Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2026-03-24
ECLI:NL:CBB:2026:122
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,024 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:CBB:2026:122 text/xml public 2026-03-24T11:22:31 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl College van Beroep voor het bedrijfsleven 2026-03-24 24/3 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Den Haag Bestuursrecht Wet personenvervoer 2000 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2026:122 text/html public 2026-03-24T10:31:28 2026-03-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:CBB:2026:122 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 24-03-2026 / 24/3 Invordering verbeurde dwangsom. Aanbieden taxivervoer op de Amsterdamse opstapmarkt zonder geldige vergunning. uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 24/3 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 maart 2026 in de zaak tussen [naam 1] , te [woonplaats] (de chauffeur) en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college van b en w) (gemachtigde: mr. M. ten Doesschate) Procesverloop Met het besluit van 25 april 2023 (invorderingsbesluit) heeft college van b en w medegedeeld dat de chauffeur niet heeft voldaan aan een aan hem opgelegde last onder dwangsom en dat college van b en w daarom een verbeurde dwangsom van in totaal € 5.550,- invordert. Met het besluit van 19 juli 2023 (bestreden besluit) heeft college van b en w het bezwaar van de chauffeur ongegrond verklaard. De chauffeur heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het college van b en w heeft een verweerschrift ingediend. De zitting was op 12 maart 2026. Aan de zitting heeft de gemachtigde van het college van b en w deelgenomen. Overwegingen Inleiding 1.1 De chauffeur beschikt niet over een vergunning voor het verrichten van taxivervoer op de Amsterdamse opstapmarkt (Taxxxivergunning). 1.2 Het college van b en w heeft op 24 januari 2020 aan de chauffeur een last onder dwangsom opgelegd voor elke keer dat hij taxivervoer aanbiedt op de Amsterdamse opstapmarkt zonder vergunning (dwangsombesluit). De hoogte van de dwangsom is bepaald op € 5.500,00 per overtreding, met een maximum van € 27.750,00. Met de beslissing op bezwaar van 19 juni 2020 is dit dwangsombesluit gehandhaafd. Met de uitspraak van 8 juni 2021, ECLI:NL:CBB:2021:593, heeft het College het hiertegen ingediende beroep ongegrond verklaard, zodat de last onder dwangsom in rechte is vast komen te staan. 1.3 Op 19 januari 2023 heeft een toezichthouder geconstateerd dat de chauffeur taxivervoer aanbood zonder vergunning. De toezichthouder heeft een rapport van bevindingen opgemaakt waarin het volgende is vermeld: “Ik, toezichthouder [naam 2] bevond mij op donderdag 19 januari 2023, omstreeks 22:57 uur, in uniform gekleed op de openbare weg, [adres] te Amsterdam. Ik, toezichthouder, zag daar een taxi, voorzien van het kenteken [kenteken] , merk Volkswagen en kleur wit. Het taxivoertuig voerde geen kenmerken van een Toegelaten Taxi Organisatie, hierna genoemd TTO van de gemeente Amsterdam. Ik, toezichthouder, zag dat op de hiervoor genoemde locatie, datum en tijdstip de hieronder genoemde chauffeur heeft gehandeld in strijd met artikel 2.3, eerste lid van de Taxiverordening Amsterdam 2012 laatstelijk gewijzigd in 2018. […] Ik, toezichthouder, [naam 2] zag dat de voornoemde chauffeur zijn taxivoertuig stilhield. Ik zag dat een man en een vrouw in het taxivoertuig stapte. Op het moment dat de klanten waren ingestapt heb ik de chauffeur staande gehouden om de illegale opstapmarkt te controleren. Ik vroeg de chauffeur hoe komt u aan de klanten? Ik hoorde dat de chauffeur mij hierop antwoordde: "Ik heb ze via bel werk verkregen." Ik zag dat de chauffeur mij op het telefoonscherm van zijn telefoon een gebeld telefoon gesprek liet zien, waarbij er om 22:57 het laatst gevoerde te zien was. Ik scrolde in de belgeschiedenis van het telefoonnummer en zag dat de chauffeur meer dan 10 gesprekken had gevoerd met dit telefoonnummer. Ter verificatie heb ik de klanten gevraagd hoe zij aan de taxi kwamen. Ik hoorde dat de vrouwelijke klant zei dat zie hun hand hadden opgestoken en dat de chauffeur was getopt en dat zij mochten instappen. De klanten ontkende het verhaal dat zij telefonisch contact hebben gehad met de chauffeur. De klanten wilde graag het taxivoertuig verlaten omdat zij zich niet veilig voelde.” 