Rechtspraak College van Beroep voor het bedrijfsleven 2026-03-10
ECLI:NL:CBB:2026:100
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 24/835 uitspraak van de meervoudige kamer van 10 maart 2026 in de zaak tussen maatschap [naam 1] , te [vestigingsplaats] (maatschap) (gemachtigde: mr. A.E.M. Olde Beverborg) en de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (de minister) (gemachtigden: mr. J. van Horsen en mr. R.P.R. van Winkel) Procesverloop Met het besluit van 9 april 2024 heeft de minister de door de maatschap gedane melding overmacht op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 afgewezen. Met het besluit van 16 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van de maatschap tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. De maatschap heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Met de brieven van respectievelijk 24 februari 2025 en 26 februari 2025 hebben de maatschap en de minister antwoord gegeven op een vraag van het College. De minister heeft een verweerschrift ingediend. De zitting was op 13 januari 2026. Aan de zitting hebben deelgenomen de gemachtigden van partijen en namens de maatschap [naam 2] . Overwegingen Inleiding 1.1 Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 2023 van de Europese Unie is voor zover hier van belang vastgelegd in Verordening 2021/2115, Verordening 2021/2116, Uitvoeringsverordening 2021/2290 en Gedelegeerde verordening 2022/1172. De nationale invulling van de GLB-verordeningen is neergelegd in Uitvoeringsregeling GLB 2023. 1.2 De Uitvoeringsregeling GLB 2023 bevat een aantal belangrijke wijzigingen ten opzichte van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB (oud), zoals de regels rondom het aanvragen van GLB-steun. Paragraaf 10 van de toelichting in de Staatscourant luidt voor zover van belang als volgt: “Om het aanvraagproces maximaal te kunnen ondersteunen […] wordt het aanvraagproces opgeknipt in twee stappen: een aanmelding (voorafgaand aan het aanvraagjaar) en een vooraf gecontroleerde aanvraag. Hierdoor worden fouten in de aanvraag voorkomen en dat zal minder sancties tot gevolg hebben. Gedurende het jaar ontvangt de aanvrager van RVO informatie over welke prestaties RVO wel en niet heeft geconstateerd en dat leidt vervolgens tot een vooraf gecontroleerde aanvraag. Aanpassingen leiden niet meer tot kortingen of sancties, de betaling geschiedt op basis van de uitgevoerde prestatie. De aanmelding bevat een opgave van de regelingen waar de aanvrager aan mee gaat doen en tevens het concept bouwplan en de voorgenomen eco-maatregelen voor het betreffende aanvraagjaar. De aanmelding is de basis voor de controles die vanuit de EU zijn voorgeschreven […] aangevuld met risicogerichte controles op basis van programmatisch handhaven en verantwoord vertrouwen worden ingericht volgens de nationale kaders. Gedurende het aanvraagjaar wordt de aanvrager zo goed mogelijk begeleid naar een foutloze aanvraag. […] Wat gelijk blijft is de peildatum van 15 mei, dat is het moment waarop geen percelen en landschapselementen meer toegevoegd kunnen worden aan de aanvraag. Op dat moment wordt op basis van de RVO registers bepaald wie de beschikking heeft over een perceel of een landschapselement.” 1.3 De maatschap heeft zich tijdig aangemeld voor de basispremie, extra betaling eerste veertig hectare en de eco-regeling voor 2023. De maatschap heeft de aanvraag echter niet tijdig, dat wil zeggen uiterlijk op 30 november 2023, definitief gemaakt. De maatschap heeft gebruik gemaakt van de door de minister geboden mogelijkheid om een melding overmacht als bedoeld in artikel 46 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 te doen. Bij een gehonoreerde melding had de maatschap de mogelijkheid kunnen krijgen alsnog de aanvraag in te dienen. Het beroep richt zich tegen het niet honoreren van die melding, en daarmee tegen de weigering om de aanvraag alsnog in behandeling te nemen. Wettelijk kader 2 Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak. Standpunt van de maatschap 3.1 De maatschap stelt dat zij in de