Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2025-08-21
ECLI:NL:CBB:2025:559
Bestuursrecht
Mondelinge uitspraak
753 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummers: 24/500 en 24/501
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 augustus 2025 op het verzet van
[naam 1] , te [woonplaats] (onderneming)
Voor de onderneming zijn aanwezig [naam 2] (de ondernemer) en [naam 3] . Voor de minister van Economische Zaken is aanwezig mr. P. van Veen.
Rechter: mr. M. Schoneveld
Griffier: J. Bustin
Overwegingen
1. Het College heeft met de uitspraak van 4 februari 2025 met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep van de ondernemer tegen de besluiten van de minister van 3 mei 2024 en 6 mei 2024 ongegrond verklaard. Het College heeft geoordeeld dat de minister de bezwaren tegen de besluiten over de subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal (Q4) van 2020 en 2021 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens termijnoverschrijding.
2 In verzet heeft de ondernemer aangevoerd dat de termijnoverschrijding te wijten is aan diens voormalige boekhouder. De ondernemer stelt zelf niet op de hoogte te zijn geweest dat hij (tijdig) bezwaar moest maken. Toen hij daar eenmaal achter was, was de boekhouder – die over alle vereiste documenten beschikte – onbereikbaar of wilde niet meewerken. Ook het indienen van de belastingaangiften ging daardoor niet goed. Hiervoor heeft hij uiteindelijk hulp gekregen van de organisatie Over Rood. Verder heeft de ondernemer toegelicht dat de coronacrisis voor hem een financieel moeilijke periode was, omdat hij door de coronamaatregelen geen werk meer had.
3 Het College heeft in de uitspraak van 4 februari 2025, onder verwijzing naar de uitspraak van 30 januari 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:31), geoordeeld dat de overschrijding van de termijn aan de onderneming is toe te rekenen. Toen de vaststellingsbesluiten op 7 juli 2022 en 2 december 2022 in de digitale omgeving werden geplaatst, heeft de minister een notificatiebericht verzonden naar een aan de onderneming toebehorend e-mailadres. Daarmee staat vast dat de onderneming op de hoogte kon zijn van het besluit. Van de ondernemer mocht worden verwacht dat hij tijdig in de digitale omgeving kijkt of er besluiten voor hem klaarstaan. Het handelen van de door de ondernemer ingeschakelde boekhouder komt in beginsel voor rekening en risico van de ondernemer. Er is ook in verzet niet gebleken van zodanige bijzondere omstandigheden aan de zijde van de boekhouder of de ondernemer dat de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht.
4 Het verzet slaagt daarom niet. De uitspraak van 4 februari 2025 blijft in stand. Dit betekent dat de procedure hiermee is geëindigd.
w.g. M. Schoneveld w.g. J. Bustin