1.4 Naar aanleiding hiervan heeft het college van b en w bij brief van 3 februari 2023 aan de chauffeur meegedeeld dat de aan hem opgelegde dwangsom is verbeurd tot een bedrag van € 5.550,00 en dat hij dit bedrag moet betalen voor 2 maart 2023. 1.5 Omdat de chauffeur niet binnen de gegeven termijn de dwangsom heeft betaald, heeft het college van b en w het verbeurde bedrag met het besluit van 25 april 2023 ingevorderd. Met het bestreden besluit heeft het college van b en w het bezwaar ongegrond verklaard en het invorderingsbesluit gehandhaafd. Standpunt partijen 2.1 De chauffeur stelt zich op het standpunt dat hij op 19 januari 2023 geen taxivervoer heeft aangeboden maar via de belmarkt actief was. Hij had een rit aangeboden gekregen via Taxi Direct. 2.2 Het college van b en w voert aan dat de chauffeur op 19 januari 2023 omstreeks 22:57 uur opnieuw taxivervoer heeft aangeboden op de opstapmarkt en dat daarom de dwangsom is verbeurd. Hij heeft op het [adres] klanten in laten stappen. Het door de chauffeur gebelde nummer bleek van een vriend te zijn en niet van de zoon van de klanten zoals de chauffeur had verklaard. Het college van b en w mag uitgaan van het op ambtsbelofte opgemaakte rapport van bevindingen. Wettelijk kader 3.1 De Taxiverordening vindt haar wettelijke grondslag in artikel 82b van de Wet personenvervoer 2000 (Wp 2000). Op grond van artikel 82c van de Wp 2000, in samenhang gelezen met artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is het college van b en w van een last onder dwangsom. 3.2 Op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Taxiverordening is het verboden om zonder geldige Taxxxivergunning op de in bijlage 1 van de Taxiverordening aangegeven delen van de openbare weg taxivervoer aan te bieden, waaronder het gebied binnen de ring A10 van Amsterdam. Beoordeling door het College 4 Na de zitting heeft de chauffeur verzocht om een nieuwe zitting omdat hij zich had verslapen door ernstige pijn- en rugklachten na een auto-ongeluk in september vorig jaar en daardoor niet bij de zitting aanwezig kon zijn. Het College wijst dit verzoek af omdat dit in de eigen risicosfeer van de chauffeur ligt. Ook al is dit een vervelende situatie voor de chauffeur, dat neemt niet weg dat hij ook maatregelen had kunnen treffen om dit te voorkomen. Daarbij betrekt het College dat het ongeluk al enige tijd geleden is. 5 Het gaat in deze zaak om de invordering van de aan de chauffeur opgelegde dwangsom, die is verbeurd na de constatering dat hij op 19 januari 2023 in strijd met de aan hem opgelegde last artikel 2.3, eerste lid, van de Taxiverordening heeft overtreden. Op grond van die bepaling is het een chauffeur verboden om zonder Taxxxivergunning op de in bijlage I aangegeven delen van de openbare weg taxivervoer aan te bieden. 6.1 Het is vaste rechtspraak van het College (zie onder meer de uitspraak van 10 maart 2020, ECLI:NL:CBB:2020:140) wanneer een taxichauffeur met een als taxi herkenbare auto stilstaat op een als illegale opstapplaats voor taxi’s bekend staande plaats in Amsterdam, zonder dat hij op dat moment bezig is met het ophalen (laden) of afzetten (lossen) van klanten die bij hem een taxirit hebben besteld, dat de conclusie rechtvaardigt dat hij daar taxivervoer aanbiedt op de opstapmarkt. Deze aanname kan door de taxichauffeur slechts worden weerlegd door aannemelijk te maken dat hij daar staat ter uitvoering van een bij hem bestelde taxirit dan wel dat hij daar staat als gevolg van overmacht, zoals bijvoorbeeld autopech. Indien de taxichauffeur stelt dat hij daar om andere redenen staat dan voor laden en lossen, bijvoorbeeld om op zijn telefoon te kijken of om op een oproep voor een taxirit te wachten, helpt dat hem niet, omdat er dan van mag worden uitgegaan dat hij taxivervoer aanbiedt op de opstapmarkt, zoals dat er overigens voor omstanders en handhavers van de gemeente Amsterdam ook uitziet.