daarmee geen onredelijk doel na. Anders dan de KvK meent, zijn de omstandigheden die tot de uitspraak van het College van 30 maart 2017 (ECLI:NL:CBB:2017:114) hebben geleid van een andere orde. In die zaak hadden appellanten willens en wetens een verzoek tot de KvK gericht met de vooropgezette bedoeling een bezwaar- en vervolgens beroepsprocedure op grond van de Algemene wet bestuursrecht te beginnen om op die manier opnieuw zaken die reeds uitgebreid tot in hoogste instantie door de Hoge Raad waren beslist, aan de kaak te stellen. Van een dergelijk vooropgezette bedoeling is hier naar het oordeel van het College geen sprake. 4.4 Het College oordeelt daarom dat misbruik van recht niet is vast komen te staan. Het beroep is dus ontvankelijk. Dit betekent dat het College de inhoud van het beroep zal beoordelen. Heeft de KvK de opgave van [naam] op juiste wijze ingeschreven in het handelsregister? 5.1 [naam] stelt zich op het standpunt dat de KvK hem per 18 april 2017 als bestuurder had moeten inschrijven. Het College oordeelt dat de KvK op juiste gronden heeft besloten [naam] in te schrijven per 30 oktober 2023. Hierna licht het College toe hoe het tot dit oordeel komt. 5.2 [naam] heeft op 30 oktober 2023 een opgave van de inschrijving van zijn eigen benoeming als bestuurder gedaan. De vraag “Datum waarop de functionaris in functie is getreden” heeft [naam] met 30 oktober 2023 beantwoord. Een verslag van de VvE-vergadering van diezelfde datum is bijgevoegd. Daaruit blijkt dat is besloten tot zijn benoeming.