Rechtspraak College van Beroep voor het bedrijfsleven 2026-03-17
ECLI:NL:CBB:2026:109
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 24/325 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2026 in de zaak tussen V.O.F. [naam] , te [vestigingsplaats] (vennootschap) (gemachtigde: R. Scholten) en de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur(gemachtigden: mr. S.H.B. van der Zalm en mr. I.M.H.G. van Lankveld) Procesverloop Met het besluit van 25 oktober 2023 heeft de minister aan de vennootschap meegedeeld dat zij zich voor het jaar 2023 te laat heeft aangemeld voor steun op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023. Met het besluit van 13 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van de landbouwer daartegen ongegrond verklaard. De vennootschap heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend. Met de brieven van respectievelijk 26 februari 2025 en 1 april 2025 hebben de minister en de vennootschap antwoord gegeven op een vraag van het College. De zitting was op 2 februari 2026. Aan de zitting hebben deelgenomen de gemachtigden van de minister. Overwegingen Inleiding 1.1 Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2023 van de Europese Unie is voor zover hier van belang vastgelegd in Verordening 2021/2115, Verordening 2021/2116, Uitvoeringsverordening 2021/2290 en Gedelegeerde verordening 2022/1172. De nationale invulling van de GLB-verordeningen is neergelegd in de Uitvoeringsregeling GLB 2023. 1.2 In de Uitvoeringsregeling GLB 2023 zijn de regels rondom het aanvragen van GLB-steun ten opzichte van eerdere jaren veranderd. De landbouwer moet (nu) eerst een aanmelding indienen om in aanmerking te komen voor GLB-steun voordat hij een definitieve aanvraag kan doen. De aanmelding kon vanaf 1 maart tot en met 15 juni 2023 worden ingediend in een Gecombineerde opgave. Dit staat in artikel 10, eerste en zevende lid van de Uitvoeringsregeling GLB 2023. 1.3 De vennootschap heeft zich op 12 juli 2023, en daarmee te laat, aangemeld voor GLB-steun. Het beroep richt zich uitsluitend tegen de weigering van de minister om de te late aanmelding uit coulance of met toepassing van de hardheidsclausule (alsnog) te accepteren. Standpunten partijen 2.1 De vennootschap voert aan dat de minister coulance moet betrachten bij de door haar na 15 juni 2023 ingediende aanmelding, omdat anders dan in eerdere jaren geen korting meer wordt toegepast op de aangevraagde GLB-steun als de Gecombineerde opgave na de uiterste termijn is ingediend. Bovendien had de minister met toepassing van de hardheidsclausule haar late melding (toch) moeten aanvaarden. Het enkel mislopen van GLB-steun is een onbillijkheid van overwegende aard, te meer omdat in het invoeringsjaar van het nieuwe gemeenschappelijke landbouwbeleid voor de aanvrager veel is gewijzigd, waardoor omissies niet geheel voor rekening en risico van de aanvrager behoren te komen. 2.2 De minister voert aan dat hij met de verlenging van de aanmeldtermijn tot 15 juni 2023 al voldoende coulance heeft betracht. Bovendien heeft de vennootschap niet aangegeven waarom het verlengen van de aanmeldtermijn met een maand niet voldoende is geweest. Hij accepteert late aanmeldingen alleen als het vasthouden aan de (verlengde) aanmeldtermijn zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. In dat geval past de minister de hardheidsclausule uit artikel 48 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 toe. Het enkel mislopen van GLB-steun is geen onbillijkheid van overwegende aard. Dat het een invoeringsjaar betreft met veel wijzigingen voor de aanvrager, maakt dit niet anders. Van degene die in aanmerking wil komen van GLB-steun mag worden verwacht dat die op de hoogte is van de geldende wet- en regelgeving. Beoordeling door het College 3.1 De Uitvoeringsregeling GLB 2023 is een ministeriële regeling die de nationaalrechtelijke invulling geeft aan de per 1 januari 2023 in werking getreden Europese GLB-verordeningen. De keuze voor het opknippen van het aanmeldproces in twee stappen, de daarvoor geldende termijnen en he