veronderstelling Het gaat immers om een vergissing binnen de bedrijfsvoering van de maatschap, waarvoor de verantwoordelijkheid volledig bij haar ligt. Volgens de minister is geen sprake van gelijke gevallen omdat de situatie van de maatschap afwijkt van de in bezwaar genoemde uitspraken van het College van 14 januari 2025 en van de overgelegde (geanonimiseerde) beslissing op bezwaar. De minister stelt zich verder op het standpunt dat er geen aanleiding is voor het toepassen van de hardheidsclausule en dat het bestreden besluit ook niet onevenredig is. Het tijdig indienen van een aanvraag is nodig om de controles voor de verschillende aangevraagde regelingen tijdig te kunnen inplannen. Verder kunnen pas na ontvangst van alle aanvragen de steuntarieven per hectare worden vastgesteld binnen het voor het GLB beschikbare budget. Zonder een uiterste indieningsdatum kan bovendien niet een grote hoeveelheid van tussen de 40.000 en 50.000 aanvragen worden afgehandeld voor de uiterste beslisdatum (30 juni van het jaar dat volgt op het jaar van de aanvraag (artikel 11, vijfde lid, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023)). Dat de minister ook de maatschap gehouden heeft aan de strikte aanvraagtermijn en zij daardoor mogelijk € 82.500,- misloopt, maakt het besluit nog niet onevenwichtig. De maatschap heeft ruimschoots de gelegenheid gehad om tijdig haar Gecombineerde opgave in te dienen en is door de minister in verschillende berichten herinnerd aan het (belang van het) indienen van een tijdige aanvraag. De toekomstige wijziging van de aanvraagprocedure, die is bedoeld om het GBL-stelsel in zijn geheel beter uitvoerbaar te maken, heeft geen terugwerkende kracht en rechtvaardigt niet de conclusie dat de procedure in 2023 (en 2024) ondeugdelijk was. Beoordeling 5.1 De Uitvoeringsregeling GLB 2023 is – zoals gezegd – een ministeriële regeling die de nationaalrechtelijke invulling geeft aan de per 1 januari 2023 in werking getreden Europese GLB-verordeningen. De keuze voor het opknippen van het aanmeldproces in twee stappen, de daarvoor geldende termijnen en het opnemen van een hardheidsclausule zijn nationaalrechtelijke keuzes van de minister geweest. 5.2 Met het stellen van een uiterste datum voor het indienen van een aanvraag voor steun over 2023 op grond van het GLB worden meerdere legitieme doelen gediend, zoals volgt uit de nadere toelichting door de minister, weergegeven onder 4.2. Uitgangspunt dient dan ook te zijn dat een landbouwer zijn aanvraag binnen de aanvraagtermijn, in dit geval uiterlijk op 30 november 2023, moet hebben ingediend om voor GLB-steun in aanmerking te komen. Overmacht 6 Op grond van artikel 3 van Verordening 2021/2116 kunnen voor de financiering, het beheer en de monitoring van het GLB overmacht en uitzonderlijke omstandigheden worden erkend. Deze bepaling bevat voorbeelden van overmacht en uitzonderlijke gevallen. De enkele omstandigheid dat de maatschap in de veronderstelling was een definitieve aanvraag ingediend te hebben, is hiermee echter niet vergelijkbaar. Naar het oordeel van het College is geen uitzonderlijke omstandigheid aanwezig zoals bedoeld in artikel 3 van de Verordening 2021/2116. Er is dan ook geen sprake van overmacht. Hardheidsclausule 7.1 De maatschap heeft aangevoerd dat de minister aanleiding had moeten zien om de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 48 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 toe te passen. Deze houdt in dat de minister kan afwijken van artikel 11, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 voor zover de toepassing van het artikel gelet op het doel ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 7.2 Het College is van oordeel dat het niet afwijken van de in artikel 11, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 neergelegde uiterste aanvraagdatum van 30 november 2023 niet leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. De maatschap wist dat zij in 2023 eerst een aanmelding moest doen om in aanmerking te komen voor GLB-steun, en dat de aanvraag uiterlijk op 30 november 2