Rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
2025-08-21
ECLI:NL:CBB:2025:448
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
556 tokens
Inleiding
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 23/466
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 augustus 2025
Rechter: mr. W.J.A.M. van Brussel
Griffier: mr. M. Ettema
op het verzoek van
[verzoeker] , handelend onder de naam [naam] , te [woonplaats] (ondernemer) waarvoor aanwezig is [verzoeker]
om herziening van de uitspraak van het College van 5 november 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:790).
Dictum
Het College
wijst het verzoek om herziening af;
bepaalt dat van de ondernemer voor het verzoek om herziening geen griffierecht wordt geheven.
Overwegingen
1. Het College heeft de uitnodiging voor de behandeling ter zitting van het verzetschrift naar het adres van de boekhouder toegestuurd, terwijl uit een bericht van de ondernemer blijkt dat de boekhouder niet meer optrad als de gemachtigde. Daardoor is de ondernemer ten onrechte niet gehoord tijdens de zitting die aan de uitspraak van 5 november 2024 voorafgegaan is. Dit is de aanleiding voor de behandeling van het verzoek. Op de zitting van 21 augustus 2025 is de ondernemer in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord op zitting.
2 Het College wijst het verzoek van de ondernemer af, omdat zij geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht naar voren heeft gebracht. Het betoog van de ondernemer dat de omzet over Q4 van 2021 moet worden bepaald aan de hand van de eigen administratie, heeft het College in de uitspraken van 18 juni 2024 en 5 november 2024 besproken en verworpen onder verwijzing naar andere uitspraken van het College. Omdat de ondernemer aangifte voor de omzetbelasting doet over de gehele omzet, zijn de gegevens van de Belastingdienst die volgen uit de aangifte omzetbelasting leidend. Er is geen aanleiding om op dit punt anders te beslissen.
w.g. W.J.A.M. van Brussel w.g. M. Ettema